idanovsky kreeg geen toestemming voor filmopnames bij Tarkovsky in Italie.achter hem lag. et prettig.
Dit is een vertaling van een artikel uit Ogonjek over de overleden Russische acteur en regisseur Alexander Kaidanovsky. Hij is vooral bekend geworden door zijn rol van Stalker, in de gelijknamige film van de geniale regisseur Andre Tarkovsky. De vertaling is nog een werk in uitvoering.

Ergens in de verte, ging langdurig en doordringend de telefoon. Hij moest er naartoe rennen door een lange, lege gang van 30 meter, langs de vele deuren van de gemeenschappelijke woning. De telefoon doortrekken naar zijn Kamer mocht hij niet, daar waren de buren faliekant tegen (“en ons dan zeker gaan afluisteren?”). Op de deur, waaraan een poster hing van de film Stalker, werd keer op keer geklopt: ” Alexander, er is telefoon voor u!” De gelauwerde kunstenaar, regisseur en acteur, en ooit lid van de jury van het filmfestival van Cannes spoedde zich dan naar de telefoon.
Geen fraaie woning
Hij was erg trots op het plafond met de geschilderde engelen en cupido’s. Hij hield erg van het verhaal dat het hoge plafond ooit door Sudeikin zelf geschilderd was. Toen de vraag zich aandiende over een eventueel vertrek uit de gemeenschappelijke woning, waar 8 families gehuisvest waren, heeft hij serieus overwogen om deze schilderingen mee te nemen naar zijn nieuwe woning.
Zijn Kamer was met 45 vierkante meter het grootst en het meest bijzonder. Aan de andere kant van de gang bevond zich de gemeenschappelijke keuken, waar van ’s-ochtends vroeg tot ’s-avonds laat zijn buren aan het koken waren, herrie maakten met pannen, zaten te vloeken. Hij heeft daar ongeveer 13 jaar gewoond. Op een keer vond hij een stoel bij het vuilnis en nam deze mee naar de gedeelde badkamer. Trots liet hij daarna aan bezoekers zijn “vondst” zien – op de stoelrug was er het opschrift “Vrees grootvader Kondratija”. Zijn verhouding tot de Kamer was alsof het een levend wezen was, hij viel er gewoon mee samen. Hoewel hij tegelijkertijd hunkerde naar een eigen woning en, eindelijk, een toilet voor hem alleen.
Hij wilde leven zoals gewone mensen dat deden. Maar de Kamer liet hem niet gaan. Toen hij ging verhuizen naar een nieuw tweekamer appartement in de Sivtsjev Vrazhek-straat , stierf hij. In zijn Kamer. Iedereen wist dat hij ervan hield om alleen in zijn Kamer te zijn. Uit het buitenland haalde hij wat hij nodig had voor zijn Kamer. Zo kocht hij bijvoorbeeld een zilveren lijst en plaatste daarin een hamer en een sikkel. En in Smolenka kocht hij plastic speelgoeddieren, hij hield vooral van katten. Houten fluiten, blaasinstrumenten, merkwaardige poppen volgestopt met stro. Dit alles vond een plaatsje en werd getoond aan zijn vrienden.

Hij was een Stalker, een gids in het leven, waar alleen zijn Kamer zijn zone was. Hij trok mensen aan, waarvan er veel zijn leerling wilde worden. In zijn omgeving konden mensen zich getalenteerd voelen. Hij was een Gids voor diegenen die geleid wilden worden. De Kamer was een auditorium waar hij aan zijn leerlingen-studenten colleges regisseren gaf, maar hij was ook een filmstudio waar opnames gemaakt werden voor de film “Jonas, ofwel de Kunstenaar aan het werk”.
Inna Pivars, actrice van het theater “LenKom” en weduwe van Kaidanovsky: “ik was geshockeerd toen ik ontdekte dat een persoon van zijn statuur in zo’n uitgeleefde kamer van een gemeenschappelijke woning kon wonen. Er woonden toen allerlei verschillende mensen: alcoholisten, trouwe Stalin-volgelingen, bejaarden, kinderen. Ik maakte kennis met hem bij de audities voor zijn film: “de verheffing tot meester Eckhart”(die als zodanig niet is verfilmd). Hij was toen 48 jaar. We hebben twee jaar samengewoond, en zijn drie weken voor zijn dood voor de wet getrouwd. Tot het einde van zijn leven heb ik hem altijd met U aangesproken, een paar keer heb ik geprobeerd over te gaan naar Jij, maar het lukte me niet, waarschijnlijk door het leeftijdsverschil van 20 jaar. Maar hij vond dat zelfs wel amusant.
Met Evgenija Simonovaja (zijn tweede vrouw) betrok hij een tweekamer flat aan het Poesjkin Plein, het tegenwoordige Bolsjaja Dmitrovka. Na de scheiding liet hij deze flat achter voor zijn vrouw en zijn dochtertje, en verhuisde zelf naar de gemeenschappelijke woning. De eigenaresse daarvan, overvloedig voorzien van briljanten, kwam in eigen persoon naar hem toe met het voorstel om te verhuizen naar de kamer aan de Vorovskij-straat. Ze zei tegen hem: “U bent een kunstenaar, deze kamer komt u toe, hij is groot en bevindt zich in het centrum” Hij ging toen kijken, zag het plafond en stemde direct in. Toen hem daarna gevraagd werd: “maar waarom nou precies daar?”, antwoordde hij: ik raakte verblind door de glans van de briljanten.”
Inna zegt: “Na de dood van Alexander heb ik vaak het verwijt gekregen dat ik veel spullen met onbekende bestemming heb weggehaald, en allerlei beschuldigingen van jaloerse vrouwen. Ze belden op naar het theater Mark Zacharov, waar ik werk en zeiden: “Ze kon zelfs niet wachten tot het lichaam van Kaidanovsky koud was, toen ze al begon met alle spullen te verzamelen en wie weet waar te verbergen!”. Het condoleren en het afscheid duurde 9 dagen, en dat alles gebeurde in zijn Kamer. Zoveel mensen zijn er geweest, dat ik van sommigen niet eens het bestaan vermoedde. Toen ze aan tafel aanschoven, zeiden ze: Inna weet niets van deze kamer af, daarvoor moeten we bij Natasja zijn, zijn vorige vrouw”. Toen Natasja Kaidanovsky haar twee kleine kinderen, van wie Alexander de pleegvader was geworden, meenam naar de begraafplaats, keek iedereen hen medelijdend aan zeiden tegen elkaar: “arme mannekes”. Dag en nacht waren er mensen bij me die huilden, dronken en over het lot van de Kamer wilden beslissen.
Sommigen wilden dat hier een museum zou komen, anderen hebben hier ter plekke een commissie samengesteld die zich bezig moest gaan houden met de erfenis van de overledene. Eensgezind werd Sergei Solovjev gekozen tot hoofd van de commissie. Veel heb ik pas later gehoord. Ik werd voor een voldongen feit gesteld: dit zal worden verkocht om de schulden van Alexander af te betalen, en dat wordt meegenomen als persoonlijk aandenken. En toen is een groep vrienden een rechtszaak tegen mij begonnen, teneinde ons huwelijk ongedaan te maken en ongeldig te laten verklaren. Die mensen hebben de legitimatiebewijzen van twee van zijn dochters weten te bemachtigen ( de oudste woont nu in Rostov) en uit hun naam een acht bladzijden tellende verklaring opgesteld, die er op neer kwam dat hij op het moment dat met mij in het huwelijk trad niet toerekeningsvatbaar was.
Zoja Simonova distantieerde zich van deze zaak, de oudste dochter van Kaidanovskij houdt wel vast aan haar rechten op de erfenis. Op dit moment is de erfeniskwestie een rechtszaak geworden.
Inna: “Op een keer ging ik naar een vergadering van de commissie die zich bezig houdt met de verdeling van de erfenis bij de Raad van filmmakers, waar anderhalf uur gediscussierd werd over de vraag of de complete inventaris beschreven en bewaard diende te worden voor het toekomstige museum. Alexander had een enorme bibliotheek met filosofieboeken verzameld. Er werd overwogen om al zijn boeken te registreren, al zijn afbeeldingen en zelfs zijn vorken. In alle ernst werd besloten waar zijn hond Zina en zijn kat Nosferatu naartoe moesten. Georgij Rerberg maakte op de vergadering zelfs een grapje: waarom laten we ze niet opzetten? Daarna kregen ze eindelijk aandacht voor mij: “Heb jij een plek waar je naartoe kunt?” Ik antwoordde: “Die heb ik, maar ik heb daar geen meubels, mag ik de bank meenemen?” Solovjev gaf me hiervoor toestemming: “de theepot, de handdoeken, lepels en de bank mag je natuurlijk meenemen.” Maar de zaal maakte direct bezwaar: “Maar Sergej Alexandrovitsj, vergeet niet dat de bank historische waarde heeft, gezien het feit dat Alexander daarop overleden is.”
Lora Andreeva, nieuwsfotograaf en vriendin van Kaidanovskij: “Ik kreeg een brief van Solovjev, waar zwart op wit stond vermeld dat alle persoonlijke spullen van Alexander die ik nog in mijn bezit had, aan het Kaidanovskij museum afgegeven diende te worden. Maar welk museum bedoelden ze eigenlijk?”
Joeri Klimenko, cameraman: “We wilden van zijn kamer een museum maken, waar mensen naar binnen konden lopen, maar dat werkte niet. Met de eigenares van het huis kwamen we overeen dat er niets veranderd zou worden: meubels, schilderijen etc. En vrienden mochten hier langs komen om elkaar te ontmoeten…Maar van Alexander is niets overgebleven. De commissie bestaat tot op de dag van vandaag, Solovjev is daar de voorzitter, ik hoor daar ook bij en trouwens ook Inna Pivars die niet op de vergaderingen komt. Maar het museum komt er in ieder geval, we zullen de Kamer van decoraties voorzien. Alexander heeft destijds het Kaidanovsky fonds opgericht, dat tot de dag van vandaag bestaat. Er is al een boek uitgegeven met zijn scenario’s. Ter gelegenheid van zijn derde sterfdag is een bundel in de maak met herinneringen. God zij dank had Kaidanovsky meer vrienden dan familieleden.”
Het begin
Jevgeni Hanis, jeugdvriend: “Toen we elkaar voor het eerst tegenkwamen was ik 15 en hij 14 jaar oud. Hij leerde in Dnepropetrovsk voor lasser op de technische school. Het idee om lasser te worden, dat wil zeggen een echte man, was afkomstig van zijn vader, die werkte als loodgieter. Maar hij zat er nog geen jaar , toen hij naar Rostov stormde om daar een theater opleiding te gaan volgen. En dat allemaal omdat wij toneel speelden bij een amateur toneelgroepje. Alexander speelde daar voornamelijk de kleine rolletjes: die van de Duitse krijgsgevangene in het stuk ”De eerste dag van de Vrijheid” een minuscule scène in het toneelstuk van een plaatselijke schrijver. Maar dat was niet belangrijk: het voornaamste was om op het toneel te staan! Ik herinner me nog dat we op een bankje zaten en stukken van zijn geliefde Gumilev uit ons hoofd leerden, dat we de natuur introkken en dat ik daar voor het eerst hoorde hoe Alexander zijn liedjes zong op de gedichten van Boznesenskij (op dit moment worden de liedjes van Kaidanovskij gezongen door Evgenija Simonova – red.).
Hij was een echte vriend. Op een of andere manier was ik er achter gekomen dat iemand achter mijn meisje Tamara aanzat. Met een heel gezelschap stonden we bij het StudentenPaleis, toen mijn concurrent langs liep. Alexander bedacht zich toen geen moment en wierp zich als een stier op hem en ze vochten vervolgens, volgens de riddertradities van Dnjepropetrovsk, een gevecht uit van man tot man. Alexander’s lip was behoorlijk gehavend, maar ook zijn “vijand” was ook stevig toegetakeld. Toen ik hem vroeg: “waarom?? Dit is mijn zaak!”antwoordde hij: “maar hij heeft immers iemand van onze groep beledigd!”
Lora:”De eerste keer dat ik Alexander zag, was toen hij uit Rostov kwam om Moskou te bezichtigen. Ik werkte toen in de Denezhnij-steeg als plaatsvervangend chef in “de winkel van het Franse boek” Hij liep op me af, en vroeg gewoon: “Heeft u boeken van Tarkovskij?” Hij kende heel veel gedichten van Tarkovskij, Severjanin, Poesjkin, Zabolotski en Bagritskij uit zijn hoofd…Tarkovskij sloeg hij nog hoger aan dan alle andere dichters. Het lot bracht hem later samen met zijn vermaarde zoon.
Boris Galkin, klasgenoot van Kaidanovskij: Er hing een sfeer van vrijheid in het Sjoek (….), maar toch werd de toneelschool door de heersende ideologie bepaald. En toen ineens dook Alexander op. Vrij en onafhankelijk. Een vreemde vent, op het eerste gezicht onbenaderbaar. Je hebt maar drie woorden nodig om hem te beschrijven: goedheid, moed en eer. Van eergevoel hadden wij geen idee, maar hij had dat wel. Wanneer ik me de zinloze knokpartijen uit onze studententijd weer voor de geest haal, volkomen gestoorde situaties, bepaalde vechtpartijen, dan was de keus voor Kaidanovskij altijd heel erg duidelijk: alles voor zijn vrienden! En als er zo’n ordinaire politieagent hem aansprak met “jij”en hem, godbetere, hem vastpakte bij zijn mouwen dan slaagde hij er toch in om, in plaats van hem een knal te geven, te zeggen: spreek me alstublieft aan met U. Dat was geen pose. Hij was nog een representant van de negentiende eeuw, vandaar uit bepaalde hij zijn positie en bepaalde hij zijn kijk op de wereld.
De waakhond Zina werd als puppy bij de ingang van zijn woning opgepikt door de door hem zo geliefde Asja, die als decorontwerper met hem samenwerkte in de film “de vrouw van de demagoog” . De puppy noemde hij naar zijn favoriete tante Zina uit Dnepropetrovsk. Zijn kat Nosferata - ook wel Nosik genaamd – werd voor hem op de Arbat gekocht door een Engelse kennis van hem die een tijdlang bij hem inwoonde en hem Engels leerde. Toen het katje erbij kwam, beeldde Zina zich in, dat ze moedertje voor hem kon spelen. Ze kreeg zelfs een valse zwangerschap, en ze kon Nosik van moedermelk voorzien.
Een jaar voor zijn dood begon Kaidanovskij opeens te schilderen, en nog wel met olieverf. Het eerste wat hij vastlegde was het schilderij: Mijn Gezin – dat wil zeggen, zichzelf, Nosik en Zina. Hij zei: “vrouwen komen en gaan, maar Zina en Nosik zullen er altijd zijn.” Hij stemde in met een televisie-uitzending gemaakt door Solovjev over zijn Kamer vooral omdat Zina op dat moment zwanger was. Aan het einde van het programma wilde hij de kijkers bekend maken met de toekomstige puppies. Daarna rinkelde de telefoon voortdurend van mensen die geïnteresseerd waren om zich te ontfermen over een van Zina’s puppies. Zelf heeft hij de nieuwe baasjes nog uitgekozen.

Lora: “over de telefoon overlegde Alexander volkomen serieus over de alternatieven: “de een heeft een datsja, maar een kleine woning, en de ander heeft weer een ruime kamer, maar geen datsja…”. Alexander maakte op een keer kennis met een vriendin van mij. Toen hij hoorde dat zij gynaecoloog was, verzuchtte hij: “Jammer dat ik u niet eerder ben tegengekomen.” Maar toen Zina moest gaan baren, herinnerde hij zich haar. Hij betaalde een taxi, en zij zat dagenlang naast Zina, om te assisteren bij de geboorte. Het was aandoenlijk zoals hij de puppies verzorgde: hij stak de straat over naar het Ierse Huis om yoghurt en verse melk te kopen…na de uitzending, toen zich een rij van gegadigden had gemeld voor de “kinderen”van Kaidanovsky, vroeg mijn vriendin de gynaecoloog via mij om onderdak te regelen voor de twee bulldog-jongen van haar buren. “wat maakt het immers voor hem uit?” Maar zijn reactie verbaasde mij compleet. Na een lange pauze zei hij: “Maar dat is bedrog. Begrijp je dan niet dat ze de jongen van Zina willen?”
“Alexander, je wilt toch niet beweren dat jouw jongen de naam Kaidanovsky dragen?” Hij zweeg opnieuw (hij wilde me niet beledigen, maar wist niet hoe hij het me duidelijk kon maken) en zei toen: “Als je dat serieus bedoelt, kun je dat inderdaad zo stellen.”
Een katteninfarct
Kaidanovsky had last van hoge bloeddruk. Een kennis van hem had hem uit Frankrijk zeer moeilijk verkrijgbare medicijnen opgestuurd, maar toen deze op waren, moest hij zich naar Moskou haasten om ze daar te kopen. Dat kon niet anders dan consequenties hebben voor zijn hart.
Inna: “Alle drie de infarcten gebeurden in de periode dat we elkaar al kenden en waren kort achter elkaar. Hij noemde het eerste zijn “katteninfarct”. Dat ging als volgt. Gedurende de dag maakte hij zich gereed om naar de “Mosfilm-studio”te gaan, om daar een contract te tekenen voor een grote rol in de film “Nostradamus”. Hij was erg nerveus en maakte zich grote zorgen, omdat dat zou betekenen dat hij geen opnames kon maken voor zijn eigen film. Ik ben toen naar mijn eigen huis vertrokken. Dat was een van de weinige keren dat ik juist heb gehandeld. Met tegenzin volgde ik het advies op dat het soms beter is om hem alleen te laten. Hij wilde alleen zijn en tot ’s-ochtends vroeg aan zijn scenario op de computer werken. Je hoeft niet altijd bij hem te zijn.
’s-Avonds belde hij op en vertelde hij dat hij zich slecht voelde: Ik ben achter Nosik de trap opgerend, hij was uit het huis gevlucht. Ik ga niets schrijven en ga zo naar bed.” Half vier ’s-Nachts belde mijn buurvrouw Lena:”Inna, Alexander heeft een infarct. Hij vraagt of je wilt komen. Zina en Nosik blijven alleen achter.” Zijn tweede infarct kreeg hij tijdens een college in het VGIK. Hij werd ineens duizelig en viel op de grond. Hij lag in een geïsoleerde cel met een telefoon. Achter het wandje stond zijn medecursist Len (?) Filotov.
Het derde overleefde hij niet. Op een zondagmorgen in december werd hij beroerd. Hij stond op, kleedde zich aan en begon heen en weer te lopen; hij voelde zich slecht. Daarna ging hij op de bank liggen. Toen de ambulance een kwartier later arriveerde, kon hij al niet meer gered worden. Hij stierf aan een zwaar hartinfarct. Hij was nog helemaal niet klaar voor de dood, hij zich er niet op voorbereid. Hij had geen testament gemaakt. Wat overbleef op zijn boekenplanken waren zijn onvoltooide scenario’s Dromoman (Jaargetijden), Verjaardag, Windstilte, Budka en Present Indefinite.
Lora: “Het verbaasde me zeer dat Gluzskij, die dit jaar 80 oud wordt, alleen met een stok liep van niemand hulp nodig had. Hij liep naar Alexander toe, bij de onthulling van het monument, hoewel hij maar een keer met hem in een film (de 10 negers) had gespeeld. Toen ik hem vertelde dat ik Alexander al ongeveer 30 jaar kende, zei hij: ik wil u geluk wensen met het feit dat u bevriend was met een persoon die nu in de hemel woont.
De acteur Michail Gluzskij: we leerden elkaar kennen bij de opnames van “de tien negers” en raakten bijzonder goed bevriend. Hij leek volstrekt niet op de mensen uit zijn omgeving. Het was alsof hij van een andere planeet kwam. Hij beschikte over een vreselijke aantrekkingskracht. U zou zijn ogen eens hebben moeten zien. Ook zo naïef, voor iemand met zoveel talent. Ik zag hem voor het eerst in “Thuis bij vreemden” en als een magneet werd mijn aandacht door hem getrokken. Hij was een unieke persoonlijkheid die met niemand anders verward zou kunnen worden. Na Jalta, hebben we elkaar nog vaak in Moskou gezien, en gingen hartelijk met elkaar om als mensen die elkaar al lange tijd kenden. Bij mij in de boekenkast staat nog altijd een foto van hem, als acteur was er niemand zo goed als hij. Ik bewaar hem in mijn geheugen. Misschien is zijn foto wel een soort ikoon voor mij.
Kaidanovsky was een gedoopt mens, en bij de onthulling van het gedenkteken heeft Inna de geestelijke gevraagd om een rouwdienst te houden. Het was een zonnige dag in oktober. Inna zei: wat een goddelijke dag!. Maar de geestelijke wierp tegen: we hebben geen geluk met het weer, misschien is dat wel een teken. En opeens viel de sneeuw met dikke vlokken uit de hemel. Dat duurde 10 minuten, evenlang als de hele rouwdienst.
Lora: tijdens zijn leven zocht hij God vooral in de kunst. Hij las me eens enkele regels voor uit het werk van Leontiev, waarvan de essentie op het volgende neerkomt: wanneer de geest het lichaam verlaat, wordt ze vrij. Van datgene wat overbodig is en onnodig. En dan zal ze gelukkig zijn. Hij zei: wanneer geluk een dergelijke vorm zal krijgen, dan hem ik dat geluk niet nodig. Ik heb al die hoogstaande deugden niet nodig, naar de hel met dat soort geluk. Ik wil een lichaam hebben, ik wil doen, vrouwen liefhebben en met ze vrijen, ik wil alles wat aards mens doet! Films maken!

Alexander Adabasian, scenarioschrijver en regisseur: zoals ik nu over Alexander lees, verbaast het mythische beeld mij dat hij wordt geportretteerd als een eenzame filosoof, die onafgebroken uitsluitend Duitse schrijvers uit de 19e eeuw zat te lezen. Inderdaad heeft hij veel gelezen en heeft hij een prachtige bibliotheek bij elkaar verzameld, maar verder was hij toch vooral een heel erg levendig mens. Hij verbaasde mij door die eigenaardige mengeling van een enorme ontwikkeling als persoon en aan de andere kant de passie van zijn in Rostov gevormde karakter. “thuis bij vreemden” hebben we in Tsjetsjenië-Ingoesetie opgenomen, het huidige oorlogsgebied. De bevolking daar is temperamentvol en toen werd ik verbaasd door Alexander’s strijdlustigheid om zijn gelijk niet alleen met zwaarwegende argumenten te verdedigen, maar ook met zijn vuisten. Hij was agressief en tegelijkertijd was hij in staat om alle plaatselijke boekwinkels af te gaan. Hij heeft me daar een doorleefd exemplaar geschonken van Tynjanov’s “de dood van van Vazir-Muchtar”. Hij was jeugdig, voetbalde met iedereen en zwom in het meer. Hij hield van grapjes maken. In onze film was er een scène met een ram. Alexander had hem uit een kudde uitgekozen. Hij vond het aardig om een stok weg te werpen en dan te zien dat de ram er achteraan ging, als een hond. Hij leende een geweer bij iemand en in zijn uniform van de Witte Garde officier Lemke, rende hij als de vermaarde grensbewaker Karatsupa met de aangelijnde ram over het plein waar de opnames gemaakt werden (red: Nikita Karatsupa was ten tijde van Sovjet-Unie een veelvuldig onderscheiden grensbewaker).
Uit zijn dagboek: 23 maart 1993. Al mijn ervaringen met vrouwen. En die ervaringen waren bijzonder stompzinnig. Hoe vreemd eigenlijk, alleen wanneer ik me in mijn gevoelens niet gelukkig voel, ben ik in staat om iets te maken, dat wil zeggen zonder daarvoor iets terug te krijgen. Gevoelens straalden bij gewoon al te eenvoudig weg uit mijn oren. Het is niet aannemelijk dat ik nog een film van betekenis zal kunnen maken, daarvoor ben ik te laat met regisseren begonnen. Maar een ding weet ik zeker. Je moet films maken en niet nadenken over het belang van de eigen persoon. Al datgene wat van ondergeschikt belang is moet worden buitengesloten en…..
Hij was enorm gepassioneerd en kon heel snel verliefd worden. Schoonheid waardeerde hij het hoogste bij vrouwen, en daardoor werd hij ook vaak teleurgesteld. Hij had een ex-vriendin, voor wie hij altijd medelijden voelde. Toen zij erachter kwam dat hij met Inna zou gaan trouwen, belde ze hem op en dreigde ze met zelfmoord. Hij is toen naar haar toe gegaan en heeft haar langdurig getroost. Vaak werd hem gevraagd over het waarom van het grote aantal stempels in zijn paspoort. Dan zei hij: ik heb ze niet nodig, zij hebben ze nodig. Mij maakt het niet uit. Want het samenwonen met hem was bepaald geen geschenk. Je moest je gedragen als een grijs muisje. In een van zijn scenario’s schreef hij: de eenzaamheid is schitterend, vooral wanneer je niet alleen bent.” Zijn eerste vrouw heette Ira. Zij is nu in Rostov hoofd van de psychologie faculteit aan de universiteit. Ze heeft een dochter van Kaidanovsky, Masja, die ook in Rostov woont. Hij voelde zich altijd aangetrokken tot jongere meisjes. Toen hij met de toen 18-jarige Evgenia Simonova trouwde, zei hij: “hoe aangenaam is het om een onbeschreven blad te pakken, wanneer we van elkaar zullen scheiden zal het blad volgeschreven zijn. Ik kan daar als het ware een nieuwe ziel in leggen.“
Lora: onophoudelijk streden in hem zijn verlangen om zijn eenzaamheid te bedwingen en de wens om alleen te blijven. Die tegenstelling dreef hem zijn hele leven in de hoek. Daardoor ook die voortdurende wisseling van vrouwen en zijn krankzinnige affaire met Valerina Maljavina. Als door een wonder bracht hij het er levend bij haar af. Ze hadden zich in hun aderen gesneden. Of waarschijnlijker, zij had hem gesneden . Als jij het niet kan, help ik je wel. Samen besloten ze uit het leven te stappen, zoals Romeo en Juliet dat deden. Zelf had ze zich nauwelijks gesneden, maar hem zodanig dat de kamer rood van het bloed zag. Twee dagen hebben ze in het ziekenhuis gelegen. Toen Maljavina voor moest komen in verband met de zelfmoord van Stasa Zdanko, trad hij op als getuige en zei: waarschijnlijk heeft ze het complete werk van Dostojevski van voren tot achteren gelezen. Toen ze uit de gevangenis kwam en ze begon te vertellen over haar relatie met hem, vroeg ik: “Alexander, waarom doe je daar niks aan?” “Waarom zou ik? Toen was dat een compleet ander mens, dat was ik niet. Kun je je het nu voorstellen dat ik bij een temperatuur van minus 50 graden in het holst van de nacht “Valja, Valja”zou gaan gillen? “Was ik dat werkelijk zelf?”

Toen hij besloot om met Inna te trouwen, heeft hij eerst met veel mensen overlegd en deze stap goed overwogen. Er is een aantekening uit zijn dagboek bewaard gebleven, dat pas na zijn dood werd gevonden: “11 november 1995. Een veelbetekenende dag. Ik ben getrouwd, en volkomen gelukkig!
30 november 1995. Binnen is het een chaos en een bende. Geld voor de woning hebben ze nog niet gegeven. Ik ben al vier maanden met de verbouwing bezig. Een troost: ik heb een jonge, mooie vrouw”.
Vechtersbaas
Kaidanovsky stond bekend als vechtersbaas. Op een keer kwam hij bij iemand thuis een oude bekende tegen. Hij had een bloedhekel aan ook maar de geringste vorm van chauvinisme. Wanneer mensen zomaar gekleineerd werden, kon hij daarvan ontploffen van woede. Een gevoelig onderwerp voor hem was de val van de Dekabristen. Hij bewonderde ze enorm. En opeens zei deze gast, een professor in de psychologie,: “De Dekabristen moesten uiteindelijk wel verliezen, want er waren een aantal Joden in geïnfiltreerd”. Kaidanovsky pakte een vork van tafel en stortte zich op hem. Woedend joeg hij de professor tot onder de krantentafel, en bleef met de vork netzolang boven hem staan totdat hij zijn excuses had gemaakt.
Hij was eens veroordeeld: drie jaar voorwaardelijk had hij gekregen. Voor een vechtpartij. Met zijn klasgenoot Vanja Dichovichnij liep hij terug door een pretpark. Bij een van de attracties stonden ze stil, Kaidanovsky begon te vloeken (wat hij overigens bijzonder stijlvol kon) en een vrouw die in de buurt stond werd hier kwaad over: “Ik ga de politie bellen! Jij zorgt al 15 dagen voor overlast, stuk stront dat je bent”. Hij kon zich niet meer inhouden en greep haar vast. Er volgde een arrestatie en een rechtszaak. Het slachtoffer bleek ook nog eens rechter te zijn. Er hing hem een serieuze straf boven het hoofd. Hij werd gered door het Vachtangovski Theater dat een borgsom voor hem betaalde. Maar ook na deze geschiedenis bleef hij nog vaak op de vuist gaan.
Portret van zijn ziel
De vermaarde Hanna Schygulla was eens bij hem op bezoek en was een en al lof over zijn acteerprestaties. Hij gaf haar twee van zijn schilderijen cadeau. Ze was stomverbaasd: “Bij ons in Duitsland kan je hiervoor een auto kopen”.
Lora: “Hij heeft me zijn zelfportret gegeven: Hij draagt daarop een wit nachthemd en, tot mijn verbazing, een stropdas. Hij gaf hierbij de volgende uitleg: dat ben niet ìk, maar een symbool van mijn ziel. Ik weet ook niet wat mijn ziel met deze stropdas te maken heeft. Maar kan ook maar iemand met zekerheid beweren dat hij zijn ziel kent?” Een maand voor zijn dood belde hij me op en vroeg me: “Lora, is het schilderij nog heel?” “Natuurlijk, Alexander”. “Ik wil graag dat je het bewaart, niet omdat ik het gemaakt heb, maar omdat er een stukje van mezelf in zit. Net als in een gedicht van Arsenij Tarkovsky: “Hoe eenzaam heb ik het, aan de muur hangt een portret.”
Hij bewonderde mensen die alleen voor hun passies leefden. Het dagelijkse leven vond hij triviaal. Hij was in staat om mededogen te hebben voor mensen. In zijn woning is eens een oude vrouw overleden. Wanneer hij naar de supermarkt ging, deed hij ook boodschappen voor haar. Het vermogen om te kunnen vergeven had hij hoog zitten. Hij kon om niets ruzie maken, maar kon het nog sneller bijleggen. Thuis was er niets van hemzelf. Hij had geen videocassettes van zijn films. Die hadden al niets meer met hem te maken. En thuis had hij zelfs geen video’s van Stalker.
Hij hield er niet van om de film Stalker te zien en hij hield er niet van wanneer hij vergeleken werd met de hoofdrolspeler van deze film. Het klinkt misschien vreemd, maar juist na deze schitterende rol raakte hij teleurgesteld in zijn vak besloot hij regisseurslessen te gaan nemen bij de studio van Andreij Tarkovsky. Helaas was de meester in Europa achtergebleven en Kaidanovsky kreeg toen de lessen toen van Solovjev. Van wie hij trouwens uiterst matige beoordelingen kreeg: vijfjes en zesjes. Ook Eldar Rjazanov was bepaald niet gecharmeerd van zijn kwaliteiten als regisseur. Vreemd misschien, maar gesprekken over Tarkovsky kapte hij altijd af. Hij zei altijd hetzelfde over hem: “hij wist precies wat hij wilde”. Een keer voegde hij daar nog aan toe: “dat is het enige waarin ik op hem zou willen lijken”. Toen hem gevraagd werd naar een bijdrage voor een boek met herinneringen aan Tarkovsky, weigerde hij. Maar hij kon met smaak vertellen over de opnames van Stalker. Tarkovsky had voor zijn rol in Amerika een speciaal,doorzichtig masker besteld dat als gegoten op het gezicht zat zoals bij Fantoma. Op een keer ging hij naar huis met zijn masker nog op hoewel het behoorlijk warm was. Hij vroeg de chauffeur om bij een bakkerij te stoppen, omdat thuis het brood op was. Het was heet, hij gaf de verkoopster geld en haalde het masker van zijn gezicht. De verkoopster die zag hoe de klant zijn eigen huid lostrok viel flauw van schrik. Daarna duurde het nog veertig minuten voordat hij thuis was, al die tijd had hij nodig om van de verkoopster af te komen.
Toen de cameraman Rehrberg er tijdens het maken van de film mee ophield, vertrokken er met hem 30 anderen: costumeurs, grimeurs, mensen van het licht…zijn hele crew. De film werd in zijn geheel nog een keer opgenomen, nu met de cameraman Knjazhinskij. De officiële lezing van Tarkovsky verklaarde dit door de beëindigde samenwerking met zijn cameramensen tijdens het maken van kopieën van de film. Kaidanovsky had echter sterke twijfels over deze versie. “Hij wilde gewoon een andere film maken. Ik speel in wezen een andere Stalker. Ik heb er daar twee van.” Toen Rehrberg vetrok baarde dit Kaidanovsky grote zorgen: “ik was Tarkovsky onvoorwaardelijk gehoorzaam, maar op het menselijke vlak kon ik met hem in discussie gaan.” Toen die mensen met Gosja vertrokken, zei ik tegen Andre: “van mensen die tot in hun ziel hebt beledigd, kun je niet verwachten dat ze nog voor je op komen draven.” En dat ondanks het feit dat Tarkovsky hem een keertje te hulp is geschoten. Kaidanovsky probeerde een keer een sigaret aan te steken aan het brandende verwarmingselement van een theeketel. Terwijl hij deze in zijn handen had ontplofte het plotseling. Rondvliegende deeltjes veroorzaakten verwondingen aan zijn ogen. Tarkovsky zocht een arts voor hem uit en regelde een operatie. rmingselement van een theeketel van een theeketelsteken aan een brandende dompelaar van een ketel.telkomen.eurs, grimeurs, lich
Wanneer ze over hem schreven dat hij een leerling en een volgeling van Tarkovsky was vond hij dat niet prettig. In niets wilde hij een volgeling zijn. En dat was hij ook niet. De film Stalker werd voor hem zowel een grandioze film, als het einde van een carrière. Als intelligent mens moest hij wel begrijpen dat het in zijn leven nooit meer beter dan dit zou worden. Kaidanovsky kreeg geen toestemming voor filmopnames bij Tarkovsky in Italië. In Nostalgia zou hij de hoofdrol spelen. Bij de bond van filmmakers was een anonieme brief binnengekomen, waarin verteld werd dat hij zojuist gescheiden was van Simonova en dat hij zich schandalig gedroeg etc. Tarkovsky zei tegen hem: het is jouw rol en niemand anders dan jij zult hem spelen. Jankovski kreeg de rol. Het gevoel gekrenkt te zijn verdween niet bij Alexander. De film Stalker was als de zone: hij liet ook bijna niemand meer gaan. Van degenen die erin speelden en hem maakten is bijna iedereen overleden.
Toen ik de op Tolstoi geïnspireerde film “de eenvoudige dood” maakte was ik erg bang voor de dood, daarom ook maakte ik de film. Door me te verdiepen in de ondraaglijk zwaarte van het verhaal van Tolstoj, lukte het om van die obsessie af te komen. Nu maakt het me niet meer uit: het is zinloos om bang te zijn voor het onvermijdelijke.”
Zijn eerste hartklachten kreeg hij zo’n tien jaar voor zijn dood. Vaak werd hij ’s-nachts wakker van de pijn. In het begin dacht hij dat het zijn maag was. Hij liet zich er niet voor behandelen. “ik moet nog heel veel dingen doen, omdat ik merk dat ik begin te grijpen naar mijn zij, dan wel mijn maag, dan wel mijn hart. Je kunt niet werken, wanneer je het gevoel hebt dat je een zak met ongebluste kalk in je borststreek moet meedragen! De laatste tijd zit heb ik vaak het woordenboek voor me en bestudeer daarin woorden als: “lijden, duisternis, verdriet, obsessie, spot, slapeloosheid, beledigen, beschadigen, …dit alles kun je vervangen door één werkwoord: vergeten en door een ander tweede woord: zinloosheid.
Irina Zaitchik