NFL Play-offs van start: Tebow verrast Steelers

januari 9, 2012 Plaats een reactie

De Amercian Football competitie (de NFL) begint zijn climax te naderen. Na 16 competitieronden zit het reguliere seizoen erop en zijn gisteren de playoffs begonnen. American Football is Amerika’s grootste en populairste sport. Het is ook de sport waar het meeste geld in omgaat. In Europa heeft  football nooit een poot aan de grond gekregen. Dat is jammer, want American Football is een zowel een buitgenwoon spectaculaire als een intrigerend complexe sport met een bijzonder lange en rijke traditie. Ons gewone, saaie voetbal steekt er maar bleekjes en doordeweeks tegenaf.

Het had overigens maar weinig gescheeld of er was dit jaar niet eens een NFL-competitie geweest. De collectieve overeenkomst tussen de schatrijke teameigenaars en de spelers was begin 2011 beëindigd en verschillen van mening over verdeling van de inkomsten uit reclame, televisierechten etc. stonden een nieuw akkoord in de weg.  Maandenlang intensief onderhandelen leverde uiteindelijk net op tijd alsnog een nieuw vergelijk op. De voorbereiding op het nieuwe seizoen was door de lang voortslepende lock-out echter wel danig in het gedrang gekomen. Met name voor de zojuist in de draft geselecteerde rookies was dat een probleem, omdat zij zich in korte tijd de zeer complexe playbooks van hun nieuwe team eigen moesten maken.

De playoffs die net van start zijn gegaan culmineren uiteindelijk in de Superbowl . Het beste team van de NFC  (met onder andere de New Orleans Saints, Green Bay Packers) zal het dan opnemen tegen de winnaar van de AFC (met teams als de New England Patriots, Baltimore Ravens). De Superbowl zal op zondag 5 februari  gespeeld worden in het Lucas Oil stadion in Indianapolis (met halftime een optreden van Madonna: Kots! Moest dat lijk echt opgegraven worden?). Normaal gesproken is dit overdekte stadion de  thuishaven van de Indiana Colts – het team van super quarterback Peyton Manning. Grootverdiener Manning (90 miljoen dollar in 5 jaar)  is dit seizoen met een slecht genezende nekblessure aan de kant gebleven en dat had desastreuze gevolgen voor zijn team, normaal gesproken vaste klant van de play-offs: het verloor bijna alle wedstrijden en werd laatste.  Het voordeel daarvan is wel weer dat de Colts de eerste keuze hebben bij de aankomende draft in april. Het is al bijna zeker dat ze dan zullen kiezen voor Andrew Luck, volgens kenners de beste college quarterback sinds jaren en afscheid zullen nemen van de zwaar op het budget drukkende, 35-jarige Manning.

Dit weekend was het zogenaamde Wildcard-weekend. De eerste ronde van de playoffs waarbij de vier hoogst geplaatste  teams van de NFC en de AFC nog niet in actie hoeven te komen en vanaf de zijlijn kunnen toekijken hoe hun concurrenten het ervan af brengen in wedstrijden die gespeeld worden volgens het onbarmhartige knock-out systeem: voor de verliezer is het over en uit. Hij kan zijn spullen pakken en een vakantie boeken.

Afgelopen zaterdag wonnen de Saints uit New Orleans volgens verwachting in een shoot-out van de Detroit Lions: 45-28. De Lions, lange tijd een door de Ford familie rampzalig slecht geleide organisatie in de NFL,  zijn weer helemaal op de weg terug met een ambitieuze  hoofdcoach Jim Schwartz, met voormalige nummer één in de draft, quarterback Matthew Stafford en de fantastische wide receiver Calvin “Megatron” Johnson. Mogelijk dat ze zich volgend jaar verder kunnen verbeteren, dit jaar waren de Saints van quarterback Drew Brees in hun eigen Superdome nog te goed, hoewel het verschil minder groot was dan de uitslag deed vermoeden.

De thuisoverwinningen van de New York Giants, geleid door quarterback Eli Manning – de broer van Peyton, op de Atlanta Falcons was niet echt een grote verrassing te noemen. Wel dat de Falcons in offensief opzicht geen enkele vuist konden maken: de enige score kwam voort uit een safety: een score van 2 punten die het vloeren van Manning in zijn eigen endzone opleverde. De Giants wonnen met 24-2. Zaterdag had eerder al het door blessures geteisterde Houston Texans vrij gemakkelijk gewonnen van de Cincinnati Bengals: 31-10. Dat ze aangewezen waren op hun derde quarterback uit hun selectie, T.J. Yates,   bleek geen grote handicap. Met name dankzij de 2 touchdowns van hun running back Arian Foster en goed defensief werk konden ze de Bengals met hun rookie quarterback Andy Dalton die drie interceptions (onderscheppingen door de verdedigers van de Texans) gooide vrij gemakkelijk de baas blijven.

De grote verrassing van het weekend was de winst van 29-23 na extra speeltijd van de Denver Broncos op de Pittsburgh Steelers. Kenners als Kurt Warner en Steve Mariucci waren het er op NFL-Network in de voorbeschouwingen unaniem over eens dat de Steelers zich makkelijk zouden plaatsen voor de divisional playoffs. Voorzichtig werd al uitgekeken naar een treffen volgende week met de New England Patriots van Tom Brady. De beste defensie van de league had niets te vrezen van Tim Tebow. En ook bookmakers als Unibet plaatsten royale odds van tussen de 3.5 en 4 op winst van de Broncos – kortom een zege van de Broncos was zeer, zeer onwaarschijnlijk. En toch gebeurde het. De jonge, controversiele quarterback van de Broncos, Tim Tebow, speelde een fantastische wedstrijd en wist in het tweede kwart de verdediging van de Steelers te slopen met een aantal diepe, scherp geplaatste passes die de Broncos 20 punten opleverde. De Steelers wankelden in het met 70 duizend fans volgepakte, kolkende Mile High Stadium in Denver. Wankelen deed Steelers’ quarterback Ben Roethlisberger letterlijk, als gevolg van een enkele weken geleden opgelopen, zeer zware enkelverstuiking die hem het lopen vrijwel onmogelijk maakte. Elk ander schepsel zou zijn blessure eerst laten genezen, zo niet Big Ben, zoals hij ook wel bekend staat. Als een veredeld standbeeld stond hij in de pocket, maar ondanks zijn gebrek aan mobiliteit bracht hij de Steelers terug tot 23-23 aan het einde van de reguliere tijd. Er had nog meer ingezeten als de Steelers op het laatste play niet een zeer gunstige fieldgoal-positie hadden verkwanseld. In overtime was het direct bij het eerste balcontact van de Broncos afgelopen. De diepe pass van Tebow op zijn receiver Thomas leverde een touchdown en de winst op. De Broncos zullen volgende week naar Boston reizen voor een match met topfavoriet New England Patriots.

Het is over voor de Steelers (foto AP)

Een geweldig succes dus voor Tim Tebow, die ondanks zijn leeftijd inmiddels een waar fenomeen is. Iedereen kent hem in Amerika en heeft er op zijn minst een mening over. Hij is nog een jonge speler (24), die in college waanzinnig succesvol was en vooral een ongekende populariteit bezat. Hij is homeschooled en zeer religieus. Zo kan hij vaak geknield en mediterend voor het begin van een wedstrijd of na het scoren van een touchdown op het veld aangetroffen worden. Vorig jaar maakte hij de overstap naar de profs in de NFL en sinds kort is hij de startende quarterback van de Broncos. Hij is nog steeds razend populair bij de fans, maar de kenners pruimen hem niet. Die zien ondanks het succes nog steeds niks in hem. Hij gooit de bal niet goed, hij is niet nauwkeurig, hij is voorspelbaar, hij kan niet in standaard NFL-systemen functioneren etc. etc.  Kortom er deugt van alles niet aan hem. Ondanks drie bar slechte wedstrijden aan het einde van het seizoen waarin hij werkelijk dramatisch speelde en er verloren werd van non-playoff teams als de Bills en de Chiefs, leidde hij zijn team uiteindelijk toch maar mooi naar de playoffs, en tot ieders verbazing thuis naar winst op de Pittsburgh Steelers.

Ik verwacht niet dat hij tegen de Patriots potten zal kunnen breken. Hoewel je het met Tebow nooit weet. Hij is een echte winner, en daarmee identificeren Amerikanen zich graag zoals bekend.  Ik ga er volgende week zaternacht in ieder geval eens goed voor zitten om de wedstrijd in superieure beeldkwaliteit (via de NFL-pass – kost een paar duiten, maar is het waard) live op mijn pc te bekijken.

Een dag later kunnen we voor het eerst in de playoffs de topfavorieten aan het werk zien. Titelverdedigers Green Bay Packers spelen dan thuis op hun ijzige Lambeau Field tegen de onvoorspelbare New York Giants van Eli Manning.  Green Bay heeft dit jaar gedomineerd met een seizoensrecord van 15-1 (alleen verloren van Kansas City!) en bezitten in de coole quarterback Aaron Rodgers de beste speler van de NFL. Omdat ze hun twee volgende playoff matches in eigen huis mogen afwerken, en dat is een heel groot voordeel in football met het fanatisme van het thuispubliek, maken ze ook dit jaar een uitstekende kans op prolongatie van het winnen van de Superbowl. Maar het kan ook zomaar anders lopen: in de afgelopen jaren is het diverse malen voorgekomen dat ploegen via de omweg van de Wildcards de Superbowl hebben veroverd: de Steelers deden het in 2006 en de Packers in 2011. In dat licht bezien kan het zomaar gebeuren dat teams als de New Orleans Saints (die steeds sterker worden) of de Giants voor een verrassinkje gaan zorgen. We zullen het zien. Ik zal de matches op voet gaan volgen.

Wandeling door Rotterdam

januari 3, 2012 Plaats een reactie

Ellenlang in de rij voor een vette oliebol

Het weinig creatieve kuddediergedrag van veel Nederlanders blijf ik verbijsterend vinden. Zo rond de jaarwisseling ontwaarde ik vanuit de Heemraadssingel, die toch mooie oude statige laan in Rotterdam-West, dit ontsierende, zotte tafereel. Een enorme stoet van wachtenden bij de gebakkraam van meesteroliebollenbakker Richard Visser. Ik telde minstens 100 mensen in een rij die zich met een bochtje naar rechts tot in de burgemeester Meineszlaan uitstrekte.  Men stond daar om warme, gefrituurde deegballen te kopen waarvan varkens zelfs nog uitslag zouden krijgen (heeft John Updike eens gezegd over onze traditionele oudejaars lekkernij) en die na verorbering urenlang als zware betonblokken op de bodem van je maag blijven liggen.  Voor dat soort culinaire hoogstandjes ga je natuurlijk in de rij staan.  Zeker als in de krant heeft gestaan dat deze kraam de aller-allerbeste van het hele land is, want dan is het waar en sluiten we als als laatste doodgemoedereerd aan.  Meesterbakker Richard Visser lacht zich in de tussentijd suf en gelijk heeft ie: in een paar dagen verdient hij zoveel geld dat hij de rest van het jaar vakantie vierend in Spanje door kan brengen.

Nadat ik dit jaarlijks terugkerende merkwaardige verschijnsel op me had laten inwerken en me weer zeer gelukkig had geprezen dat ik niet zelf in die rij hoefde plaats te nemen (een heerlijk heimelijk genoegen), wandelde ik verder en kwam wat  later uit bij de Maastunnel voor fietsers en voetgangers. Binnen is daar aan de wand terzijde van de oeroude en superdegelijke (Duitse) diepe roltrappen sinds kort een historische fotocollage aangebracht. Erg fascinerend materiaal met foto’s uit de zestig jaar geschiedenis van de tunnel die je verbeelding werkelijk tot leven, en je als het ware terug in de tijd brengen. Zo zie je de bouw van de tunnel, schaftende arbeiders die je meewarig aankijken, formeel geklede fietsers uit de vijftiger jaren op weg naar hun werk en zo geleidelijk helemaal door naar het heden, dat symbolisch in kleur is weergegeven.

Maastunnel

Ik moet zeggen dat Rotterdam er voor heeft gezorgd dat de tunnel weer een veilige plaats is geworden met passende bewaking, met goed onderhoud en met een prettig gevoel voor details dat de oplettende en geïnteresseerde reiziger niet zal ontgaan. Voor het eerst dat ik in Rotterdam woon, maakte ik gebruik van de aparte voetgangerstunnel, een verdieping onder de fietserstunnel. Daar heb je echt het gevoel dat de tijd is stil blijven staan en lijkt het net alsof je tunnel zoals die in 1942 was weer binnenloopt, zo eenvoudig en basic met die onafgewerkte vloer en de simpele witte tegeltjes aan de muur. Maar wel leuk!

Aan het einde van de voetgangerstunnel - zuidkant

Tussen Maashaven en Rijnhaven is gehuisvest sexshop Helen. Met één L. Zie je niet zo vaak. Meestal met twee L-en. Evenmin als in de gefrituurde vetbonken van onze meesterbakker Richard had ik werkelijk geen enkele belangstelling in de waren van deze sexwinkel (zijn er echt mensen die kicken op dat soort fetish-dingen uit de etalage? Ik kan het me haast niet voorstellen). Maar de naam Helen brengt me altijd mijn vorige afdelingschef terug in herinnering. En dat is geen pretje. Zelden heb ik zo’n nare humorloze, dominant optredende persoon meegemaakt. Een wijf, en nog een pot ook natuurlijk. Kwam ze om negen uur ‘s-ochtends op hoge poten op je af en begon ze je toe te blaffen dat je direct moest beginnen met het bellen van klanten. Wijf flikker toch op. Bemoei je met je eigen zaken en hou je bek als je er geen verstand van hebt. Vertelde ik haar in mijn eigen woorden, waarop de rapen helemaar gaar waren. Als een kleuterjuf behandelde ze een groep volwassen mannen en vrouwen. Stond er opeens een doos kopieerpapier zomaar op de grond, midden op de afdeling. Niet in de kast! Wie had het in zijn hoofd gehaald, het kantoor, die fascinerende wereld van debiteuren en crediteuren, was te klein! Blijdschap en opluchting overspoelde mij toen ze ons, na ons enkele jaren geterroriseerd te hebben, mededeelde dat ze onze afdeling ging verlaten en aan een nieuwe uitdaging toe was. Nou, wij ook hoor, Helen, met één L.  Blij dat je oprotte.  Het lijkt me trouwens wel een winkeltje voor haar, deze sexshop om een passende meesteres-outfit te zoeken voor de Gayparade waar ze elk jaar van de partij was. En misschien verkopen ze ook wel spannende dildo’s waarmee ze haar vriendin naakt in bed kan bevredigen. Zou echt iets voor Helen zijn.

Sexshop Helen bij de Rijnhaven

Op de Erasmusbrug heb je mooi zicht op Rotterdams zorgvuldig gecultiveerde architectonische highlights. Tegenover de originele constructie van de Toren op Zuid (het nerveus knipperende KPN-gebouw) dat door een diagonale pijler zowel doorkliefd als ondersteund lijkt te worden, staat sinds kort het hoogste gebouw van Rotterdam, als je de Space Tower op de Euromast niet meerkent: de Maastoren met zijn 162 meter. De receptioniste van dit gebouw meldde mij bekakt dat er géén panorama-faciliteiten aanwezig waren en zij mijn verzoek om ons met de lift toe te laten tot de bovenste verdieping om te kunnen genieten van het ongetwijfeld verpletterende uitzicht, niet kon honoreren. Ik vind het maar suf: lekker snoeven en pronken met de titel hoogste gebouw van Rotterdam, of zelfs van de Benelux en dan niet denken aan een  geïnteresseerd publiek. Dat is in echte wereldsteden toch wel anders. Zo was ik laatst in Osaka, in de Rinku Gate Tower Building, met 256 meterook heel wat hoger dat dit duffe Maasgebouw,  en daar was wel degelijk een prachtig panorama met fabuleus uitzicht ingericht voor bezoekers. Genoten met volle teugen. Over Japan later overigens meer.

Maasgebouw vanaf Erasmusbrug

Op de Kop van Zuid voor het Entrepot-gebouw is een standbeeld verrezen ter nagedachtenis aan de bekende Rotterdamse zakenman Lodewijk Pincoff. Lang heeft hij bekend gestaan als één van de grootste 19e eeuwse fraudeurs. Toen zijn imperium implodeerde en hij een miljoenenschuld achterliet vluchtte hij weg uit Nederland om te ontkomen aan een lange gevagenisstraf. Later schijnt hij deels gerehabiliteerd te zijn. Las ik ergens, weet er het fijne niet van, zal me er eens in verdiepen. Er is zelfs een roman over zijn leven geschreven. Ben wel benieuwd hoe dat kan, een megafraudeur à la Bernard Madoff die postuum zoveel lof krijgt toegezwaaid, dat er straten en gebouwen naar hem genoemd zijn. Dat soort gedachten heb ik ook als ik dat grote beeld zie van de Russische Tsaar Peter de Grote aan de Westerkade, waar hem zo’n prachtig uitzicht over de Nieuwe Maas is vergund. Staat er over honderd jaar op die plaats misschien een beeld van Saddam Hoessein, ook zo’n dictator met het bloed van tienduizenden onschuldige mensen aan zijn handen?

Beeld Pincoff

Categorieën:Rotterdam

Mogwai op Cactusfestival in Brugge

juli 14, 2011 Plaats een reactie

Het door mij sinds enkele jaren geadoreerde Mogwai sloot dit weekend het Cactusfestival in Brugge af. Het Cactusfestival is een relatief wat kleiner festival (als je het vergelijkt met Pinkpop of Torhout/Werchter) dat dit jaar alweer voor de 30e keer plaatsvond en zich ook nu weer afspeelde op een hele mooie locatie in Brugge: het Minnewaterpark, niet ver van het fraaie, onaangetaste en schitterend onderhouden historische centrum en ten westen van het festivalterrein begrensd door het eeuwenoude begijnhof Ten Wijngaarde. De arme benedictinessen zullen er de afgelopen dagen herhaaldelijk uit hun ledikantjes getrild zijn, maar mogelijk dat er na 30 edities inmiddels enige gewenning zal zijn, of misschien wel waardering. Ik heb de zusters op het festivalterrein overigens niet zien rondlopen.

Mogwai was aan het einde van een lange, warme en zonovergoten dag, op zondagavond op kwart voor 12 aan de beurt, nadat het Belgische Arsenal ondanks haar beperkte muzikale middelen het publiek met een effectief optreden redelijk in vervoering had gebracht. Van de andere opwarmers had ik vrijwel niets gezien: de kakafonie, eigen aan festivals, die er ook hier was, hoewel minder ordinair dan in Nederland, had me doen besluiten om het concert van Iron and Wine dat mij toch wel de moeite waard leek, te skippen en pas rond een uur of tien uitgerust op het terrein terug te keren. Maar voor Mogwai was het daarna echter geen enkel probleem om de aandacht van het iets uitgedunde en deels uitgebluste publiek (nog altijd zo’n vijfduizend man, schatte ik) weer op zich te vestigen. De stoicijnse Schotten zullen zich sowieso niet zo snel van de wijs laten brengen.

Mogwai speelde een vrijwel complete set zoals ze bij gewone concerten spelen: dertien nummers, deze keer wat meer specifiek geent op festivalpubliek met vooral de klassiekers uit het repertoire: Hunted by a freak, Friend of the night, Two rights make one wrong, Helicon 1 en Mogwai fear Satan als afsluiter. Het prachtige, delicaat opgebouwde I’m Jim Morrison, I’m dead dat langzaam aanzwelt en uitmondt in een krachtige voortrollende zee van geluid hoort inmiddels ook bij deze highlights. Het nummer wordt bijna elk concert gespeeld zo ook deze keer. Er werd geopend met het sterke White Noise van hun laatste CD Hardcore will never die, but you will. Het is bij uitstek een introductiesong bij een concert: instrumenten, met name gitaren, die zowat de hele de duur van het nummer nodig hebben om zich tastend een weg te banen naar een fraaie, omvattende melodie die zich aan het einde van de song ook krachtig en overtuigend openbaart. Om 1 uur ‘s-nachts werd het festival afgesloten met de grootste klassieker uit het repertoire: Mogwai fear Satan, van hun eerste full-length CD Mogwai Young Team. Jammer dat ik zo bij het vierde nummer of daaromtrent bij Friend of the night zo’n ontzettende druk op mijn blaas kreeg, dat ik het werkelijk niet meer hield en me moest wegrukken van het concert om een dixi op te zoeken. Zo’n mobiel toilet ziet er na drie dagen intensief gebruik door festivalgangers werkelijk hels uit, maar als je zo moet pissen als ik toen dan maakt het eigelijk niet zoveel uit waar je je kunt ontladen. Gelukkig kon ik even later, buitengewoon opgelucht, zonder veel problemen weer een mooie plaats innemen en miste zo gelukkig weinig van het optreden van mijn helden.

Zoals elke keer (voor mij was het het vijfde Mogwai-concert: twee in Belgie, drie keer in Nederland) heb ik van het concert met volle teugen genoten. Het was mooi, het was krachtig, intens en overtuigend. Eigenlijk stellen ze me nooit teleur, hoewel ik elke keer wel het gevoel dat dit toch nog steeds niet het ultieme Mogwai-concert was. Deze keer zaten de bandleden tijdens de nummers ook weer vaak ontevreden te rommelen met hun instrumenten, te gebaren naar de soundtechnici aan de zijkant en onderling te praten omdat er kennelijk aan het geluid toch het een ander voor verbetering vatbaar was. Eigenlijk ging het alleen voor zover ik het duidelijk kon merken bij het wat stillere middengedeelte bij de afsluiter Mogwai fear Satan mis, toen er enige tijd een nare dreinerige zoemtoon van een electrische gitaar te horen was. Zo is er altijd wel wat, maar concerten van Mogwai zijn en blijven toch de lichtpuntjes waar ik elke keer weer maanden vantevoren naar uitkijk en waarvan ik voorlopig nog lang geen genoeg heb. Begin november van dit jaar spelen ze in Werk 2 in Leipzig, wanneer hun aangekondigde nieuwe EP Earth Division inmiddels verschenen moet zijn. Dat lijkt me wel wat: een concert van Mogwai combineren met een stedentrip in het voormalige Oost-Duitsland.

De oversteek van Justin Cronin: een bittere pil

juli 8, 2011 Plaats een reactie

Toch wel erg benieuwd welk verhaal er zou horen bij die intrigerende, griezelige omslag van het bleke meisje met de bijna lichtgevende ogen trok ik eindelijk het al enige tijd geleden aangeschafte, vuistdikke (994 bladzijden) De Oversteek van Justin Cronin uit mijn boekenkast.

Ik heb er nu de tijd voor (bijna tussen twee banen in, snapt u), dus laat ik eens helemaal opgaan in zo’n fascinerende pil van een boek. Er was concurrentie van Oorlog en Vrede, The Quincunx, Don Quichot en nog zo wat ongelezen monsterromans, maar ik pakte toch De Oversteek omdat ik de laatste tijd nogal in de thriller-mood ben. Ik had een aantal boeken uit dat genre verslonden: de trilogie van Stieg Larsson, romans van Jo Nesbo (zeer intrigerend en onderhoudend) en ook Tom Rob Smith (erg slecht) en verwachtte De Oversteek ook de nodige spanningselementen hoewel het in de boekhandel als gewone literatuur verkocht wordt (literatuur, jawel, even onthouden!).

Ik verwachtte nogal wat van het boek. Ik had op internet gelezen dat de auteur voor de trilogie waarvan De Oversteek het eerste deel vormt met zijn uitgever een contract had getekend dat hem een bedrag van 3.75 miljoen dollar opleverde. Daarnaast waren de filmrechten voor het toen nog onvoltooide manuscript verkocht voor 1.75 miljoen dollar. Kassa voor Cronin! Wanneer er met zoveel dollars geschoven wordt, dan moet er toch wel iets zijn dat de moeite waard is, zou je zeggen.

Op Youtube wemelt het van de filmpjes met laaiend enthousiaste recensies (in een filmpje zegt een recensent: De Oversteek doet je weer beseffen dat het lezen een van ‘s-levens grootste genoegens kan zijn! Ja nou!

Ook op amazon.com staan werkelijk honderden besprekingen, recensies die vrijwel unaniem lovend zijn en het boek belonen met de maximale waardering van 5 sterren.

Dat beloofde dus heel wat leesplezier! Enfin, ik nam het boek ter hand en begon te lezen.

Laat ik maar direct vertellen wat ik van het boek vond: ik was er niet kapot van, om het zachtjes uit te drukken. Naarmate ik verder kwam ik het boek, kon de verhaallijn me eigenlijk steeds minder boeien, totdat ik het boek uiteindelijk na 700 gelezen bladzijden zuchtend van ergernis terzijde schoof om het verder niet op te pakken. Lezen moet wel leuk blijven en niet ten koste gaan van mijn goede humeur. En het lezen van De Oversteek was voor mij, grotendeels, geen fun.

Ik vraag me af wat de reden nu precies is dat het boek me niet kon bekoren: is het puur het genre dat me niet aanspreekt of is het boek op zich met zijn intrinsieke kwaliteiten waarmee ik geen affiniteit heb? Ik neig naar de tweede mogelijkheid, hoewel ik toegegeven niet bijzonder vertrouwd ben met het genre waarin De Oversteek hoort, en waarschijnlijk ook niet zonder reden.

Een thriller zoals ik eerder gedacht had bleek De Oversteek bepaald niet. Wanneer je het boek wilt categoriseren kom je eerder in de hoek terecht van de sciencefiction en fantasy, aangevuld met wat scheuten horror en vampier-gedoe en wat toefjes mystiek en spiritualiteit. Kortom van alles wat, maar bij elkaar is het resultaat niet bijzonder appetijtelijk, ben ik bang.

Fantasy is niet echt een genre waarin ik thuis ben, maar dat hoeft geen bezwaar te zijn. Uiteraard heb ik wel de films van de Lord of the Rings gezien (die prachtig amusement vormen, en nog mooier zouden zijn in 3-D), maar het boek waarop de film gebaseerd is: In de ban van de ring van Tolkien heb ik laten liggen, ondanks een populariteitsgolf van deze schrijver binnen mijn familie inmiddels heel wat jaartjes geleden. Een van de weinige boeken uit het genre dat ik ken is het fascinerende Bermtoeristen (Piknik na obotchine) van de hier totaal onbekende sovjet-schrijvers Arkadi en Boris Stroegatski: een sciencefiction roman vol met stoere, hard-boiled personages en een verhaal dat spannend en geloofwaardig tot het einde blijft. Het boek heeft destijds de filmmaker Andrei Tarkovski geïnspireerd tot het maken van zijn film Stalker (een mooie film, als je ervoor open staat, maar met het boek had het verder niets te maken: hij maakte van het van sciencefiction boek een film die draaide om beeld en ideeën – minstens even fascinerend als het boekje van de gebroeders Stroegatski).

Het genre hoeft niet echt een belemmering te zijn, maar wat is het dan dat lezing van De Passage zo’n teleurstellende ervaring maakte?

Het idee van de roman is interessant: De FBI heeft een geheim project opgezet: het Noach-project, waarbij er een nieuw, menselijk wapen ontwikkeld wordt op basis van op proefpersonen geïnjecteerde tropisch virus. Het very-slow-aging virus zorgt er niet alleen voor dat het verouderingsproces vertraagd wordt, maar doet de proefpersonen ook veranderen in op bloed beluste monsters (daar heb je ze, de vampiers!) die zonder scrupules mensen uit de weg kunnen ruimen. De zogenaamde Viralen (in het boek krijgen ze diverse namen) die een krachtig en effectief wapen zouden kunnen vormen bij speciale (internationale) operaties van het Amerikaanse leger, mits ze uiteraard onder controle gehouden en bestuurd kunnen worden. Die controle blijkt echter bij lange na niet waterdicht en de viralen weten uit het laboratorium te ontsnappen en richten daarbij een waar bloedbad aan. Ze trekken de bewoonde wereld in, waarbij de vreselijke gevolgen zich laten raden.

Dit eerste deel van het boek vond ik nog wel de moeite waard: De gebeurtenissen en ontwikkelingen worden vooral gevolgd vanuit de ogen van Brad Wolgast, een FBI-agent die de opdracht heeft gekregen om proefpersonen te rekruteren onder ter dood veroordeelde gevangenen die verder niemand hebben om zich om hen te bekommeren. Het project moet uiteraard strikt geheim blijven. Maar er is niet echt een eenduidig vertelperspectief – het verhaal wordt ook bekeken vanuit het gezichtspunt van andere personages: zo is er Amy (het meisje dat later zo’n belangrijke, reddende rol zal moeten spelen), FBI-functionarissen, zijn er uitgeprocedeerde gevangenen, de schoonmakers-bewakers in het laboratorium en nog meer personages. Dat is een keuze en het kan.Het vervelende nu in dit boek van Cronin is dat wanneer hij de wereld beschrijft van al deze figuren (het maakt in feite niet uit wie) hij vervalt in een weinig bijzondere, wat voorspelbare flow van gedachten die ook nog eens beschreven worden in een soort irritatie opwekkende, weinig literaire, truttige meisjesstijl. En dat verraadt dat hij onvoldoende kennis heeft van de psychologie van zijn personages of zich er gewoon niet voldoende voor heeft ingespannen om ze een eigen gezicht, een eigen vocabulaire, kortom iets eigens te geven. Het lijkt allemaal zo op elkaar. Continu die truttigheid. Het hele boek (voor zover ik dat gelezen heb) gaat dat zo door en op den duur verveelt dat buitengewoon.

Deel een eindigt met een apocalyptisch panorama: door de uitbraak van de viralen en al de slachtoffers die ze gemaakt hebben (de doden en de geïnfecteerde slachtoffers) is Amerika veranderd in een onleefbaar gebied, met slechts een enkeling die in staat is om te overleven en uit de greep van de viralen te blijven. Daarop haakt deel 2 in, waar een sprong in de tijd van zo’n 100 jaar gemaakt wordt en de lezer kennis maakt met zo’n gemeenschap van mensen die heeft weten te overleven, maar bij wie het dagelijkse leven wel in het teken staat van de paranoia in verband met altijd aanwezige dreiging van aanvallen door op bloed beluste viralen. Er wordt een hele reeks nieuwe personen geïntroduceerd, en zelfs gebruik gemaakt een eigen vocabulaire binnen de gemeenschap (en je flink op de zenuwen werkt), maar ook hier weer wat terugkomt: die tuthola-stijl, zo zeikerig, zo weinig markant. Lastig uitleggen, maar wanneer je net een boek hebt gelezen als Bonita Avenue van Peter Buwalda, dan zul je begrijpen wat ik bedoel.

Het wel en wee van de kolonie wordt beschreven, de onderlinge verhoudingen, de vriendschappen en tegenstellingen, en de gezamenlijke strijd tegen de geïnfecteerde vijand en het wanhopige overleven. Op een bepaald moment zijn er verwikkelingen, Amy komt in beeld en de techneut onder de bewoners ontdekt dat er ook buiten de kolonie nog levende mensen (dus niet-viralen) moeten rondlopen. Dat leidt tot een expeditie waarbij een ultieme poging gedaan wordt om de mensheid te redden.

Hieromtrent haakte ik af. Ik trok het echt niet meer, wanneer ik weer in een vele pagina’s tellende saaie gedachtengang van een kolonie-bewoner of in een actiescène terecht gekomen was waarbij de bad guys (de viralen) de confrontatie aangaan met de good guys (de kolonisten). Waar gaat het allemaal over en wat het boeit het mij, dacht ik voortdurend. Dit soort actie zal ongetwijfeld prachtig verfilmd kunnen worden en zijn misschien wel met oog daarop geschreven, maar waarom moet het zo uitvoerig beschreven worden? Dat was het probleem met dit boek: naarmate het vorderde werd het steeds oninteressanter en minder belangwekkend voor mij.

Ik heb het boek dus toen uiteindelijk maar terzijde gelegd en denk niet dat ik het nog een keer zal uitlezen. Dit is gewoon niet mijn “ cup of tea”, hoewel ik wel degelijk heb geprobeerd en zelfs tot lang na de irritatiegrens ben doorgegaan. Dat kun je beter niet doen, dadelijk lees je geen enkel boek meer.

Tijd voor een goed boek om weer zin in het lezen te krijgen! Tijd voor literatuur.

Categorieën:Uncategorized

Headhunters – Jo Nesbø

juni 29, 2011 Plaats een reactie

In het boek “ Headhunters” van Jo Nesbo is een belangrijke rol weggelegd voor het schilderij “ De jacht op het Calydonische everzwijn” van Peter Paul Rubens dat zo rond 1612 vervaardigd moet zijn en pas sinds korte tijd als een echte Rubens erkend wordt.

Op het grote doek van ruim 20 vierkante meter dat nu in het Getty Museum in Los Angeles hangt is te zien hoe de jager Meleagros met zijn speer het enorme everzwijn dodelijk verwondt dat Artemis uit wraakzucht richting de regio Aetolie heeft gestuurd met de bedoeling om onderweg zoveel mogelijk schade te veroorzaken.

Lange tijd werd het gezien als een werk van een van Rubens leerlingen, maar toen de deskundigen van veilinghuis Sotheby’s zich erover bogen, kon er maar een conclusie zijn. Het ging hier om een onvervalste Rubens. De waarde van het stuk spoot uiteraard ineens de lucht in. Voor een ander groot werk van Rubens: de kindermoord van Bethlehem (in het boek minder goed letterlijk uit het Engels vertaald met Het bloedbad der onschuldigen) werd in 2002 door de Canadese miljardair Kenneth Thomson een bedrag van zo’n 70 miljoen euro neergelegd en hangt sinds 2008 tijd veilig in The Art Gallery of Ontario in Toronto. De waarde van het vers ontdekte Rubens-schilderij zou daarvan niet veel afwijken.

Ongetwijfeld een interessant bedrag, zo denkt ook de protagonist uit de roman Roger Brown wanneer het schilderij binnen zijn bereik lijkt te komen (of is het een kopie of een vervalsing?) en hij samen met zijn partner in crime in de gelegenheid komt om het doek te verdonkeremanen. In gedachten ziet hij al al een zorgenvrije toekomst voor zich, samen met zijn veeleisende vrouw Diana en eventueel zelfs een kind, iets waar hij tot nog toe steeds faliekant op tegen is geweest.

Brown is een succesvolle headhunter. Hij is niet behept met valse bescheidenheid en noemt zich stoer “ Koning op de berg”, want nog nooit werd zijn aanbeveling voor de juiste man op de juiste plaats niet gehonoreerd door een opdrachtgever, en hij covert het bovenste segment van de markt, hij gaat dus over de grote jongens bij de grote bedrijven.

Doorgaans weet Brown dus zonder veel moeite de juiste man te vinden. Belangrijk hulpmiddel daarbij is de door hem heilig verklaarde negenfasenverhoormodel van Inbau, Reid en Buckley. Een verhoormethode ontwikkeld bij de FBI en erop gericht om verdachten via allerlei psychologische trucs (die varieren van het rechtstreeks beschuldigen tot het ronduit sympathiseren met de motieven van verdachten van misdaden) zo snel mogelijk tot een schuldbekentenis te verleiden. Voor Brown werkt het dus ook voor zijn speuren naar topmensen in het bedrijfsleven. Een tool dus wanneer goed toegepast uitstekend geschikt om het kaf van het koren te scheiden. Of zoals hij zelf stelt: “ een scalpel in een wereld van healing, kruiden en psychologische prietpraat”.

Tot nog toe dan werkte zijn methode. Maar nu hij aan het begin van het boek, het startpunt van alle verwikkelingen, betrokken wordt bij de procedure voor de aanstelling van een nieuwe topman voor Pathfinder, een bedrijf gespecialiseerd in GPS (Global Positioning Systems) – technologie, en hij geconfronteerd wordt met de Nederlander die Clas Greve heet (een niet echt Nederlandse naam overigens) blijken zijn trucs niet echt te werken en wordt duidelijk dat hij het over een andere boeg moet gooien. Je zou denken dat de titel van het boek verwijst naar Roger Brown, dat hij de jager Meleagros is die zijn prooi keer op keer verschalkt, maar nu Clas Greve zijn pad gekruist heeft is het maar de vraag wie de jager en wie de prooi, wie Meleagros en wie het Calydonische everzwijn, want Greve blijkt een speler van formaat.

Greve is zoals gezegd een Nederlander (afkomstig uit Rotterdam – “ een ruige havenstad”) met een commandoverleden. Het doel van Greve en waarvoor hij naar Noorwegen is getrokken is duidelijk: hij en niemand anders moet de topman worden bij Pathfinder. Niet alleen in zijn eigen belang, maar vooral in het belang van een grote concurrent van Pathfinder, dat Hote heet en feitelijk nog zijn huidge broodheer is. Bedrijfsspionage dus.

Alle middelen zijn daarbij geoorloofd. En zeker wanneer Brown direct al in de beginfase, na een pijnlijke ontdekking tijdens een van zijn duistere activiteiten, een streep door de rekening dreigt te halen en laat doorschemeren dat Greve, ondanks zijn verpletterende eerste indruk, toch niet zijn eerste keuze zal zijn. Vanaf dat moment ontbrandt er fascinerende titanenstrijd tussen deze twee mannen waarbij de methodes om elkaar te grazen te nemen steeds gewelddadiger vormen aannemen.

Er ontspint zich vervolgens een rollercoaster van acties en reacties die zich in rap tempo opvolgen. Het gaat wat ver om hier de hele inhoud van het verhaal te gaan reproduceren, zeker met thrillers lijkt me dat niet zo’n goed idee.
Nesbø weet er net zoals bij zijn eerdere boeken die ik van hem gelezen heb, de lijvige Harry Hole romans de Sneeuwman en het Pantserhart, een zeer onderhoudend en spannend verhaal van te maken, dat bol staat van de vondsten (erg origineel vond ik de GPS-spray en het gemene dingetje curacit) en onverwachte ontwikkelingen. Je kunt merken dat het boek met plezier geschreven is.
Dat de werkelijkheid wat geweld wordt aangedan neem je omwille van de spanning en suspense graag voor lief. Zo gaat dat meestal in thrillers en zo dus ook in Headhunters, waarbij Brown werkelijk op verbluffende wijze allerlei aanslagen op zijn leven weet te doorstaan.

In het boek staan enkele schitterend getroffen scènes. Welke ik het meest pregnant, bijna claustrofobisch vond was de beschrijving van de gebeurtenissen rond het huisje van de handlanger van Brown, Ove Kjikerud. Waarbij van alles gebeurt en Brown, opgejaagd, om uit de greep van zijn belager te ontsnappen die met een jachthond achter hem aanzit, niets anders kan doen dan zich op te sluiten in het smerige buiten-toilet en zich onder te dompelen in de pies en menselijke excrementen, daarbij adem halend via het karton van een rol closet-papier. De enkele minuten dat hij dit moet volhouden lijken wel uren, en de dreiging en de spanning worden steeds voelbaarder voordat hij veilig en opgelucht weer kan ademhalen. De scene blijkt later bij de ontknoping van het boek nog een extra inzicht opgeleverd te hebben in de geslachtskenmerken van zijn belager.

Headhunter is ingenieus in elkaar gezet. Alles klopt en Nesbø speelt ook een spel met de lezer door hem op bepaalde momenten brokken cruciale informatie te onthouden waardoor hij steeds een stap achterblijft bij de personages in het boek. Maar juist dat verhoogt de spanning en hoort denk ik gewoon bij de suspense van thrillers.

Jo Nesbø is niet alleen thrillerauteur, maar ook zanger in de Noorse band Di Derre (Die Daar – ze konden eerst geen naam bedenken) die vooral in Noorwegen in de jaren negentig furore gemaakt schijnt te hebben. Ik heb een paar liedjes op YouTube beluisterd, bijvoorbeeld het mooie Faren til Ivar  en ik moet zeggen dat ik toch wel onder de indruk ben. Het zijn echt mooie melodieuze popsongs, weliswaar niet super origineel en Nesbo heeft nou niet bepaald een gouden stem, maar ik vind het toch erg knap om zowel boeken van een hoog niveau te schrijven en om daarnaast het gezicht te bepalen (of bepaald te hebben, want ik geloof niet dat ze nog erg actief zijn ) van een volwaardige popgroep.

Categorieën:Uncategorized

Caspian – Überbombast voor anderhalve man en een paardenkop

mei 28, 2011 Plaats een reactie

Bij het concert van Caspian in De Koornbeurs in Delft op 24 april jongstleden had ik wat ambivalente gevoelens. Het concert van de mannen uit Beverly (Amerika) vond ik ronduit fantastisch en het was voor mij echt een voorrecht om erbij te mogen zijn. Ze speelden een ruime selectie van nummers van hun tot nu toe uitgebrachte prachtplaten: van hun debuut de EP You are the conductor en van de twee full-lenght CD’s The four Trees en Tertia. Hoewel ik niet precies kan vertellen welke nummers ze precies gespeeld hebben –  instrumentale nummers lenen zich bij mij doorgaans wat lastiger voor memorisatie, laat staan dat ik in staat ben een complete setlist te reproduceren. Het verbijsterende van de avond voor mij echter was dat er vrijwel geen hond op het concert was afgekomen. Ondanks het feit dat er vooraf redelijk wat publiciteit voor de show gemaakt was, vond uiteindelijk slechts anderhalf man en een paardekop de weg naar het zaaltje. Ik zag de organisator na afloop met een collega nog wel highfiven op de goede afloop, maar ik vond het toch knap genant. Het weerhield Caspian er gelukkig niet van om er een super heftige show van te maken en ze gingen er bij alle nummers zichtbaar met volle intensiteit in. Het was fysiek ook zichtbaar: met name de gitaristen schokten hevig met hun lichaam en hoofd bij het spelen van de ruigere gedeeltes van hun songs. Wanneer muzikanten zo tekeer zie gaan en helemaal verdwijnen in hun muziek, vind ik het altijd zo knap dat het niet ten koste gaat van de kwaliteit.

De weken voorafgaande aan het concert had ik eigenlijk al naar niks anders geluisterd dan naar Caspian. Met name de briljante plaat The four trees bleef ik (uiteraard kostenloos gedownload) beluisteren. Op deze plaat staat een aantal fantastische nummers: Moksha, Some are white light en nog enkele fraaie nummers. De muziek die doorgaans geplaatst wordt in het hokje van de Post-rock is uitsluitend instrumentaal met de gitaren als dominerende factor. Je zou hun muziek kunnen omschrijven als een zeer melodieus soort gitaar georiënteerde over-the-top Überbombast. Bombastisch zijn ze wel (en daar hou ik wel van), met breed uitwaaierende songs die vaak knap opgebouwd worden vanaf een bescheiden intro naar een pakkend crescendo aan het slot, dit alles schitterend mooi en overtuigend. Wanneer je ze vergelijkt met andere bands die ik ken dan staat Caspian wat dichter bij Mono en Explosions in the Sky dan het meer op zakelijke, kortere, heldere songs gerichte Mogwai (mijn absoluut all-time favoriete band). Maar Caspian is nog wat heftiger en intenser (voor zover mogelijk) dan Mono, die ik niet zo lang geleden ook heb gezien, in Doornroosje in Nijmegen. De Japanners speelden trouwens voor heel wat meer mensen dan de Amerikanen nu in Delft.

De debuut EP You are the conductor kende ik nog niet toen ik naar het concert in Delft ging, maar heb ik na afloop direct besteld bij Amazon.com. Ik ben er blij om dat ik dat gedaan heb: de hele EP is overtuigend maar met name de drie eerste nummers zijn verbijsterend goed:  Quovis, Further up, Further in, zelfs nog beter dan het meeste werk van hun twee daaropvolgende cd’s. het is vooral de dominante, vette basgitaar die als een pletwals tekeer gaat en de muziek op die plaat zo heerlijk verslavend maakt.

Het concert in Delft vond plaats in een soort repetitieruimte, met een grote betonnen paal midden in het zaaltje dat het zicht van een behoorlijk gedeelte van de bezoekers ontnomen zou hebben, als die er geweest waren. Ik vind het prima hoor om mijn muzikale voorkeur niet met grote mensenmassa’s te delen. Dat houdt het wat origineel, maar zo weinig mensen. Als ik daar zelf had moeten spelen had ik bedankt.

Voorprogramma was het Duitse Kokomo en het Poolse Tides from Nebula. Die speelden voor nog minder mensen. Tides liet nummers horen van de nieuwe plaat Earthshine, maar die  is ondanks of juist vanwege de productie van Poolse filmcomponist Zbigniew Preisner zwakker, minder bijzonder dan het debuut Aura. De bassist van Tides hanteerde tijdens het concert soms een hele aparte speeltechniek: tijdens de intense gedeeltes van de songs bracht hij zijn basgitaar heel langzaam tot helemaal boven zijn hoofd en ging zo verder met het spelen van zijn akkoorden. Een apart gezicht, zeker in combinatie met zijn niet echt rock ‘n roll-uitstraling. Zowel Tides als Kokomo gaven een prima concert dat zonder meer een vollere zaal verdiend had. Het lot van bandjes in de marge van de spotlights is soms niet te benijden.

Categorieën:Uncategorized

Beetje Mogwai-moe

maart 16, 2011 Plaats een reactie

Gisteren naar Paradiso in Amsterdam getrokken voor een optreden van Mogwai. Bournemouth op 16 februari was eerder de bedoeling geweest, maar door omstandigheden van nog voortdurende problematische aard heb ik mijn reisje naar Engeland dat ik toen al maanden van tevoren al had uitgestippeld, eigenlijk van minuut tot minuut, ondanks permanente opgelegde waakzaamheid om niet voor de gemakkelijke verleiding van het moment te vallen en vooral de woorden februari Mogwai Bournemouth als bakens in de tijd voor me te blijven zien, toch moeten cancellen want het ging ondanks alles faliekant fout, hetgeen ertoe leidde dat ik me in Nederland moest blijven verbijten, mezelf honderd keer verwijtend wat ik allemaal verkeerd had gedaan.
Een schrale troost was dat Mogwai met hun Hardcore will never die but you will-tour ook Paradiso in Amsterdam aandeed. Eerder heb ik ze gezien in de open lucht buiten Antwerpen, de Melkweg Amsterdam en het Patronaat in Haarlem. Van die vier optredens vond ik gisteren eigenlijk het minste, maar misschien ligt die waarneming ook wel aan mezelf. De bandleden stonden er ontspannen bij op het podium. Stuart Braithwaite en John Cummings zagen er duidelijk lichter uit en deden zich tegoed aan gekoelde witte wijn (en waarom ook niet?) Toen ik een paar uur voor het optreden wat rond Paradiso slenterde zag ik Cummings met joggingschoenen aan de stad in verdwijnen en even later kwam ook Barry Burns in korte mouwen in een sportieve outfit voorbij. Terwijl toen ik ze en paar jaar geleden zag ze hard op weg leken om flinke bierbuiken te kweken. Het zullen toch geen gezondheidsfreaks geworden zijn?
Het grootste part van de set bestond uit nummers van hun laatstse plaat (acht in totaal als ik me niet vergis). Live kwamen songs als San Pedro, White noise, How to be a werewolve extreem goed uit de verf. Het leek wel alsof de nummers speciaal geschreven zijn om luid op een podium uitgevoerd te worden. Daarvoor zijn ze ideaal geschikt omdat er vaak zo’n hele mooie pakkende opbouw inzit die leidt naar een snoeihard en verpulverend crescendo waarbij alle losse deeltjes bij elkaar komen. De set werd nog aangevuld met Travel is dangerous, I’m Jim Morrison I’m dead, twee nummers waarmee ik niet zoveel affiniteit heb: Auto Rock en I know you are but what am I (een nummer wat ze altijd spelen als ik er ben, maar ik vind er niets aan) en als laatste van de toegift Mogwai fear Satan. Een nummer dat ze wel een geinspireerder hebben gespeeld. Dat was eigenlijk het probleem: Mogwai deed gewoon zijn dingetje (afgezien nog van het feit dat ik de geluidskwaliteit wat minder vond (minder helder) dan bij vorige gelegenheden). Mogwai deed dat goed tot uitstekend, maar deed ook niet meer dan dat. Misschien moet ik ook niet meer verlangen. Het zit er waarschijnlijk ook niet meer in.
De toevoeging van Luke Sutherland aan de band vond ik vreemd. Zijn bijdrage bleef beperkt en was mijn inziens overbodig. Hij zong op Mexican Grand Prix (toch wel een beetje de dissonant op Hardcore will never die) en speelde een nauwelijks hoorbare viool op een ander nummer. Nul toevoeging. Het voorprogramma werd verzorgd door de sympathieke zwaargewicht R.M. Hubberd, ook weer zo’n typisch vriendelijke, bescheiden Schot die akoestische gitaar speelde. Ik vond het niet bijzonder – tegen het saaie aan. Misschien dat Mogwai hem meeneemt uit sympathie. Ik zag hem voor en na het concert ook meehelpen bij het verkopen van merchandise in een kraampje in het halletje.

Ik denk dat ik het wel gezien heb nu met de concerten van Mogwai. Ik hou eigenlijk niet van concertbezoek. Altijd heb je er wel figuren bij, zoals gisterenavond, die als een epilepticus spastische hoofdbewegingen moeten gaan maken zodra het volume van de band omhoog gaat daarbij het kennelijk van geen belang vinden dat er misschien wel eens mensen kunnen zijn die hiervan last hebben. Ik heb het idee dat concerten meer een sociaal event zijn geworden. Lekker met Twitter erbij. Zo stonden er vlak voor mijn neus gedurende het laatste gedeelte van het concert een jongen met een muts op en een niet onknap meisje met een genadeloos vet achterwerk voortdurend irritant te praten en te flikflooien. Doe dat lekker thuis en val mij er niet mee lastig. Oprotten, opdonderen.
Hoewel ik dit irritante gedrag redelijk wist te negeren, doet het, of je wil of niet, afbreuk aan het genot wat je aan een concert beleeft. En dat is iets wat niet meer hoeft voor mij.
Ik zeg dit nu allemaal wel, maar ik zag net een aankondiging dat ze in juli in Brugge zullen gaan spelen. Dat is toch wel iets dat mij aanspreekt. Mijn favoriete band in het schitterende Brugge. Ik moet erover na gaan denken….

Categorieën:Uncategorized

Genadeloze liquidatie van winkeldochters bij V&D

juni 30, 2010 Plaats een reactie

Bij de V&D in het centrum van Rotterdam was een bediende zijn onverkoopbare winkeldochters kennelijk beu. Voor een habbekrats kocht ik vandaag deze boeken waar je normaal gesproken in totaal zeker 200 euro aan kwijt bent. Praktische bezwaren verhinderden me nog meer in te slaan:

Tot het kopen van boeken van Renate Dorrestein en Adriaan van Dis tegen normaal tarief zou ik zelf niet zo snel overgaan, hoewel ik wel benieuwd ben naar hun werk. Maar bij deze prijzen zet ik mijn bezwaren snel overboord.

Categorieën:Uncategorized

Mono in Doornroosje

mei 15, 2010 Plaats een reactie

Een schitterend concert van Mono in Doornroosje in Nijmegen, de stad waar ik nog niet eerder geweest was. Zoals gebruikelijk combineerden we (mijn vriendin en ik) dit concert met een uitje naar de stad inclusief hotelovernachting.
De Japanse band Mono had ik al enige tijd in het vizier. Ze maken geheel instrumentale gitaargedomineerde muziek die lijkt op bijvoorbeeld Mogwai, de Schotse band die ik ook al fantastisch vind. Net als bij Mogwai is er sprake van lange nummers met vaak een trage opbouw die eindigen in een bruut apocalyptische finale. Mogwai vind ik iets gevarieerder, ze gebruiken naast de gitaren ook veel electronica en zijn wat minder standaard in de opbouw van hun nummers. Mogwai zingt soms ook, zoals op “Happy songs for happy people”, en als ze dat doen ook wel via de vocoder. Mono doet dit allemaal niet. Mogwai speelt gitaarmuziek (twee gitaristen, een basgitariste en een drummer die ook een gong tot zijn beschikking heeft) en that’s it.
Mono maakt een toernooi als promotie voor hun laatste plaat: Hymn to the eternal wind – een fantastische plaat, naar mijn mening hun beste tot nu toe. Het concert bestond voor 80% uit nummers van deze laatste plaat en ze werden op gepassioneerde wijze ten uitvoer gebracht. Bij Mogwai had je het idee dat je naar een stel ambtenaren keek die hun dagelijkse kunstje uitvoerden, bij Mono had ik dat minder. De bandleden gingen volledig op in de muziek, hoewel het contact met het publiek weer compleet nul was. Er stonden op het podium zelfs geen microfoons voor de bandleden! Maar dat maakte me weinig uit. Muziek stond op de eerste plaats. Het volume was goed, lekker hard bij een prima geluidskwaliteit.

Categorieën:Uncategorized

Boekenkoopgekte 15 mei 2010

mei 15, 2010 Plaats een reactie

De andere verslaving lijkt nu een eind weg. De vrijgekomen energie richt zich op literatuur en schaken. Ter compensatie een heeeleboel boeken gekocht die meestal al een tijd op mijn verlanglijstje stonden.

Vaak blijk ik ze pas na langere tijd te gaan lezen, maar ach wat zou het.

Categorieën:Uncategorized
Follow

Get every new post delivered to your Inbox.