JahresTage

april 30, 2008

Een witgehemd orkestje. Over Marte Jacobs - Tim Krabbé

Ingedeeld onder: Boeken — varlam @ 2:28 pm
Tags: , ,

De jonge dichter Emile Binenbaum heeft zijn verliefdheid vertaald in woorden, en een gedicht geschreven over zijn heimelijke geliefde Marte. Pasgeboren girafje heet het. Een mooie titel. Dit pasgeboren girafje is een gecodeerde liefdesverklaring, en niet direct herleidbaar tot Marte omdat Emile zich een beetje schaamt voor het leeftijdsverschil tussen hem en haar van 6 jaar.

Dit op jonge leeftijd door Emile geschreven gedicht blijkt niet minder dan een voltreffer, niet alleen werd het zijn persoonlijke favoriet tussen zijn duizenden andere gedichten, maar ook die van lezers en later zal het uitgroeien tot een klassieker. Hetgeen wel blijkt uit de volgende zin uit het boek:

Als “Emile Binenbaum”het antwoord was in een quiz op de televisie, dan was dat nooit op de vraag wie de grootste dichter van Nederland was, maar altijd op de vraag wie Pasgeboren Girafje had geschreven. (blz 142). Let ook op dat pedante “altijd”.

Tuurlijk. Zou ook een typische vraag zijn die je wekelijks tegenkomt bij een quiz op televisie: wie is de grootste dichter van Nederland? Kan zo in “twee voor twaalf”…Gekkigheid natuurlijk. Enfin, de grootste schrijver van Nederland is Krabbé in elk geval niet.

Wat mij enigszins stoort is dat in “Marte Jacobs” zo vaak naar het gedicht Pasgeboren girafje wordt verwezen en het dus essentieel is voor het boek, maar dat het gedicht nergens deels of integraal weergegeven wordt. Dat is dan kennelijk iets wat aan de bekende verbeelding van de lezer overgelaten moet worden, zoals dat dan heet. Ik vind dat toch onbevredigend.

De lezer wordt op deze manier iets wijsgemaakt zonder dat het waargemaakt wordt. Een auteur kan op die manier alles wel beweren in een roman zonder het aannemelijk te hoeven maken.

Het gedicht Pasgeboren girafje is een publiekslieveling, en in de loop der jaren een klassiek gedicht geworden, een evergreen die niet mag ontbreken bij welke voordracht in het land van Binenbaum dan ook. Waarom staat het dan niet in het boek, waarom de lezer geen deelgenoot maken van de eenvoud en de schoonheid van het gedicht?

Het antwoord is ontluisterend en simpel, ben ik bang. Dit gedicht is er namelijk niet, Krabbé maakt zich er hier wel heel gemakkelijk vanaf en faalt dus in het waarmaken van zijn pretenties (meesterwerk, klassieker, publiekslieveling…kom op dan, laat het zien in het boek…).

Iets dergelijks stoorde me ook al in Sneeuw van Orhan Pamuk. Natuurlijk een ander boek: een complexe roman en niet een novelle met één thema, maar niettemin laborerend aan hetzelfde euvel en daarmee afbreuk doend aan de kwaliteit en geloofwaardigheid van het boek als geheel. Dichter Ka hervindt in Sneeuw in Kars zijn inspiratie en de gedichten komen na jaren van literair droogstaan als goddelijke ingevingen opnieuw tot hem, maar de inhoud of de regels ervan vind je niet terug in het boek Sneeuw, terwijl ze wel degelijk van grote betekenis zijn voor het boek.

Marte Jacobs deed me denken aan “Een vlucht regenwulpen” van Maarten ’t Hart en aan “Terug tot Ina Damman” van Simon Vestdijk. Ook daar onbereikbare jeugdliefdes (en in ’t Harts boek heet het meisje toevallig bijna hetzelfde: Martha), platonische verliefdheden waarbij de lezer deelgenoot is van de kolkende gedachtestromen van de protagonist. Ook daar het continue analyseren en het op zichzelf betrekken door de hoofdpersoon van elke beweging, elke uitgesproken zin van zijn geliefde of afstand, met wie zoals in dit boek wel contact is en met wie gesproken wordt, maar niet over datgene waar het werkelijk om draait.

Marte Jacobs onderscheidt zich wat van de twee andere boeken door het leeftijdsverschil tussen de jongen en het meisje: Emile is 6 jaar ouder dan Marte, maar het soort verliefdheid is niet wezenlijk anders, het leeftijdsverschil maakt de verliefdheid in dit boek niet tot iets ranzigs, het maakt het er eerder mooier en onschuldiger op.

Vier jaar hebben ze elkaar niet gezien, wanneer ze elkaar tijdens een schoolfeest weer ontmoeten. Dat is meteen ook de laatste keer. Marte verdwijnt na afloop van die avond aan de hand van zijn vriend de schrijver Reiff voorgoed uit zijn leven, en zal niet lang daarna zelfmoord plegen. Het motief voor deze daad blijft volstrekt onopgehelderd (was ze ongelukkig dan? Zo ja, waaruit blijkt dat dan in het verhaal?) en is daarom onbevredigend. Wel probeert Binenbaum zich tegen beter weten in wijs te maken dat hij tot het laatst van betekenis was in het leven van Marte, en zich ervan te overtuigen dat ze ook zijn in de krant gepubliceerde vervolg op “pasgeboren girafje” (“Het tweede gedicht” - een vertolking van zijn liefde voor Marte, om aan alle misverstand een einde te maken) gelezen zou hebben, en belangrijker nog, begrepen zou hebben. De gedachte om géén rol meer in haar leven te spelen, terwijl hìj geobsedeerd en volledig door haar in beslag genomen wordt, zou uiteraard compleet onverdraaglijk zijn voor de inmiddels beroemde en gewaardeerde literator.

Door de intensiteit, heftigheid en van de gedachten in Binenbaum’s hoofd en de openhartige eerlijk waarmee dit wordt weergegeven wint het verhaal na verloop van tijd aan urgentie en kon het daardoor op mijn sympathie rekenen. Maar die sympathie sloeg soms ook over in irritatie.

Wat mij vooral tegen ging staan was de betutteling en de uitleggerigheid van de schrijver. Storend zijn de korte zinnetjes die veelbetekenend en suggestief als alinea apart staan. Daarin lijkt hij wel op Conny Palmen die dat met nog veel meer pretentie hetzelfde doet in haar boeken. Irritant is vooral het overdadige gebruik in bijna elke alinea van accenttekens en cursiveringen in zinnen. Alsof de schrijver bang is dat de lezer zijn zinnen anders niet goed zou kunnen interpreteren. De zinnen krijgen daardoor iets nadrukkelijks, een gekunstelde beklemtoning, en een soort vermoeiende dreunende cadans die een vlotte leesbaarheid niet bepaald bevordert:

“Hij was er avonden mee bezig, versie na versie, dagenlang, de hele tijd die hij nog had vòòr de eerstvolgende inleverdatum. Uren waarin hij eigenlijk voor zijn eindexamen had moeten werken, want daar wilde hij wèl voor slagen”.

Of zoals hier: Hij keek net in haar ogen op het moment dat ze zei: iedere keer, en hij dacht te zien dat ze bloosde. Ze had zich versproken: ze had gefantaseerd, misschien al in de bioscoop, over méér afspraakjes met hem, genoeg om daar woorden als ‘iedere keer’ voor te kunnen gebruiken. (blz. 60)

Lang geleden las ik “de Renner” van Krabbé. Ik heb me daardoor heen geworsteld, ondanks dat het net als Marte Jacobs een dun boekje was. Toch was het nog te dik. Marte Jacobs ook trouwens. Krabbé was toen geen stilist en hij blijkt het nog steeds niet te zijn. De volgende zinnen en zinnetjes illustreren dat:

“Een hinniklachje was daarmee in contrast”,

“een nattig weiland…”

“Reiff had zijn bril niet op en keek met een wazige blik, op de rand van herkennen, naar Emile. Emile ging ook zitten, en keek terug”.

“op een podium aan een zijkant speelde een witgehemd orkestje, met strikjes en bolhoedjes…”

“Tovervoorhoede” (bedoelt misschien iets als droomvoorhoede, uit een dreamteam of iets dergelijks )

“Dan is die op en gooit hij de rest weg…” (over het eten van een ananas).

Kromme en onhandige zinnen, je komt ze voortdurend tegen. Op de momenten dat je meegesleept word door het verhaal, zijn ze wat minder storend.

Wanneer je op de website van Krabbé kijkt, struikel je over de lovende recensies van zijn boeken. Beetje zielig hoe hij daar werkelijk alle uitsluitend lovende soundbites uit recensies over dit boek heeft verzameld. Er is geen wanklank te horen! Kennelijk heeft hij dat nodig als bevestiging dat hij toch echt een goed boek heeft geschreven, zelf is hij daar nog niet zo zeker van. Die boeken dus zijn inmiddels ook al in diverse talen vertaald zijn (16 verschillende talen, meldt onze Tim vol trots), waaronder in het Russisch. Geen geringe prestatie voorwaar. Toch vraag je je af, waarom uitgerekend dit soort boeken vertaald moet worden. De Nederlandse literatuur heeft toch wel iets originelers, mooiere, beter geschreven boeken te bieden dan het hooguit niet onaardige werk waarmee Tim Krabbé totnogtoe voor de dag is gekomen.

Interessanter (en ook wel lichtelijk monomaan vanwege zijn verzamelingsdrang en hang naar compleetheid) vind ik hem als beheerder van zijn eigen aan schaakrecords en schaakcuriositeiten gewijde website: Chess Curiosities. Een door schakers zeer gewaarde en veel geraadpleegde website. Daarin is Krabbé iets meer bijzonder.

april 7, 2008

Christophe de verlosser. Over: Sint-Juttemis - Maria Stahlie

Ingedeeld onder: Uncategorized — varlam @ 11:19 pm
Tags: ,

Margot van der Molen vertrekt nadat ze thuis in Amsterdam een alarmerend telefoontje heeft gekregen over het trieste lot van mogelijk haar Franse jeugdvriend en nu bekend acteur Christophe Dralas, in allerijl en in ongewenst maar praktisch noodzakelijk gezelschap van weerspannige puberstiefdochter Liza en aan het dementeren geslagen schoonmoeder Sophia - beiden worden met overduidelijke weerzin de auto ingeduwd - naar het verstikkend hete, hartje zomerse Parijs om daar op verzoek van Christophes broer Jean-Jacques in psychiatrisch ziekenhuis Centre Hospitalier Saint-Anne de na een zelfmoordpoging door middel van het doorsnijden van zijn polsen buiten bewustzijn (of ook wel lichamelijke dissociatie of conversiesyndroom genoemd als meer precieze medische omschrijvingen van de bewusteloze staat waarin hij zich bevindt) verkerende Christophe (of is het toch iemand anders, een sloeber met een snor bijvoorbeeld zoals Margot in eerste instantie hardnekkig zichzelf voorhoudt?) - dat wil zeggen haar naaste naaste, de persoon die zij nooit niet gekend heeft, karakteriseringen van Christophe zoals ze in de roman frequent terugkomen en aan geloofwaardigheid en zeggingskracht lijken te winnen naarmate ze vaker herhaald worden - te identificeren.

Christophe, de persoon om wie het hier gaat, is in alles de tegenpool van de bedachtzame, redelijke, conflictmijdende en vooral rationele Margot:

“Christophe was mijn naaste naaste. Hij was drie weken na mijn geboorte aan me toegevoegd en was alles wat ik niet was. Onbesuisd. Onbekommerd. Onkwetsbaar. We waren totdat we naar verschillende middelbare scholen gingen onafscheidelijk, simpelweg omdat we op elkaar waren aangewezen, omdat het de meest vanzelfsprekende zaak ter wereld was. (-) Ik was trots op zijn wilde dadendrang en op zijn ontembare ongehoorzaamheid, ik was bovenal trots op hem omdat hij zich aan niemand iets gelegen liet liggen.” (blz 15).

Ze groeiden samen op in het Franse dorpje Brouilly, waar Margot’s Nederlandse hippiemoeder destijds toevallig was terecht gekomen en besloten had om juist daar haar voorgoed haar tenten op te slaan, en voor Margot werd Christophe een vanzelfsprekende aanwezigheid in haar leven, ook nadat hun wegen zich gescheiden hadden: Margot ging daarna samen met haar echtgenoot Michel over de wereld zwerven en Christophe werd in Frankrijk beroemd filmacteur - desondanks bleef haar tegenpool Christophe een onmisbare schakel in Margot’s leven, een persoon die niet uit haar leven was te denken, inderdaad dus was: de persoon die zij nooit niet gekend heeft.

De fascinatie van Margot voor de flamboyante, tegendraadse, temperamentvolle, op shockeren uitzijnde Christophe vind ik begrijpelijk: hij is een paradijsvogel tussen het mussengrauw, kwetsbaar ook, iemand die je kan liefhebben of haten, een tussenweg lijkt niet mogelijk, maar daar tegenover is wat minder aannemelijk dat Christophe net zulke sterke gevoelens heeft voor de verteller en ikpersoon van het boek: Margot. Zij is toch wat al te braaf en kleurloos. Hij zal haar graag gemogen hebben, al was het maar vanwege het gedeelde verleden in hun jeugd, maar de sterke gevoelens van Margot voor hem zullen zeker niet zo sterk beantwoord zijn geweest.

Christophe is dus ten langen leste, lijkt het, definitief ontspoord, iets dat zich al door middel van vorige provocerende excessen al min of meer had aangekondigd, en nu heeft hij buiten zichzelf van machteloze woede en walging in een café een toevallig aanwezige bezoeker zeer zwaar mishandeld, en vervolgens de hand aan zichzelf geslagen en zijn polsen doorgesneden. Christophe was in de jaren na de plotselinge en onzinnige dood van zijn idealistische boezemvriend en huisgenoot Sasja - de persoon die beweerde dat er geen wetten waren, waaraan niets of niemand zich kon onttrekken - en met wie hij verhitte fundamentele filosofische discussies op en over leven en dood voerde, cynisch, onverschillig geworden, het leven gaan verachten en voor zijn gemiddelde medemens nog slechts walging gaan voelen, en er geen enkele moeite voor doet om deze destructieve gevoelens te onderdrukken: sarren en provoceren is zijn tweede natuur geworden.

Na de zelfmoordpoging ligt Christophe (het was hem dus inderdaad) levend maar buiten westen in psychiatrisch ziekenhuis Saint-Anne in Parijs. Margot heeft hem herkend als de filmacteur Dralas. Herkenning is niet voldoende voor Margot, want hiermee is haar taak nog lang niet volbracht. De beste brave, toegewijde Margot, ze zal ervoor zorgen dat hij weer bij zijn positieven komt, niet alleen dat, maar ook dat Christophe voorgoed uit de negatieve spiraal van cynisme en walging zal kunnen ontsnappen en weer in staat zal zijn om zin te kunnen geven aan het leven. Die pogingen falen vervolgens dus kansloos. Of het nou aan zijn ziekbed door Margot vertelde gemeenschappelijke herinneringen uit hun jeugd zijn, of, om ontboezemingen en gedachten gaat die ze nog aan niemand eerder heeft verteld: Christophe is en blijft buiten westen, en blijft zwijgen als het graf.

Het gevoel van machteloosheid wordt steeds groter. Geen enkele traditionele methode om Christophe tot leven te wekken blijkt te werken. Voor een perfectioniste als Margot onverteerbaar en door de hierdoor ontstane spanning wordt ze volstrekt ongenietbaar voor haar omgeving, waarmee ze toch al op voet van oorlog staat. In het kleine Parijse appartement van Christophe dat vervuild en verwaarloosd is en waar ze gedrieën verblijven, is het niet om uit te houden in deze zomerhitte, en dan zit ze ook nog eens opgescheept met het onwillig gezelschap van haar dwarse, puberende, stiefdochter Liza en haar dementerende en incontinent geworden en nu dus extra kwetsbare schoonmoeder Sophia. Deze situatie wordt bijzonder beklemmend weergegeven. Een kleine ruimte, stikheet, en dan opgezadeld met mensen die niet met je mee willen denken, en die je liever vandaag dan morgen ziet gaan, en dan ook nog eens bezig met een heilloze missie om Christophe weer tot leven te brengen. Je ziet het gewoon voor je, je kunt het bijna ruiken. Het leidt alles tot niets en de gedesillusioneerde conclusie van Margot luidt dan ook:

“Het had geen zin om nog langer in Parijs te blijven. Liza en Sophia hadden lang genoeg in mijn maalstroom opgesloten gezeten. Lang genoeg was lang genoeg. We gingen naar huis. De volgende ochtend zou ik ook Jean-Jacques den dokter Thibault op de hoogte stellen van mijn vertrek. ‘Het is is zoals het is, Belhadi, het zal met jou en met Christophe aflopen zoals het zal aflopen…ìk heb het in ieder geval niet in me om daar iets aan te veranderen.’” (blz. 256)

Juist wanneer ze zichzelf op dat moment ontslaat van de verplichting, van de druk ook om zich als eerst verantwoordelijke te bekommeren om het lot van Christophe, om de reden van zijn ontsporing te achterhalen, om zijn genezing te bespoedigen, en dus om de strak gehouden teugels eindelijk eens te laten vieren, gebeurt er iets bijzonders: door middel van verbeeldingsflitsen (die enkele keren ingeleid worden met de welhaast bezwerende woorden: ..en ik zag nog veel meer…alles tegelijk, verweven en toch zo helder als glas – blz. 287) die haar beelden en verhalen laten zien van de haar direct omringende personen, vooral Christophe natuurlijk, en die veel meer nog waarheden, essenties bevatten van deze personen dan ze uit de “gewone” werkelijkheid kan destilleren, de beelden zijn zo intens en indringend dat Margot zich na afloop van deze “visioenen” er gegeneerd bij voelt om zo diep doorgedrongen te zijn in hun privé-leven zonder dat zij daar zelf weet van hadden. (Die dromen, beelden komen een aantal keren voor en hebben betrekking op Sophia en haar gevoel voor haar omgekomen zonen en haar wanhopige leven daarna, op de dood van wereldverbeteraar Sasja, op hoe Christophe zijn stalkster Nathalie Dufregne in Arizona voorgoed zou laten verdwijnen, op Liza die de masturberende zwarte werkster ontdekt in de heimelijk door Michel aangehouden woning in Parijs, nog eens op Liza en haar rol in de affaire tussen de naakte Jennifer en Christophe bij de buren op het gazon, de ontmoeting tussen Christophe en buurman Nico en hun discussie over waarden, familie en geluk). De droom blijkt sowieso in één geval niet te kloppen, dat wil zeggen niet te stroken met de objectieve waarheid: stalkster Nathalie blijkt niet te zijn overleden, maar is achtergebleven in Amerika. Ze stuurt Christophe een kaart met daarop de tekst: De ban is gebroken. Ik heb overal spijt van. Mijn toekomst ligt niet in Parijs maar hier. Het ga je goed. Nathalie.”

De snelkookpan van de zich opeenstapelende gebeurtenissen (met name in haar hoofd) in Parijs werkt als een bevrijding voor Margot, althans dat maakt ze zichzelf wijs in haar euforie na het doormaken van die inzicht verschaffende visioenen, droombeelden, die als een catharsis voor haar vastlopende leven zijn:

“Ik had mezelf geleerd om de teugels nooit meer uithanden te geven. Ook mijn ban was hier in Parijs gebroken. Of het nou door de aanhoudende hitte was gekomen, of door Christophes aanstootgevende onbeweeglijkheid, mijn verbeelding had zich aangesproken gevoeld en was in beweging gekomen…was op drift geraakt…had een hoge vlucht genomen en me bevrijd uit mijn zelfopgelegde ballingschap. Nathalie Dufrègne, Auguste Renoir, Sophia, Liza, ik…”. (blz 402).

De stress en de hitte hebben haar bevattelijk gemaakt voor de werkelijkheid van het irrationele en in haar slipstream volgen dus ook de mensen uit haar directe omgeving. En nu is ook Christophe aan de beurt om verlost te worden van zijn cynisme en haat tegen de wereld, waarom niet!

Christophe is in de jaren na de dood van zijn vriend Sasja geworden tot een cynicus, tot iemand die de wereld veracht en met name een grondige hekel heeft gekregen aan wereldverbeteraars. Na Sasja’s dood heeft hij getracht diens ideeën zich eigen te maken (die van graaf Koetoezov, Sasja’s alter ego), om Sasja niet te vergeten, maar het lukte hem niet, hij kon slechts doen “alsof”. Doen alsof was ook de manier waarop hij – beroemd filmacteur – speelde, een kunstje dus, met oprechtheid had het allemaal niets te maken. En idealisten kon hij wel schieten:

Arrogant en ijdel was de zelfgenoegzame die niet alleen de waarheid in pacht meende te hebben maar deze ook nog zo nodig aan de grote klok moest hangen. Sasja was een clown…een nog grotere clown, een opgefokte malloot die niet eens in staat was de leegte in zijn eigen kop te vullen. Hij had met zijn vlakke hand tegen zijn voorhoofd geslagen, drie keer. Leeg. Leeg. Leeg. (blz 251 Christophe bij de Mirski’s).

En ook de anderen die op deze manier later zo de idealistische clown uithangen net zoals Sasja dat eerder deed: Margot’s buurman Nico, die hij probeert af te straffen door diens vrouw voor een buitenechtelijke relatie in te palmen, en Mohammed Ali waarover Christophe in de slotpagina’s van het boek vertelt is ook een clown en een idealist die kan rekenen op zijn walging en weerzin. Voor Christophe bestaat er slechts leegte.

Christophe ontwaakt onverwacht uit zijn lichamelijke conversie, en ontsnapt uit het psychiatrisch ziekenhuis. Fysiek niet in staat tot enige inspanning, strompelt hij toch met de verbanden nog om zijn gekwetste polsen door Parijs – als Lazarus, of misschien wel als Jezus na zijn kruisiging opgestaan uit de dood (interessant die analogie met Christus! Ook Christus was geliefd hoewel hij een zonderling was, en kwam als verlosser naar de aarde om de mensen van hun zonden te bevrijden, te louteren dus en te bevrijden. Precies wat ook bij Christophe gebeurt: door zijn lijdensweg, wordt de ban gebroken bij Margot, Liza en Sophia ze worden in feite opnieuw geboren als mens! Dit verklaart de slotscène misschien daarom dan ook beter….) - terug naar zijn woning waar hem het gezelschap wacht van de drie dames Liza, Margot en Sophia.

Christophe is niet meer te redden, de door hem ervaren leegte is zo fundamenteel dat bij hem geen sprake meer kan zijn, zoals wel bij Margot en de anderen, van het breken van wat voor ban dan ook. De enige reden van zijn thuiskomst is om het werk nu af te maken en hem bij het doorsnijden van zijn polsen in het café eerder niet direct lukte. Een plan dat hij na een praatje met de dames uitvoert: vanaf zijn eigen flat springt hij zich te pletter.

Het boek eindigt raar en onbevredigend (of misschien ben ik teveel een droogstoppel om het te begrijpen): Liza, Margot en Sophia zien hem door het appartement rennen en van het balkon springen, en staan aan de grond genageld maar zien dat hij niet te pletter valt maar juist weer opdook en wegvloog. Gedrieën vormden zij “een aan de grond genagelde driehoek van ongeremde en zuivere verbeeldingskracht” die Christophe zagen wegzwemvliegen, met armbewegingen van de vlinderslag en af en toe schoolslagbewegingen van zijn benen (moeten Christophes opstijging soms zien als analogie van Christus’ hemelvaart?). Merkwaardig! De persoon om wie in dit boek alles draait is eindelijk bij zijn positieven gekomen. De verteller van het verhaal en haar direct omringenden hebben na moeilijke dagen in een zinderend heet Parijs vol met directe persoonlijke confrontaties een persoonlijke catharsis doorgemaakt, hebben bannen gebroken, zoals het in het boek heet, en lijken het leven weer met nieuwe moed aan te kunnen, maar juist Christophe, hij die alles en iedereen in de schaduw stelt, is niet bevattelijk voor wat voor vorm van loutering dan ook:

“Hòòr je dat, Margot! loeide Christophe en ik beaamde aan de andere kant van de muur, aan de andere kant van de wereld, in het heden, dat ik had gehoord wat Sasja beweerde. “We kunnen een nieuw mens worden! En ik weet precies wanneer! Met Sint-Juttemis…met Sint-Juttemis zal zich dat wonder, die metamorfose voltrekken!” (Christophe tien jaar eerder tegen Margot, blz 60)

Voor Christophe was het te laat. En hij springt dus van het balkon. Maar de drie dames zien hem na de sprong weer opveren uit de diepte en vrolijk wegzwemmen in de lucht. Dat merkwaardige einde dus. Welk doel dient dit? Christophe is alles zat en wil gewoon dood, laat hem lekker, zou je zeggen. Waarom die”driehoek van zuivere verbeeldingskracht”? En waarom met zijn drieën, Margot was toch degene bij wie eerder al die tot loutering leidende droombeelden ontstonden?

Misschien om hiermee beeldend duidelijk te maken dat met de dood van Christophe, hij niet vergeten zal zijn, maar dat hij zal voortleven in de verbeelding en in de herinnering van zijn (naaste) naasten, van de mensen die van hem gehouden hebben?

Of moeten we hier meer denken aan de verbeelding zoals die eerder in het boek is beschreven: “de zich aangesproken gevoelde verbeelding … die in beweging was gekomen en op drift geraakt en hen had bevrijd uit een zelfopgelegd ballingschap“ en we hier tot actie zien overgaan?

Ik ben er nog niet helemaal uit, uit dit raadselachtige slot. “Een driehoek van zuivere verbeeldingskracht”. Die sereniteit, rust en beheersing die deze formulering suggereert is niet het eerste wat je van deze toch behoorlijk labiele dames verwacht, wanneer ze er getuige van zijn dat hun dierbare Christophe zelfmoord pleegt en van de flat springt. Paniek, angst, chaos, loeiende sirenes, geschreeuw, gejank etc. dat komt toch eerder bij je op bij zo’n incident, en dus niet drie aan de grond genagelde dames die zo’n rare, wereldvreemde driehoek van ongeremde en zuivere verbeeldingskracht vormen.

Een ongeloofwaardig slot van een verder, schitterend boek. De karakters komen zo prachtig en geloofwaardig tot leven, zoals je niet vaak tegenkomt in moderne Nederlandse romans. Christophe, Liza, Sophia, Sasja, Jennifer en Nico, Michel, Maurice Dutoît en Margot zelf ook, het zijn allemaal round characters, die je gewoon vòòr je ziet en regelrecht uit het werkelijke leven lijken weggelopen.

De spanning in het boek is voelbaar van begin tot het einde. Het eerste deel is een overspannen speurtocht van Margot in het smoorhete Parijs om te achterhalen welke oorzaken hebben geleid tot Christophes verval, in de (ijdele) hoop daarbij ook op een “medicijn”te stuiten dat hem weer tot leven kan wekken. Op haar zoektocht komen er steeds nieuwe feiten, nieuwe openbaringen naar buiten die Margot de illusie geven dat ze op deze manier, door te onderzoeken, te analyseren dichter bij Christophe kan komen en dichter bij zijn genezing. Ze blijkt uiteindelijk echter vast te lopen, omdat geen enkele methode blijk te werken en Christophe zich hardnekkig blijft hullen in zijn conversiesyndroom.

Op het moment dat ze de handdoek in de ring wil gooien, en gedesillusioneerd terug wil keren naar Nederland en haar onderzoek dus lijkt dood te bloeden, wordt er in het verhaal een nieuw spanningselement geweven, een element toegevoegd dat het verhaal van een nieuwe lading en spanning voorziet en daarmee ook de lezer voorziet van nieuwe energie. Dit element heeft te maken met de Michel, de echtgenoot van Margot. Diens dochter Liza, Margot’s stiefdochter is er in Parijs achter gekomen dat Michel zonder medeweten van Margot hun oude woning in Parijs heeft aangehouden. Deze woning staat niet leeg, maar is volledig ingericht, en Liza heeft er binnen een negerin gezien die meezong met in het huis afgespeelde muziek en zich daarna bevredigde op bed. Wie is deze persoon? De werkster van Michel, of misschien wel zijn maîtresse?

De drie dames besluiten om na het vastlopen van Margot’s onderzoek, hun terugreis naar Nederland uit te stellen en te verkassen naar Michel’s woning om hem daar op heterdaad te betrappen! De schoft! Het leuke nu, of het verneukeratieve is dat deze nieuwe verhaallijn en de spanning die daarmee in het verhaal wordt opgeroepen achteraf bewust misleidend blijkt te zijn geweest en het slechts een schakeltje vormt in het grote, “echte”verhaal rond Christophe. Aan het einde van het boek is namelijk helemaal niet duidelijk hoe deze verhaallijn is afgelopen. Hoe reageerde Michel? Wat waren zijn beweegredenen? Was de donkere vrouw zijn werkster of toch zijn vriendin? Wat zijn de consequenties voor de relatie tussen Margot en Michel. Die informatie wordt door de auteur niet verschaft, want kennelijk is dat niet waar het hier in dit boek om gaat en is het dus niet belangrijk.

Alsof de personages het zelf ook doorhebben dat ze op dat moment niet in het koele, comfortabele, van alle gemakken voorziene huis van Michel mogen zijn, verkassen de drie dames op dringend verzoek van Sophia daarop vrijwel direct weer naar kleine, zinderend hete kot van Christophe. Daar horen ze nu te zijn, nu Christophe buiten westen in het ziekenhuis ligt. Snel daarop krijgt het verhaal nieuwe power door de dromen, de visioenen, de werkelijk prachtig neergezette, kristalheldere verhalen van Margo’s verbeeldingskracht, die haar zoektocht naar Christophe van nieuwe impulsen voorziet. Zo word je als lezer door de auteur meegenomen naar het einde van het verhaal. Aan dit einde van het verhaal, wanneer Christophe tot aanvankelijke euforie van Margot (alles lijkt weer mogelijk) ontwaakt is uit zijn slaap, naar zijn flat wankelt en ondanks al haar inspanningen, haar wil om zijn lot ten gunste te keren en haar onbaatzuchtige liefde voor hem, blijkt Christophe al zo onbereikbaar te zijn, dat hij met geen mogelijkheid meer te redden is. De zelfverkozen dood is daarom de voor Christophe de enige logische uitweg.

Prachtig boek: 8,5.

maart 29, 2008

Nieuwe aanwinsten

Ingedeeld onder: Uncategorized — varlam @ 9:37 am
Tags: ,

nieuwe-boeken2.jpg

De Goddelijke Komedie in de prozavertaling van de Dante kenner Frans van Dooren (1934-2005) kocht ik na lezing van Möring’s Dis. Dis werd gemodelleerd naar de Goddelijke Komedie, maar is helaas grotendeels een ongenietbare mislukking. Om er toch iets goeds uit te peuren heb ik het originele werk van Dante besteld dat nog steeds vaak genoemd wordt als inspiratiebron en klassiek meesterwerk, en wordt het dus tijd om het eens te lezen. Waarom ik moet liegen tegen mijn demente moeder van Cyrille Offermans. Doorgaans ben ik niet gillend enthousiast over intieme ego-documenten van schrijvers, zoals bijvoorbeeld ook niet over Schaduwkind van P.F. Thomése. Maar nu ben ik eigenlijk wel benieuwd hoe deze zwaar gesubsidieerde essayist het er heeft afgebracht. De Vlieger van Maarten ‘t Hart is weer iets heel anders natuurlijk. Het stond me niet bij dat ik deze roman al had gelezen. Hij komt uit 1998, uit de informatie bij Bol.com (de zeer goede service biedende internetboekhandelaar, zeker nu met de sectie tweedehands boeken) dacht ik eerlijk gezegd dat het een recenter boek van hem was. ‘t Hart heeft geheel andere opvattingen over literatuur dan Offermans en de Raster-groep waartoe behalve Offermans ook Vogelaar behoort. Toen ‘t Hart begin jaren tachtig vorige eeuw gebrouilleerd raakte met Hans Bakx, een loopjongen van deze groep met wie hij eerder hartelijk bevriend geweest was, leidde dat toen tot een literaire afrekening middels een sleutelroman: Het uur tussen hond en wolf. Bakx antwoordde hierop met het schitterend geschreven, maar giftige: Midas’ tranen. Dit boek bleek later echter een gezamelijke inspanning te zijn van de slecht verkopende, doorgaans slechts wartaal uitslaande, gefrustreerde schrijvers uit de Raster-groep en dus ook van Offermans om de succesvolle Maarten ‘t Hart eens lekker onderuit te trappen. Een vuig doch superieur boekje dus, maar het moge duidelijk zijn dat mijn sympathie ligt bij Maarten ‘t Hart. Istanbul van Orhan Pamuk. Sneeuw smaakt naar meer en Istanbul was het boek dat hem de Nobelprijs voor de literatuur opleverde. Van Japanse schrijvers ken ik niks, heb daarvan ook vrijwel niets gelezen. Seventeen & Homo sexualis van Kenzaburo Oë, tweedehands gekocht via Bol.com op advies van mijn vriendin, moet daar verandering in brengen. Twee novelles van ook een Nobelprijswinnaar (1994) uit een periode dat hij nog heftige boeken schreef, dus nog voor de geboorte van zijn autistische zoon die Oë’s leven en literaire werk drastisch zou veranderen. Geen Zee maar water van Gijs IJlander. Een fabelachtig uitzicht vond ik een onverwacht mooi boek, na het jaren voor me uitgeschoven te hebben. Je weet wel dat originele boek dat verteld wordt vanuit het perspectief van de opgezette eekhoorn Knabbel. Ik ben wel benieuwd wat voor boeken IJlander zeventien jaar later maakt. Fundamental Chess Endings van Karsten Müller en Frank Lamprecht, omdat ik het serieuze voornemen heb om beter te gaan schaken en eens te kijken hoe ver ik dan kan komen. Elementaire eindspelletjes moet je dan gewoon kènnen. Voor de troon wordt men niet ongestraft geboren van Dorine Hermans en Daniela Hooghiemstra. Het koningshuis heeft wel mijn belangstelling. Het is natuurlijk een overbodig, geldverslindend instituut dat direct afgeschaft zou kunnen worden. Maar aan de andere kant is het ook amusant te zien hoeveel nonvaleurs de Oranjes in de loop der tijden hebben geproduceerd, en hoe volstrekt ongeschikt zij waren voor het onvermijdelijke ambt van koning. Dit boek zou een pijnlijk inkijkje daarin bieden.

maart 25, 2008

Zomerhitte. Een rare film.

Ingedeeld onder: Uncategorized — varlam @ 12:22 am
Tags: , ,


zomerhitte_227747e.jpg

 

De fotograaf Bob (Waldemar Torenstra) is op Texel om een reportage van het natuurschoon op het eilandje te maken voor een tijdschrift (The National Geographic uiteraard, voor minder doen we het niet). Bob heeft rust nodig, nadat hij een jaartje geleden een traumatische ervaring opliep toen zijn toenmalige vriendin in Afghanistan door een granaat van een moslimstrijder cq. geitenneuker om het leven kwam. Bob stond erbij, keek ernaar, en drukte vooral af toen het gebeurde. Maar Bob mankeert merkwaardig genoeg niets, hoewel hij toen achter een rots dicht tegen zijn vriendin aanstond op het moment van de fatale explosie. Maar goed, het zal wel.

Op Texel maakt Bob kennis met een jonge vrouw: Kathleen. Zij wordt gespeeld door iemand met het fysiek dat Wolkers niet precies voor ogen gehad zal hebben toen hij boekenweekgeschenkje in elkaar aan het flansen was. Dus geen rubensachtige vormen, en dus geen dikke reet en geen grote tieten en dus geen vrouw overeenkomstig het primitieve ideaalbeeld van de ouwe Wolkers. Kortom: Sophie Hilbrand.

zomerhitte-wolkers.jpg

In het begin doen de twee nog wat stug en geheimzinnig tegen elkaar, maar even later zien we Kathleen dan toch staande voor Bob (glaasje witte wijn bij de hand, onderuitgezakt in een strandstoel) masturberen, en vingerend komt ze heerlijk klaar. Ja hoor, we zijn weer thuis en Bob hoeft er niet eens voor te betalen!

Kathleen verdient deze zomer wat bij in een dancing en maakt daarnaast ook deel uit van een klein select groepje rond de crimineel van het eiland, bijgenaamd De Mummie, voor hem voert ze net als bij Bob ook de masturbatie-act uit, maar dan wel tegen betaling van 500 harde euri, per keer. Naïef als Kathleen is, heeft ze helemaal niet in de gaten dat hij zich met criminele zaken bezighoudt! Nee, echt niet!

In zijn drang om Kathleen te veroveren begint Bob haar gangen te volgen en krijgt hij lucht van de criminele activiteiten die ontplooid worden door het groepje. Bob raakt erbij betrokken wanneer hij verscholen achter de duinen getuige is van een drugstransactie en ook ziet waar de ontvangen drugs vervolgens verstopt worden. Hier besluit Bob dat het tijd is om actief op te treden. Na gedoe waarbij hij de drugs zelf op een andere plaats verstopt en vervolgens de bende achter zich aan krijgt, weet hij de groep toch deels van zich af te schudden door een criminele handlanger te doden middels het hard laten terugzwiepen van een niet eens zo dikke boomtak! SuperBob! Op miraculeuze wijze ontdoet hij zich daarna ook van het laatst overgebleven bendelid. Dit gebeurt bij het plasje in de duinen waar hij de met een tak gedode handlanger eerder samen met de zakken drugs heeft gedumpt. Maar wat blijkt nu: de zakken zijn gejat en Bob’s dagen lijken geteld wanneer er op dat moment een geladen pistool op hem gericht wordt! Gelukkig heeft Kathleen toevallig ook nog een pistool in haar broekzak en daarmee wordt ook het laatste bendelid (Cees Geel) uitgeschakeld.

Al dat gedoe met die drugs! Gek word je ervan. We leven in 2008 ja! Dan gaan we toch niet meer zo’n gedateerde film maken met dit soort zouteloze, eendimensionale bad guys die hun geld verdienen met het handelen in drugs? Dat past echt niet meer bij een hedendaagse film. Het is derderangs, onorigineel, oubollig, karakterloos, dom en voorspelbaar. Dat alles is eerder, beter gedaan en vooral overtuigender. Had toch wat meer geïnvesteerd in de opbouw van de erotische spanning tussen Bob en Kathleen, had de karakters wat beter en dieper uitgewerkt, had de dialogen van wat meer smaak en inhoud voorzien etc etc. Nu lijkt het alsof we soms naar de conversatie van een stel Neanderthalers zitten te kijken die niet verder komen dan het uitstoten van wat primitieve klanken.

Er zitten nog meer rare dingen in de film. Zo wordt op een bepaald moment op het journaal (dus een directe uitzending waarnaar Bob en Kathleen afzonderlijk maar beiden via een computerbeeldscherm kijken!) bekend gemaakt dat Bob een zeer belangrijke fotoprijs in de wacht heeft gesleept met de foto van zijn vriendin juist op het moment dat zij gedood wordt door Afghaanse granaatscherven. Iets later vertelt Bob openhartig, en met hese stem tegen Kathleen dat hij nog met niemand eerder over de dood van zijn vriendin heeft gesproken! Nu ja! Behalve dan met de jury van deze belangrijke fotoprijs kennelijk.

Wat een gemiste kans is deze film! Van Monique van der Ven had ik eerlijk gezegd meer verwacht en gehoopt dan een film die opgetuigd is met de cliché’s van een derderangs thriller. De grootste fout echter die ze gemaakt heeft is het kiezen van het halfgare gratis boekje Zomerhitte van Jan Wolkers voor een film. Begrijpelijk dat ze Wolkers een persoonlijke eer wilde bewijzen door een film aan hem op te dragen, maar Wolkers was ten tijde van het schrijven van deze novelle inmiddels literair zo krachteloos geworden, dat Monique daarvoor beter een ander boek had kunnen uitkiezen.

Wanneer de film eindigt en de aftiteling begint te lopen, wordt de titelsong “When summer ends” van dreinende tuinkabouter VanVelzen gestart. Een prima keus! Dit vervelende liedje is precies even eendimensionaal en voorspelbaar als de film zelf, en daarbij ook nog eens ontzettend zeikerig en op je zenuwen werkend. Reden te meer om de cinema daarop met gezwinde spoed te verlaten. Dat deed ik dan ook maar (waardering: 5)

maart 24, 2008

Sneeuw - Orhan Pamuk

Ingedeeld onder: Boeken — varlam @ 4:14 pm
Tags: , , ,

Tweede paasdag 2008 in Rotterdam

24 maart 2008, witte tweede paasdag in een typische Rotterdamse renovatiewijk, gedomineerd door stug doorfokkend Turks proletariaat,  onder hen, wie weet,  misschien ook wel enigen afkomstig uit de deprimerende stad Kars.
Toeval of niet: zojuist het boek Sneeuw van Orhan Pamuk uitgelezen, op deze witte tweede paasdag in Rotterdam. In het boek Sneeuw valt de sneeuw in het Turkse stadje Kars  (130 duizend inwoners, vergelijkbaar qua grootte met Nederlandse steden als Breda, Arnhem, Enschede) gedurende het korte verblijf van Ka aldaar, vrijwel onafgebroken met dikke vlokken uit de hemel. Sneeuw zoals het vandaag eventjes in Rotterdam neerdaalde, nat weliswaar, maar evengoed sneeuw. En beter een witte Pasen dan helemaal geen sneeuw gedurende de feestdagen.

Sneeuw is een roman, en een beschrijving van het enkele dagen durende verblijf van de dichter Ka in de Turkse stad Kars. (Het Turkse woord voor sneeuw is overigens Kar. Dus drie cruciale woorden van het boek zijn: Ka (de dichter), Kar (sneeuw), Kars (de stad.)  Ka is een Turk die na een aantal jaren van zelfverkozen ballingschap in Duitsland terugkeert naar Turkije om er in Kars verslag te doen van de aanstaande gemeenteverkiezingen (waarbij de islamitische volkspartij dik op winst staat in de polls) en van het grote aantal zelfdodingen onder jonge islamitische vrouwen uit Kars. Maar minstens even belangrijke reden voor zijn komst blijkt de mooie vrouw Ipek te zijn, de ex-vrouw van zijn oude kennis Muhtar (nu leider van de islamitische volkspartij), op wie hij in een mum van tijd tot over zijn oren verliefd op wordt en in een korte doch zeer heftige romance belandt.

Aanjager van het verhaal is de zogenaamde “theatercoup” die kort na aankomst van Ka in Kars plaatsvindt, en wordt gepleegd door een andere bekende van Ka: de acteur Sunay Zaim, die met militaire steun de politieke macht in het stadje Kars weet over te nemen. De coup is een statement tegen de toenemende islamitische fundamentalisme en kan niet zomaar neergeslagen worden door het centrale gezag in Ankara omdat de toegangswegen naar Kars door de alsmaar vallende sneeuw onbereikbaar zijn geworden en Kars daarmee dus afgesloten is van de buitenwereld.
Ka raakt vervolgens nauw betrokken bij de daaropvolgende gebeurtenissen en speelt hierin ook zelf een cruciale rol.
Parallel aan deze (politieke) verhaallijn loopt ook Ka’s romance met Ipek. Deze verliefdheid op de schoonheid Ipek brengt hem in een toestand van ultiem geluk. En in dit gelukzalig decor, met buiten de alsmaar vallende sneeuw, en zijn stemming nog verhoogd doordat hij zich geregeld vol laat lopen met de raki, slaagt hij er eindelijk weer in gedichten te schrijven. Zijn writer’s block dat vier jaar geduurd heeft, kan hij door deze staat van geluk achter zich laten en gedurende de korte periode in Ka raakt hij zo geïnspireerd dat er 19 gedichten tot hem komen, die hij als goddelijke ingevingen direct en achter elkaar opschrijft in zijn groene notitieboekje. Dit groene boekje raakt hij later kwijt. Vermoedelijk werd het gestolen bij de aanslag op Ka, vier jaar later in Duitsland. De lezer moet het daardoor in het boek alleen met de titels van de goddelijke gedichten doen. De gedichten zelf worden hem onthouden (helaas). Het eerste gedicht dat Ka op het toneel voordroeg tijdens de voorstelling waarbij Sunay de macht greep, werd op televisie uitgezonden en de opnames daarvan waren bewaard gebleven. Toch wordt de tekst van ook dit gedicht niet in het verhaal vermeld. Dat is jammer en brengt je onwillekeurig op de gedachte dat Pamuk er zich hier wat gemakkelijk van afmaakt, in dit overigens grootse en complexe boek.

De verwikkelingen rond de theatercoup door Sunay Zaim die na enkele dagen op het punt staat om neergeslagen te worden nu Kars weer bereikbaar is geworden, en de romance van Ka met Ipek die zijn liefde beantwoordt en met hem mee wil gaan naar Frankfurt in Duitsland om hun leven te delen, culmineren langzaam maar zeker in een spectaculaire climax.

In deze climax spelen niet alleen Ka en Ipek een rol, maar zijn ook Indigo, de principiële, charismatische leider (en tevens Don Juan) van het fundamentalische verzet tegen de coup in Kars en zijn vriendin Kadife, de even rechtlijnige zuster van Ipek van belang. Indigo, gevangen genomen door de coupplegers, wordt vrijgelaten onder de voorwaarde dat Kadife tijdens de afsluitende theatervoorstelling van Sunay en zijn gezelschap bij wijze van symbolisch gebaar haar sluier afwerpt, als teken van bevrijding voor de vrouw binnen de islam.
De verwikkelingen in dit dramatische slotakkoord bepalen uiteindelijk de toekomst van Ka, en vooral die van Ka in en zijn relatie met Ipek. Die toekomst is er niet, en alleen wordt Ka op trein gezet, terug naar Erzurum en van daaruit dus terug naar Duitsland. Alleen, dus zonder Ipek. Dit gegeven zal de rest van zijn leven bepalen, totdat hij vier later vermoord wordt door een fundamentalist die wraak neemt voor de moord destijds op Indigo, en de twijfelachtige rol van de jaloerse Ka daarin.

Het verhaal wordt verteld door een Orhan, een schrijver (waarschijnlijk dus Pamuk gewoon zelf) die bevriend was met de dichter Ka. Het grootste gedeelte van het boek wordt vanuit het perspectief van Ka verteld. Tot diens dood. Daarna neemt Orhan het roer over, en vertelt hij het verhaal vanuit zijn perspectief, bij zijn naspeuringen, research en reconstructie van Ka’s verblijf in Kars. Hij gaat ook naar Kars toe om met de betrokken personen te praten en onderzoek te doen.

Sneeuw is een onderhoudend, mooi geconstrueerd, dik boek (468 bladzijden in de goedlopende Nederlandse vertaling van Margreet Dorleijn en Hanneke van der Heijden) over de maatschappelijke spanningen in de stad Kars in Oost-Turkije. Er is dus sprake van een actueel thema: de toenemende spanning die het gevolg is van het opkomende fundamentalisme. Hij laat zijn hoofdpersoon Ka vrijuit stelling nemen en zich uitspreken tegen deze tendens, echter zonder in simplificaties te vervallen en zonder zijn politieke tegenstanders (die ook niet tot eendimensionale figuren zijn terug te brengen, neem alleen Indigo maar) te beledigen of zwart te maken. Daarnaast is Sneeuw natuurlijk op een ander, persoonlijk niveau een prachtig, ontroerend en invoelbaar verhaal over de wanhopige liefde tussen een man en een vrouw, die welhaast vanaf het begin gedoemd was te mislukken. Al was het alleen al vanwege de drang tot zelfdestructie van Ka.

Een zeer mooi gecomponeerd boek dus van deze Turkse schrijver, geschreven in een bijna 500 bladzijden lang vastgehouden koele, licht ironische stijl. Een 8 geef ik hem!

Kom daar maar eens om bij onze (Nederlandse) schrijvers! In korte tijd heb ik twee pillen weggewerkt: De Movo Tapes van A. F. Th. En Dis van Marcel Moring. De Movo Tapes is veel te lang en zwalkt zich stuurloos een weg naar het einde. De monotonie  van de dialogen hamert je voortdurend in je kop, en is er een van bluf en brallen in spetterende doch weinig oprecht overkomende volzinnen. En van die dialogen zijn er heel veel in dit boek, en wat ze met elkaar gemeen hebben is dat ze gezocht zijn en ik me echt niet kan voorstellen dat ze ooit zo in werkelijkheid zullen worden uitgesproken.  Ik vind dat storend. Of ze nou 16 zijn of 46 jaar oud zijn, boekhandelaar, cafébezoeker of leider van een supportersvereniging, ze praten allemaal in dezelfde gezwollen volzinnen, bedacht aan de schrijftafel van A. F. Th, groot schrijver te Adam. Wat een beproeving om dit te lezen. Een 4,5.
Met Dis had Moring waarschijnlijk een boek voor ogen dat een soort De Goddelijke komedie en Ulysses in het kwadraat moest worden. Maar dan beter. Dat is niet helemaal gelukt. En dat is ook meteen de makke van het boek. Onder de last van de loodzware pretenties van zijn auteur komt er in Dis bijzonder weinig tot leven. Er valt dus vrijwel niets te genieten, humor is volstrekt afwezig. Een kwelling. De eerste 200 bladzijden moet je gedisciplineerd doorploegen, daarna wordt het iets beter, maar het blijft onvoldoende: een 5-.

januari 4, 2008

Thuis tussen vreemden (Kaidanovsky)

Ingedeeld onder: Kaidanovsky, favourite stuff, tarkovsky — varlam @ 10:02 am

idanovsky kreeg geen toestemming voor filmopnames bij Tarkovsky in Italie.achter hem lag. et prettig.

Dit is een vertaling van een artikel uit Ogonjek over de overleden Russische acteur en regisseur Alexander Kaidanovsky. Hij is vooral bekend geworden door zijn rol van Stalker, in de gelijknamige film van de geniale regisseur Andre Tarkovsky. De vertaling is nog een werk in uitvoering.

kaidanovskygroen.jpg

Ergens in de verte, ging langdurig en doordringend de telefoon. Hij moest er naartoe rennen door een lange, lege gang van 30 meter, langs de vele deuren van de gemeenschappelijke woning. De telefoon doortrekken naar zijn Kamer mocht hij niet, daar waren de buren faliekant tegen (“en ons dan zeker gaan afluisteren?”). Op de deur, waaraan een poster hing van de film Stalker, werd keer op keer geklopt: ” Alexander, er is telefoon voor u!” De gelauwerde kunstenaar, regisseur en acteur, en ooit lid van de jury van het filmfestival van Cannes spoedde zich dan naar de telefoon.

Geen fraaie woning

Hij was erg trots op het plafond met de geschilderde engelen en cupido’s. Hij hield erg van het verhaal dat het hoge plafond ooit door Sudeikin zelf geschilderd was. Toen de vraag zich aandiende over een eventueel vertrek uit de gemeenschappelijke woning, waar 8 families gehuisvest waren, heeft hij serieus overwogen om deze schilderingen mee te nemen naar zijn nieuwe woning.

Zijn Kamer was met 45 vierkante meter het grootst en het meest bijzonder. Aan de andere kant van de gang bevond zich de gemeenschappelijke keuken, waar van ’s-ochtends vroeg tot ’s-avonds laat zijn buren aan het koken waren, herrie maakten met pannen,  zaten te vloeken. Hij heeft daar ongeveer 13 jaar gewoond. Op een keer vond hij een stoel bij het vuilnis en nam deze mee naar de gedeelde badkamer. Trots liet hij daarna aan bezoekers zijn “vondst” zien – op de stoelrug was er het opschrift “Vrees grootvader Kondratija”.  Zijn verhouding tot de Kamer was alsof het een levend wezen was, hij viel er gewoon mee samen. Hoewel hij tegelijkertijd hunkerde naar een eigen woning en, eindelijk, een toilet voor hem alleen.

Hij wilde leven zoals gewone mensen dat deden. Maar de Kamer liet hem niet gaan. Toen hij ging verhuizen naar een nieuw tweekamer appartement in de Sivtsjev Vrazhek-straat , stierf hij. In zijn Kamer. Iedereen wist dat hij ervan hield om alleen in zijn Kamer te zijn. Uit het buitenland haalde hij wat hij nodig had voor zijn Kamer. Zo kocht hij bijvoorbeeld een zilveren lijst en plaatste daarin een hamer en een sikkel. En in Smolenka kocht hij plastic speelgoeddieren, hij hield vooral van katten. Houten fluiten, blaasinstrumenten, merkwaardige poppen volgestopt met stro. Dit alles vond een plaatsje en werd getoond aan zijn vrienden.

solonitsin-en-kaidanovsky.jpg

Hij was een Stalker, een gids in het leven, waar alleen zijn Kamer zijn zone was. Hij trok mensen aan, waarvan er veel zijn leerling wilde worden. In zijn omgeving konden mensen zich getalenteerd voelen. Hij was een Gids voor diegenen die geleid wilden worden. De Kamer was een auditorium waar hij aan zijn leerlingen-studenten colleges regisseren gaf, maar hij was ook een filmstudio waar opnames gemaakt werden voor de film “Jonas, ofwel de Kunstenaar aan het werk”.

Inna Pivars, actrice van het theater “LenKom” en weduwe van Kaidanovsky: “ik was geshockeerd toen ik ontdekte dat een persoon van zijn statuur in zo’n uitgeleefde kamer van een gemeenschappelijke woning kon wonen. Er woonden toen allerlei verschillende mensen: alcoholisten, trouwe Stalin-volgelingen, bejaarden, kinderen. Ik maakte kennis met hem bij de audities voor zijn film: “de verheffing tot meester Eckhart”(die als zodanig niet is verfilmd). Hij was toen 48 jaar. We hebben twee jaar samengewoond, en zijn drie weken voor zijn dood voor de wet getrouwd. Tot het einde van zijn leven heb ik hem altijd met U aangesproken, een paar keer heb ik geprobeerd over te gaan naar Jij, maar het lukte me niet, waarschijnlijk door het leeftijdsverschil van 20 jaar. Maar hij vond dat zelfs wel amusant.

Met Evgenija Simonovaja (zijn tweede vrouw) betrok hij een tweekamer flat aan het Poesjkin Plein, het tegenwoordige Bolsjaja Dmitrovka. Na de scheiding liet hij deze flat achter voor zijn vrouw en zijn dochtertje, en verhuisde zelf naar de gemeenschappelijke woning. De eigenaresse daarvan, overvloedig voorzien van briljanten, kwam in eigen persoon naar hem toe met het voorstel om te verhuizen naar de kamer aan de Vorovskij-straat. Ze zei tegen hem: “U bent een kunstenaar, deze kamer komt u toe, hij is groot en bevindt zich in het centrum” Hij ging toen kijken, zag het plafond en stemde direct in. Toen hem daarna gevraagd werd: “maar waarom nou precies daar?”, antwoordde hij: ik raakte verblind door de glans van de briljanten.”

Inna zegt: “Na de dood van Alexander heb ik vaak het verwijt gekregen dat ik veel spullen met onbekende bestemming heb weggehaald, en allerlei beschuldigingen van jaloerse vrouwen. Ze belden op naar het theater Mark Zacharov, waar ik werk en zeiden: “Ze kon zelfs niet wachten tot het lichaam van Kaidanovsky koud was, toen ze al begon met alle spullen te verzamelen en wie weet waar te verbergen!”. Het condoleren en het afscheid duurde 9 dagen, en dat alles gebeurde in zijn Kamer. Zoveel mensen zijn er geweest, dat ik van sommigen niet eens het bestaan vermoedde. Toen ze aan tafel aanschoven, zeiden ze: Inna weet niets van deze kamer af, daarvoor moeten we bij Natasja zijn, zijn vorige vrouw”. Toen Natasja Kaidanovsky haar twee kleine kinderen, van wie Alexander de pleegvader was geworden, meenam naar de begraafplaats, keek iedereen hen medelijdend aan zeiden tegen elkaar: “arme mannekes”. Dag en nacht waren er mensen bij me die huilden, dronken en over het lot van de Kamer wilden beslissen.

Sommigen wilden dat hier een museum zou komen, anderen hebben hier ter plekke een commissie samengesteld die zich bezig moest gaan houden met de erfenis van de overledene. Eensgezind werd Sergei Solovjev gekozen tot hoofd van de commissie. Veel heb ik pas later gehoord. Ik werd voor een voldongen feit gesteld: dit zal worden verkocht om de schulden van Alexander af te betalen, en dat wordt meegenomen als persoonlijk aandenken. En toen is een groep vrienden een rechtszaak tegen mij begonnen, teneinde ons huwelijk ongedaan te maken en ongeldig te laten verklaren. Die mensen hebben de legitimatiebewijzen van twee van zijn dochters weten te bemachtigen ( de oudste woont nu in Rostov) en uit hun naam een acht bladzijden tellende verklaring opgesteld, die er op neer kwam dat hij op het moment dat met mij in het huwelijk trad niet toerekeningsvatbaar was.

Zoja Simonova distantieerde zich van deze zaak, de oudste dochter van Kaidanovskij houdt wel vast aan haar rechten op de erfenis. Op dit moment is de erfeniskwestie een rechtszaak geworden.

Inna: “Op een keer ging ik naar een vergadering van de commissie die zich bezig houdt met de verdeling van de erfenis bij de Raad van filmmakers, waar anderhalf uur gediscussierd werd over de vraag of de complete inventaris beschreven en bewaard diende te worden voor het toekomstige museum. Alexander had een enorme bibliotheek met filosofieboeken verzameld. Er werd overwogen om al zijn boeken te registreren, al zijn afbeeldingen en zelfs zijn vorken. In alle ernst werd besloten waar zijn hond Zina en zijn kat Nosferatu naartoe moesten. Georgij Rerberg maakte op de vergadering zelfs een grapje: waarom laten we ze niet opzetten? Daarna kregen ze eindelijk aandacht voor mij: “Heb jij een plek waar je naartoe kunt?” Ik antwoordde: “Die heb ik, maar ik heb daar geen meubels, mag ik de bank meenemen?” Solovjev gaf me hiervoor toestemming: “de theepot, de handdoeken, lepels en de bank mag je natuurlijk meenemen.” Maar de zaal maakte direct bezwaar: “Maar Sergej Alexandrovitsj, vergeet niet dat de bank historische waarde heeft, gezien het feit dat Alexander daarop overleden is.”

Lora Andreeva, nieuwsfotograaf en vriendin van Kaidanovskij: “Ik kreeg een brief van Solovjev, waar zwart op wit stond vermeld dat alle persoonlijke spullen van Alexander die ik nog in mijn bezit had, aan het Kaidanovskij museum afgegeven diende te worden. Maar welk museum bedoelden ze eigenlijk?”

Joeri Klimenko, cameraman: “We wilden van zijn kamer een museum maken, waar mensen naar binnen konden lopen, maar dat werkte niet. Met de eigenares van het huis kwamen we overeen dat er niets veranderd zou worden: meubels, schilderijen etc. En vrienden mochten hier langs komen om elkaar te ontmoeten…Maar van Alexander is niets overgebleven. De commissie bestaat tot op de dag van vandaag, Solovjev is daar de voorzitter, ik hoor daar ook bij en trouwens ook Inna Pivars die niet op de vergaderingen komt. Maar het museum komt er in ieder geval, we zullen de Kamer van decoraties voorzien. Alexander heeft destijds het Kaidanovsky fonds opgericht, dat tot de dag van vandaag bestaat. Er is al een boek uitgegeven met zijn scenario’s. Ter gelegenheid van zijn derde sterfdag is een bundel in de maak met herinneringen. God zij dank had Kaidanovsky meer vrienden dan familieleden.”

Het begin

Jevgeni Hanis, jeugdvriend: “Toen we elkaar voor het eerst tegenkwamen was ik 15 en hij 14 jaar oud. Hij leerde in Dnepropetrovsk voor lasser op de technische school. Het idee om lasser te worden, dat wil zeggen een echte man, was afkomstig van zijn vader, die werkte als loodgieter. Maar hij zat er nog geen jaar , toen hij naar Rostov stormde om daar een theater opleiding te gaan volgen. En dat allemaal omdat wij toneel speelden bij een amateur toneelgroepje. Alexander speelde daar voornamelijk de kleine rolletjes: die van de Duitse krijgsgevangene in het stuk ”De eerste dag van de Vrijheid” een minuscule scène in het toneelstuk van een plaatselijke schrijver. Maar dat was niet belangrijk: het voornaamste was om op het toneel te staan! Ik herinner me nog dat we op een bankje zaten en stukken van zijn geliefde Gumilev uit ons hoofd leerden, dat we de natuur introkken en dat ik daar voor het eerst hoorde hoe Alexander zijn liedjes zong op de gedichten van Boznesenskij (op dit moment worden de liedjes van Kaidanovskij gezongen door Evgenija Simonova – red.).

Hij was een echte vriend. Op een of andere manier was ik er achter gekomen dat iemand achter mijn meisje Tamara aanzat. Met een heel gezelschap stonden we bij het StudentenPaleis, toen mijn concurrent langs liep. Alexander bedacht zich toen geen moment en wierp zich als een stier op hem en ze vochten vervolgens, volgens de riddertradities van Dnjepropetrovsk, een gevecht uit van man tot man. Alexander’s lip was behoorlijk gehavend, maar ook zijn “vijand” was ook stevig toegetakeld. Toen ik hem vroeg: “waarom?? Dit is mijn zaak!”antwoordde hij: “maar hij heeft immers iemand van onze groep beledigd!”

Lora:”De eerste keer dat ik Alexander zag, was toen hij uit Rostov kwam om Moskou te bezichtigen. Ik werkte toen in de Denezhnij-steeg als plaatsvervangend chef in “de winkel van het Franse boek” Hij liep op me af, en vroeg gewoon: “Heeft u boeken van Tarkovskij?” Hij kende heel veel gedichten van Tarkovskij, Severjanin, Poesjkin, Zabolotski en Bagritskij uit zijn hoofd…Tarkovskij sloeg hij nog hoger aan dan alle andere dichters. Het lot bracht hem later samen met zijn vermaarde zoon.

Boris Galkin, klasgenoot van Kaidanovskij: Er hing een sfeer van vrijheid in het Sjoek (….), maar toch werd de toneelschool door de heersende ideologie bepaald. En toen ineens dook Alexander op. Vrij en onafhankelijk. Een vreemde vent, op het eerste gezicht onbenaderbaar. Je hebt maar drie woorden nodig om hem te beschrijven: goedheid, moed en eer. Van eergevoel hadden wij geen idee, maar hij had dat wel. Wanneer ik me de zinloze knokpartijen uit onze studententijd weer voor de geest haal, volkomen gestoorde situaties, bepaalde vechtpartijen, dan was de keus voor Kaidanovskij altijd heel erg duidelijk: alles voor zijn vrienden! En als er zo’n ordinaire politieagent hem aansprak met “jij”en hem, godbetere, hem vastpakte bij zijn mouwen dan slaagde hij er toch in om, in plaats van hem een knal te geven, te zeggen: spreek me alstublieft aan met U. Dat was geen pose. Hij was nog een representant van de negentiende eeuw, vandaar uit bepaalde hij zijn positie en bepaalde hij zijn kijk op de wereld.

De waakhond Zina werd als puppy bij de ingang van zijn woning opgepikt door de door hem zo geliefde Asja, die als decorontwerper met hem samenwerkte in de film “de vrouw van de demagoog” . De puppy noemde hij naar zijn favoriete tante Zina uit Dnepropetrovsk. Zijn kat Nosferata - ook wel Nosik genaamd – werd voor hem op de Arbat gekocht door een Engelse kennis van hem die een tijdlang bij hem inwoonde en hem Engels leerde. Toen het katje erbij kwam, beeldde Zina zich in, dat ze moedertje voor hem kon spelen. Ze kreeg zelfs een valse zwangerschap, en ze kon Nosik van moedermelk voorzien.

Een jaar voor zijn dood begon Kaidanovskij opeens te schilderen, en nog wel met olieverf. Het eerste wat hij vastlegde was het schilderij: Mijn Gezin – dat wil zeggen, zichzelf, Nosik en Zina. Hij zei: “vrouwen komen en gaan, maar Zina en Nosik zullen er altijd zijn.” Hij stemde in met een televisie-uitzending gemaakt door Solovjev over zijn Kamer vooral omdat Zina op dat moment zwanger was. Aan het einde van het programma wilde hij de kijkers bekend maken met de toekomstige puppies. Daarna rinkelde de telefoon voortdurend van mensen die geïnteresseerd waren om zich te ontfermen over een van Zina’s puppies. Zelf heeft hij de nieuwe baasjes nog uitgekozen.

familie.jpg

Lora: “over de telefoon overlegde Alexander volkomen serieus over de alternatieven: “de een heeft een datsja, maar een kleine woning, en de ander heeft weer een ruime kamer, maar geen datsja…”. Alexander maakte op een keer kennis met een vriendin van mij. Toen hij hoorde dat zij gynaecoloog was, verzuchtte hij: “Jammer dat ik u niet eerder ben tegengekomen.” Maar toen Zina moest gaan baren, herinnerde hij zich haar. Hij betaalde een taxi, en zij zat dagenlang naast Zina, om te assisteren bij de geboorte. Het was aandoenlijk zoals hij de puppies verzorgde: hij stak de straat over naar het Ierse Huis om yoghurt en verse melk te kopen…na de uitzending, toen zich een rij van gegadigden had gemeld voor de “kinderen”van Kaidanovsky, vroeg mijn vriendin de gynaecoloog via mij om onderdak te regelen voor de twee bulldog-jongen van haar buren. “wat maakt het immers voor hem uit?” Maar zijn reactie verbaasde mij compleet. Na een lange pauze zei hij: “Maar dat is bedrog. Begrijp je dan niet dat ze de jongen van Zina willen?”

“Alexander, je wilt toch niet beweren dat jouw jongen de naam Kaidanovsky dragen?” Hij zweeg opnieuw (hij wilde me niet beledigen, maar wist niet hoe hij het me duidelijk kon maken) en zei toen: “Als je dat serieus bedoelt, kun je dat inderdaad zo stellen.”

Een katteninfarct

Kaidanovsky had last van hoge bloeddruk. Een kennis van hem had hem uit Frankrijk zeer moeilijk verkrijgbare medicijnen opgestuurd, maar toen deze op waren, moest hij zich naar Moskou haasten om ze daar te kopen. Dat kon niet anders dan consequenties hebben voor zijn hart.

Inna: “Alle drie de infarcten gebeurden in de periode dat we elkaar al kenden en waren kort achter elkaar. Hij noemde het eerste zijn “katteninfarct”. Dat ging als volgt. Gedurende de dag maakte hij zich gereed om naar de “Mosfilm-studio”te gaan, om daar een contract te tekenen voor een grote rol in de film “Nostradamus”. Hij was erg nerveus en maakte zich grote zorgen, omdat dat zou betekenen dat hij geen opnames kon maken voor zijn eigen film. Ik ben toen naar mijn eigen huis vertrokken. Dat was een van de weinige keren dat ik juist heb gehandeld. Met tegenzin volgde ik het advies op dat het soms beter is om hem alleen te laten. Hij wilde alleen zijn en tot ’s-ochtends vroeg aan zijn scenario op de computer werken. Je hoeft niet altijd bij hem te zijn.

’s-Avonds belde hij op en vertelde hij dat hij zich slecht voelde: Ik ben achter Nosik de trap opgerend, hij was uit het huis gevlucht. Ik ga niets schrijven en ga zo naar bed.” Half vier ’s-Nachts belde mijn buurvrouw Lena:”Inna, Alexander heeft een infarct. Hij vraagt of je wilt komen. Zina en Nosik blijven alleen achter.” Zijn tweede infarct kreeg hij tijdens een college in het VGIK. Hij werd ineens duizelig en viel op de grond. Hij lag in een geïsoleerde cel met een telefoon. Achter het wandje stond zijn medecursist Len (?) Filotov.

Het derde overleefde hij niet. Op een zondagmorgen in december werd hij beroerd. Hij stond op, kleedde zich aan en begon heen en weer te lopen; hij voelde zich slecht. Daarna ging hij op de bank liggen. Toen de ambulance een kwartier later arriveerde, kon hij al niet meer gered worden. Hij stierf aan een zwaar hartinfarct. Hij was nog helemaal niet klaar voor de dood, hij zich er niet op voorbereid. Hij had geen testament gemaakt. Wat overbleef op zijn boekenplanken waren zijn onvoltooide scenario’s Dromoman (Jaargetijden), Verjaardag, Windstilte, Budka en Present Indefinite.

Lora: “Het verbaasde me zeer dat Gluzskij, die dit jaar 80 oud wordt, alleen met een stok liep van niemand hulp nodig had. Hij liep naar Alexander toe, bij de onthulling van het monument, hoewel hij maar een keer met hem in een film (de 10 negers) had gespeeld. Toen ik hem vertelde dat ik Alexander al ongeveer 30 jaar kende, zei hij: ik wil u geluk wensen met het feit dat u bevriend was met een persoon die nu in de hemel woont.

De acteur Michail Gluzskij: we leerden elkaar kennen bij de opnames van “de tien negers” en raakten bijzonder goed bevriend. Hij leek volstrekt niet op de mensen uit zijn omgeving. Het was alsof hij van een andere planeet kwam. Hij beschikte over een vreselijke aantrekkingskracht. U zou zijn ogen eens hebben moeten zien. Ook zo naïef, voor iemand met zoveel talent. Ik zag hem voor het eerst in “Thuis bij vreemden” en als een magneet werd mijn aandacht door hem getrokken. Hij was een unieke persoonlijkheid die met niemand anders verward zou kunnen worden. Na Jalta, hebben we elkaar nog vaak in Moskou gezien, en gingen hartelijk met elkaar om als mensen die elkaar al lange tijd kenden. Bij mij in de boekenkast staat nog altijd een foto van hem, als acteur was er niemand zo goed als hij. Ik bewaar hem in mijn geheugen. Misschien is zijn foto wel een soort ikoon voor mij.

Kaidanovsky was een gedoopt mens, en bij de onthulling van het gedenkteken heeft Inna de geestelijke gevraagd om een rouwdienst te houden. Het was een zonnige dag in oktober. Inna zei: wat een goddelijke dag!. Maar de geestelijke wierp tegen: we hebben geen geluk met het weer, misschien is dat wel een teken. En opeens viel de sneeuw met dikke vlokken uit de hemel. Dat duurde 10 minuten, evenlang als de hele rouwdienst.

Lora: tijdens zijn leven zocht hij God vooral in de kunst. Hij las me eens enkele regels voor uit het werk van Leontiev, waarvan de essentie op het volgende neerkomt: wanneer de geest het lichaam verlaat, wordt ze vrij. Van datgene wat overbodig is en onnodig. En dan zal ze gelukkig zijn. Hij zei: wanneer geluk een dergelijke vorm zal krijgen, dan hem ik dat geluk niet nodig. Ik heb al die hoogstaande deugden niet nodig, naar de hel met dat soort geluk. Ik wil een lichaam hebben, ik wil doen, vrouwen liefhebben en met ze vrijen, ik wil alles wat aards mens doet! Films maken!

Alexander Kaidanovsky

Alexander Adabasian, scenarioschrijver en regisseur: zoals ik nu over Alexander lees, verbaast het mythische beeld mij dat hij wordt geportretteerd als een eenzame filosoof, die onafgebroken uitsluitend Duitse schrijvers uit de 19e eeuw zat te lezen. Inderdaad heeft hij veel gelezen en heeft hij een prachtige bibliotheek bij elkaar verzameld, maar verder was hij toch vooral een heel erg levendig mens. Hij verbaasde mij door die eigenaardige mengeling van een enorme ontwikkeling als persoon en aan de andere kant de passie van zijn in Rostov gevormde karakter. “thuis bij vreemden” hebben we in Tsjetsjenië-Ingoesetie opgenomen, het huidige oorlogsgebied. De bevolking daar is temperamentvol en toen werd ik verbaasd door Alexander’s strijdlustigheid om zijn gelijk niet alleen met zwaarwegende argumenten te verdedigen, maar ook met zijn vuisten. Hij was agressief en tegelijkertijd was hij in staat om alle plaatselijke boekwinkels af te gaan. Hij heeft me daar een doorleefd exemplaar geschonken van Tynjanov’s “de dood van van Vazir-Muchtar”. Hij was jeugdig, voetbalde met iedereen en zwom in het meer. Hij hield van grapjes maken. In onze film was er een scène met een ram. Alexander had hem uit een kudde uitgekozen. Hij vond het aardig om een stok weg te werpen en dan te zien dat de ram er achteraan ging, als een hond. Hij leende een geweer bij iemand en in zijn uniform van de Witte Garde officier Lemke, rende hij als de vermaarde grensbewaker Karatsupa met de aangelijnde ram over het plein waar de opnames gemaakt werden (red: Nikita Karatsupa was ten tijde van Sovjet-Unie een veelvuldig onderscheiden grensbewaker).

Uit zijn dagboek: 23 maart 1993. Al mijn ervaringen met vrouwen. En die ervaringen waren bijzonder stompzinnig. Hoe vreemd eigenlijk, alleen wanneer ik me in mijn gevoelens niet gelukkig voel, ben ik in staat om iets te maken, dat wil zeggen zonder daarvoor iets terug te krijgen. Gevoelens straalden bij gewoon al te eenvoudig weg uit mijn oren. Het is niet aannemelijk dat ik nog een film van betekenis zal kunnen maken, daarvoor ben ik te laat met regisseren begonnen. Maar een ding weet ik zeker. Je moet films maken en niet nadenken over het belang van de eigen persoon. Al datgene wat van ondergeschikt belang is moet worden buitengesloten en…..

Hij was enorm gepassioneerd en kon heel snel verliefd worden. Schoonheid waardeerde hij het hoogste bij vrouwen, en daardoor werd hij ook vaak teleurgesteld. Hij had een ex-vriendin, voor wie hij altijd medelijden voelde. Toen zij erachter kwam dat hij met Inna zou gaan trouwen, belde ze hem op en dreigde ze met zelfmoord. Hij is toen naar haar toe gegaan en heeft haar langdurig getroost. Vaak werd hem gevraagd over het waarom van het grote aantal stempels in zijn paspoort. Dan zei hij: ik heb ze niet nodig, zij hebben ze nodig. Mij maakt het niet uit. Want het samenwonen met hem was bepaald geen geschenk. Je moest je gedragen als een grijs muisje. In een van zijn scenario’s schreef hij: de eenzaamheid is schitterend, vooral wanneer je niet alleen bent.” Zijn eerste vrouw heette Ira. Zij is nu in Rostov hoofd van de psychologie faculteit aan de universiteit. Ze heeft een dochter van Kaidanovsky, Masja, die ook in Rostov woont. Hij voelde zich altijd aangetrokken tot jongere meisjes. Toen hij met de toen 18-jarige Evgenia Simonova trouwde, zei hij: “hoe aangenaam is het om een onbeschreven blad te pakken, wanneer we van elkaar zullen scheiden zal het blad volgeschreven zijn. Ik kan daar als het ware een nieuwe ziel in leggen.“

Lora: onophoudelijk streden in hem zijn verlangen om zijn eenzaamheid te bedwingen en de wens om alleen te blijven. Die tegenstelling dreef hem zijn hele leven in de hoek. Daardoor ook die voortdurende wisseling van vrouwen en zijn krankzinnige affaire met Valerina Maljavina. Als door een wonder bracht hij het er levend bij haar af. Ze hadden zich in hun aderen gesneden. Of waarschijnlijker, zij had hem gesneden . Als jij het niet kan, help ik je wel. Samen besloten ze uit het leven te stappen, zoals Romeo en Juliet dat deden. Zelf had ze zich nauwelijks gesneden, maar hem zodanig dat de kamer rood van het bloed zag. Twee dagen hebben ze in het ziekenhuis gelegen. Toen Maljavina voor moest komen in verband met de zelfmoord van Stasa Zdanko, trad hij op als getuige en zei: waarschijnlijk heeft ze het complete werk van Dostojevski van voren tot achteren gelezen. Toen ze uit de gevangenis kwam en ze begon te vertellen over haar relatie met hem, vroeg ik: “Alexander, waarom doe je daar niks aan?” “Waarom zou ik? Toen was dat een compleet ander mens, dat was ik niet. Kun je je het nu voorstellen dat ik bij een temperatuur van minus 50 graden in het holst van de nacht “Valja, Valja”zou gaan gillen? “Was ik dat werkelijk zelf?”

kaid3.jpg

Toen hij besloot om met Inna te trouwen, heeft hij eerst met veel mensen overlegd en deze stap goed overwogen. Er is een aantekening uit zijn dagboek bewaard gebleven, dat pas na zijn dood werd gevonden: “11 november 1995. Een veelbetekenende dag. Ik ben getrouwd, en volkomen gelukkig!

30 november 1995. Binnen is het een chaos en een bende. Geld voor de woning hebben ze nog niet gegeven. Ik ben al vier maanden met de verbouwing bezig. Een troost: ik heb een jonge, mooie vrouw”.

Vechtersbaas

Kaidanovsky stond bekend als vechtersbaas. Op een keer kwam hij bij iemand thuis een oude bekende tegen. Hij had een bloedhekel aan ook maar de geringste vorm van chauvinisme. Wanneer mensen zomaar gekleineerd werden, kon hij daarvan ontploffen van woede. Een gevoelig onderwerp voor hem was de val van de Dekabristen. Hij bewonderde ze enorm. En opeens zei deze gast, een professor in de psychologie,: “De Dekabristen moesten uiteindelijk wel verliezen, want er waren een aantal Joden in geïnfiltreerd”. Kaidanovsky pakte een vork van tafel en stortte zich op hem. Woedend joeg hij de professor tot onder de krantentafel, en bleef met de vork netzolang boven hem staan totdat hij zijn excuses had gemaakt.

Hij was eens veroordeeld: drie jaar voorwaardelijk had hij gekregen. Voor een vechtpartij. Met zijn klasgenoot Vanja Dichovichnij liep hij terug door een pretpark. Bij een van de attracties stonden ze stil, Kaidanovsky begon te vloeken (wat hij overigens bijzonder stijlvol kon) en een vrouw die in de buurt stond werd hier kwaad over: “Ik ga de politie bellen! Jij zorgt al 15 dagen voor overlast, stuk stront dat je bent”. Hij kon zich niet meer inhouden en greep haar vast. Er volgde een arrestatie en een rechtszaak. Het slachtoffer bleek ook nog eens rechter te zijn. Er hing hem een serieuze straf boven het hoofd. Hij werd gered door het Vachtangovski Theater dat een borgsom voor hem betaalde. Maar ook na deze geschiedenis bleef hij nog vaak op de vuist gaan.

Portret van zijn ziel

De vermaarde Hanna Schygulla was eens bij hem op bezoek en was een en al lof over zijn acteerprestaties. Hij gaf haar twee van zijn schilderijen cadeau. Ze was stomverbaasd: “Bij ons in Duitsland kan je hiervoor een auto kopen”.

Lora: “Hij heeft me zijn zelfportret gegeven: Hij draagt daarop een wit nachthemd en, tot mijn verbazing, een stropdas. Hij gaf hierbij de volgende uitleg: dat ben niet ìk, maar een symbool van mijn ziel. Ik weet ook niet wat mijn ziel met deze stropdas te maken heeft. Maar kan ook maar iemand met zekerheid beweren dat hij zijn ziel kent?” Een maand voor zijn dood belde hij me op en vroeg me: “Lora, is het schilderij nog heel?” “Natuurlijk, Alexander”. “Ik wil graag dat je het bewaart, niet omdat ik het gemaakt heb, maar omdat er een stukje van mezelf in zit. Net als in een gedicht van Arsenij Tarkovsky: “Hoe eenzaam heb ik het, aan de muur hangt een portret.”

Hij bewonderde mensen die alleen voor hun passies leefden. Het dagelijkse leven vond hij triviaal. Hij was in staat om mededogen te hebben voor mensen. In zijn woning is eens een oude vrouw overleden. Wanneer hij naar de supermarkt ging, deed hij ook boodschappen voor haar. Het vermogen om te kunnen vergeven had hij hoog zitten. Hij kon om niets ruzie maken, maar kon het nog sneller bijleggen. Thuis was er niets van hemzelf. Hij had geen videocassettes van zijn films. Die hadden al niets meer met hem te maken. En thuis had hij zelfs geen video’s van Stalker.

Hij hield er niet van om de film Stalker te zien en hij hield er niet van wanneer hij vergeleken werd met de hoofdrolspeler van deze film. Het klinkt misschien vreemd, maar juist na deze schitterende rol raakte hij teleurgesteld in zijn vak besloot hij regisseurslessen te gaan nemen bij de studio van Andreij Tarkovsky. Helaas was de meester in Europa achtergebleven en Kaidanovsky kreeg toen de lessen toen van Solovjev. Van wie hij trouwens uiterst matige beoordelingen kreeg: vijfjes en zesjes. Ook Eldar Rjazanov was bepaald niet gecharmeerd van zijn kwaliteiten als regisseur. Vreemd misschien, maar gesprekken over Tarkovsky kapte hij altijd af. Hij zei altijd hetzelfde over hem: “hij wist precies wat hij wilde”. Een keer voegde hij daar nog aan toe: “dat is het enige waarin ik op hem zou willen lijken”. Toen hem gevraagd werd naar een bijdrage voor een boek met herinneringen aan Tarkovsky, weigerde hij. Maar hij kon met smaak vertellen over de opnames van Stalker. Tarkovsky had voor zijn rol in Amerika een speciaal,doorzichtig masker besteld dat als gegoten op het gezicht zat zoals bij Fantoma. Op een keer ging hij naar huis met zijn masker nog op hoewel het behoorlijk warm was. Hij vroeg de chauffeur om bij een bakkerij te stoppen, omdat thuis het brood op was. Het was heet, hij gaf de verkoopster geld en haalde het masker van zijn gezicht. De verkoopster die zag hoe de klant zijn eigen huid lostrok viel flauw van schrik. Daarna duurde het nog veertig minuten voordat hij thuis was, al die tijd had hij nodig om van de verkoopster af te komen.

Toen de cameraman Rehrberg er tijdens het maken van de film mee ophield, vertrokken er met hem 30 anderen: costumeurs, grimeurs, mensen van het licht…zijn hele crew. De film werd in zijn geheel nog een keer opgenomen, nu met de cameraman Knjazhinskij. De officiële lezing van Tarkovsky verklaarde dit door de beëindigde samenwerking met zijn cameramensen tijdens het maken van kopieën van de film. Kaidanovsky had echter sterke twijfels over deze versie. “Hij wilde gewoon een andere film maken. Ik speel in wezen een andere Stalker. Ik heb er daar twee van.” Toen Rehrberg vetrok baarde dit Kaidanovsky grote zorgen: “ik was Tarkovsky onvoorwaardelijk gehoorzaam, maar op het menselijke vlak kon ik met hem in discussie gaan.” Toen die mensen met Gosja vertrokken, zei ik tegen Andre: “van mensen die tot in hun ziel hebt beledigd, kun je niet verwachten dat ze nog voor je op komen draven.” En dat ondanks het feit dat Tarkovsky hem een keertje te hulp is geschoten. Kaidanovsky probeerde een keer een sigaret aan te steken aan het brandende verwarmingselement van een theeketel. Terwijl hij deze in zijn handen had ontplofte het plotseling. Rondvliegende deeltjes veroorzaakten verwondingen aan zijn ogen. Tarkovsky zocht een arts voor hem uit en regelde een operatie. rmingselement van een theeketel van een theeketelsteken aan een brandende dompelaar van een ketel.telkomen.eurs, grimeurs, lich

Wanneer ze over hem schreven dat hij een leerling en een volgeling van Tarkovsky was vond hij dat niet prettig. In niets wilde hij een volgeling zijn. En dat was hij ook niet. De film Stalker werd voor hem zowel een grandioze film, als het einde van een carrière. Als intelligent mens moest hij wel begrijpen dat het in zijn leven nooit meer beter dan dit zou worden. Kaidanovsky kreeg geen toestemming voor filmopnames bij Tarkovsky in Italië. In Nostalgia zou hij de hoofdrol spelen. Bij de bond van filmmakers was een anonieme brief binnengekomen, waarin verteld werd dat hij zojuist gescheiden was van Simonova en dat hij zich schandalig gedroeg etc. Tarkovsky zei tegen hem: het is jouw rol en niemand anders dan jij zult hem spelen. Jankovski kreeg de rol. Het gevoel gekrenkt te zijn verdween niet bij Alexander. De film Stalker was als de zone: hij liet ook bijna niemand meer gaan. Van degenen die erin speelden en hem maakten is bijna iedereen overleden.

Toen ik de op Tolstoi geïnspireerde film “de eenvoudige dood” maakte was ik erg bang voor de dood, daarom ook maakte ik de film. Door me te verdiepen in de ondraaglijk zwaarte van het verhaal van Tolstoj, lukte het om van die obsessie af te komen. Nu maakt het me niet meer uit: het is zinloos om bang te zijn voor het onvermijdelijke.”

Zijn eerste hartklachten kreeg hij zo’n tien jaar voor zijn dood. Vaak werd hij ’s-nachts wakker van de pijn. In het begin dacht hij dat het zijn maag was. Hij liet zich er niet voor behandelen. “ik moet nog heel veel dingen doen, omdat ik merk dat ik begin te grijpen naar mijn zij, dan wel mijn maag, dan wel mijn hart. Je kunt niet werken, wanneer je het gevoel hebt dat je een zak met ongebluste kalk in je borststreek moet meedragen! De laatste tijd zit heb ik vaak het woordenboek voor me en bestudeer daarin woorden als: “lijden, duisternis, verdriet, obsessie, spot, slapeloosheid, beledigen, beschadigen, …dit alles kun je vervangen door één werkwoord: vergeten en door een ander tweede woord: zinloosheid.

Irina Zaitchik

november 26, 2007

Rusland geplaatst voor Euro-2008

Ingedeeld onder: Uncategorized — varlam @ 10:24 pm
Tags:

Dit betreft, als vingeroefening, een vertaling uit het Russisch uit: Kommersant online – 22 nov 2007

Op 21 november heeft het nationale voetbalelftal van Rusland zicht geplaatst voor het Europese Kampioenschap van 2008. Dit was het gevolg van zowel de winst van Rusland op Andorra (0-1) als van de winst van Kroatië dat in Londen Engeland met 2-3 versloeg. Kroatië werd hierdoor met 29 punten groepswinnaar en de Russen eindigden met 24 punten als tweede, en verzekerden zich daarmee van kwalificatie voor het EK in 2008. De enige kans nog voor Rusland op kwalificatie was door zelf te winnen van Andorra en winst van de Kroaten op Engeland.

De wedstrijd tegen Andorra begon in een laag tempo. In de beginfase van de wedstrijd lag het initiatief bij Rusland dat gedurende de eerste minuten enige gevaarlijke kansen creëerde, maar Andorra werd gered door keeper Koldo Alvares. In de 38-ste minuut wisselde Guus Hiddink Vasili Berezutsky voor Dmitri Torbinsky. Die versterking van de aanval pakte binnen enkele minuten al goed uit: uit een voorzet vanaf de rechterflank door Dmitri Torbinksy opende Dmitri Sytchev met een kopbal de score.

In de 45e minuut gaf de scheidsrechter Rusland na een overtreding in het strafschopgebied een penalty. De inzet van Denis Kolodin werd echter eenvoudig gestopt door de keeper van Andorra. Voor de rust was er nog een gevaarlijk moment dat echter vanwege buitenspel zonder resultaat bleef.

De gastheren begonnen de tweede helft met een nieuwe keeper. Alvares had aan een botsing met Kerzjakov een blessure overgehouden en was vervangen door Jose Gomes. Na de rust verlaagde Rusland het tempo nog meer, en de wedstrijd werd door het grote aantal overtredingen voortdurend onderbroken. Halverwege de tweede helft probeerde Andorra wat tegenkansen te creëren zonder dat dat iets bijzonders opleverde. In de 84e minuut werd de aanvoerder van Rusland, Andre Arsjavin, van het veld gestuurd na een tackle op de benen van zijn tegenstander. Het Russische team dat de wedstrijd dus met een man minder uit moest spelen, won de wedstrijd op deze manier tegen Andorra met 0-1.

Na de wedstrijd gaf aanvaller bij Rusland Alexander Kerzjakov zijn commentaar op het spel: “Het was voor ons een heel moeilijke wedstrijd, Andorra speelde een soort antivoetbal, ze intimideerden en beledigden ons”. De aanvaller zei verder dat de Russische ploeg op een overwinning van Kroatië in Londen gehoopt had, hetgeen plaatsing van Rusland voor het EK zou verzekeren. “We geloofden er absoluut in dat de Kroaten op Wembley van Engeland zouden kunnen winnen. Het is voetbal, in principe is alles mogelijk. We weten gewoon dat Kroatië een goede ploeg heeft, en het zou dom zijn om de wedstrijd in Londen zomaar weg te geven, ondanks dat je tegen een zo’n sterke ploeg als Engeland speelt. We waren ervan op de hoogte dat Kroatië bij de rust met 0-2 voorstond, maar we wisten dat ook wij zelf onze wedstrijd moesten winnen”. Aldus Alexander Kerzjakov.

Steven Gerrard, speler van het Engelse nationale elftal, keek als volgt aan tegen het verlies van 2-3 tegen de Kroatië op Wembley: “ Verliezen met 88.000 fans in het stadion en met zo’n opgelegde kans om iets serieus te bereiken is natuurlijk verschrikkelijk. Dit is de slechtste dag zolang ik voor het nationale team van Engeland speel”, vertelde hij. Belangrijkste reden voor het falen van de Engelse ploeg volgens hem: teveel geloof in zichzelf. Volgens de middenvelder brak het belangrijkste moment van de wedstrijd aan nadat Frank Lampard en Peter Crouch scoorden en Engeland op gelijke hoogte hadden gebracht.

_39425931_gerrard_emp300×300.jpg

Volgens Steven Gerrard waren zijn meeste teamgenoten toen al zeker van de goede afloop, hoewel het niet lukte om de wedstrijd op slot te zetten. “We hebben gevochten, maar het was niet voldoende voor het resultaat dat we nodig hadden. We zijn zwaar teleurgesteld. Door de eerste goal raakten we in een soort paniek. We waren van plan om de wedstrijd in een hoog tempo te beginnen en te jagen op een snelle goal om de Kroaten direct duidelijk te maken wie ze voor zich hadden. Maar wat er gebeurde was dat in de 15e minuut de 0-1 er bij ons invloog. De tweede helft was een stuk beter, en daar was het resultaat ook naar. Bij de 2-2 hadden we de boel dicht moeten spijkeren en op verdedigen moeten overgaan, maar wij gingen op jacht naar de derde goal. En in plaats van het minimaal noodzakelijke resultaat vast te houden, liepen we tegen een counter aan.” Aldus de speler over het spelverloop. Over het resultaat voegde Gerrard nog toe, dat ondanks het verlies het Engelse team naar de toekomst moet kijken. “We hebben nog veel wedstrijden voor de boeg, en we moeten van onze fouten leren en deze vreselijke zondag vergeten. Hoewel dat niet bepaald makkelijk zal zijn”, voegde hij er nog aan toe.

november 16, 2007

Concert Spinvis 15 november 2007 - een bespreking

Ingedeeld onder: Uncategorized — varlam @ 3:35 pm
Tags:

Gisteren trad Spinvis met band op in de Stadsgehoorzaal in Vlaardingen. Samen met mijn vriendin ben ik er naar toe geweest. In de zaal was het ijskoud maar de muziek van Spinvis maakte bijzonder veel goed.

Mijn vriendin is Japanse, Spinvis zingt in het Nederlands, maar toch vindt ze zijn muziek al een paar jaar geweldig. Zijn muziek is zo uniek, karakteristiek en vooral eigen dat daarmee de taalbarrière kennelijk geen enkel probleem vorm om van zijn liedjes te houden. Haar herhaaldelijke verzoekjes om zijn teksten, als was het maar in grote lijnen, voor haar te vertalen heb ik totnogtoe steeds lafhartig terzijde gewezen, omdat ik er zelf ook niet zo goed raad mee wist, en weet. Toch was ze zelfs zo enthousiast over met name de eerste - titelloze- CD met fantastische nummers als “Astronaut” en “Ronnie gaat naar huis” van Spinvis, dat ze daar een exemplaar van meegenomen heeft naar Japan en cadeau gedaan aan haar broer. Wanneer Spinvis ooit groot mocht worden in Japan, weten we hoe het allemaal begonnen is!

Het voorprogramma werd verzorgd door de Zuidafrikaanse singer-songwriter Chris Chameleon, die met een gitaar op een krukje, spotlight op hem gericht, eigen liedjes vertolkte. Je kon duidelijk horen dat hij ze door heel veel te spelen (als straatmuzikant?) de uitvoering vrijwel geperfectioneerd had en ze klonken dan ook als geramd. Het bijzondere aan zijn optreden was zijn stemgebruik en de veelheid aan vreemde klanken die hij als begeleiding bij zijn liedjes wist te produceren, dit in combinatie met de ambachtelijke popliedjes die hij speelde. Maar ik vond dat zijn geluidjes uiteindelijk de liedjes teveel gingen beheersen, teveel afleidden en de liedjes het vooral van de gekke effecten moesten hebben. (Inmiddels heb ik op zijn website flink wat beluisterd van het repertoire van Chameleon, en ik moet zeggen dat er een aantal redelijk fantastische liedjes bij zitten - bijvoorbeeld het wonderschone “Bitterbessie dagbreek”. Maakt me nieuwsgierig naar wat deze man verder nog heeft gemaakt. Hij is trouwens wel wat meer dan de “straatmuzikant” die hij was zoals ik eerst dacht.)

Spinvis dan met zevenkoppige (!) band daarna. Het uitroepteken vanwege de tegenstelling tussen deze uitbundige manier van uitpakken met een grootse band bij zijn theatertoernee, en anderszijds het bijna introverte karakter van het creatieve proces bij de totstandkoming van zijn eerste plaat: door hem zelf alles ingespeeld en met een computer op een zolderkamertje in elkaar gezet.

Het concert begon rond 9 uur in een ijskoude zaal (een bezorgd-attente dame had ons voor de voorstelling op gewezen dat het verstandig was om onze jassen niet af te geven bij de garderobe en gewoon aan te houden, de verwarming was uitgevallen en in de zaal zou het wel eens frisjes kunnen zijn…) die ook maar voor ongeveer een kwart gevuld was. Hoeveel mensen waren er? 100, 125? Schandalig weinig in ieder geval. Maar wat wil je ook in een treurige stad als Vlaardingen. Tegen rond kwart over 11 (inclusief pauze van een half uur), en twee toegiften werd het concert beëindigd.

De set bestond uit nummers die afkomstig waren van de drie platen totnogtoe: het titelloze debuut uit 2002, Dagen van gras, Dagen van stro (2005) en van het “restjesalbum” Goochelaars en Geesten uit 2007, zonder dat er een bepaalde logische of chronologische volgorde in zat, maar dat hoefde uiteraard ook niet.

spinvis1.jpg

Meteen direct de eerste indruk: een geweldig goed ingespeelde band met klassemuzikanten. Zo was er de Vlaamse celliste, die ook door haar backing-vocals een hele mooie kleur gaf aan de liedjes, maar daarnaast nog andere instrumenten zoals de banjo bespeelde. Erg goed. Kleurrijk figuur is ook acteur, maar hier vooral: trompettist Hans Dagelet. Die als een zonderlinge buitenstaander over het podium banjerde, maar de sound schitterend verrijkte met zijn trompetgeluiden. De overige bandleden namen meer een plek op de achtergrond in, en laadden meer incidenteel de aandacht op zich, zoals de dichter die ook synthesizer speelde, een hele lap poëzie voor zijn rekening nam in het liedje “een nagemaakte gek”, dacht ik). Maar allen ongetwijfeld van belang voor het totale groepsgeluid. Spinvis (Erik de Jong) tenslotte was tenslotte natuurlijk de onbetwiste bandleider

Van meet af aan werd duidelijk dat ten behoeve van de live-performance Spinvis de uitvoering van zijn liedjes ingrijpend veranderd had qua instrumentatie en qua sfeer. Dat moest ook wel: de gemaakte platen heeft hij op een computer in elkaar geknutseld. Op een podium met band zul je daar toch iets op moeten verzinnen.

Ik vond dat hij daar met vlag en wimpel in slaagde. De live-uitvoeringen van zijn liedjes waren zo overtuigend, en werden met zoveel plezier gespeeld dat ze moeiteloos naast zijn studioversies (of moet ik zeggen: zolderkamer-versies?) overeind bleven staan. Hoewel het moeilijk te vergelijken is, met name op zijn eerste plaat staan zoveel zulke muzikale juweeltjes die het zo van kleine subtiliteiten moeten hebben, dat je die live gewoon niet kunt benaderen. Met een band moet je dat anders oplossen en dat deed Spinvis. He poëtische van zijn ongrijpbare en moeilijk te plaatsen, associatieve liedtekstjes combineerde opvallend goed ook met de bij vlagen stevig rockende sound van zijn liveband. Ik vond ook dat hij bovendien goed zong en durfde te zingen met zijn minder vaste stem, daaruit bleek ook zijn toegenomen vertrouwen als perfomer.

Je kon goed merken dat het goede muzikanten waren en dat ze goed op elkaar ingespeeld waren, wanneer de band ettelijke malen eens goed “los”ging, zat ik gewoon te kicken in mijn stoel, zo goed, en swingend was het en was het jammer dat je niet gewoon in een concertzaal stond.

Tijdens het concert vroeg ik me af hoe Spinvis het allemaal voor elkaar krijgt. Zo’n sterke band samenstellen, vervolgens voor alle nummers ook nog eens een compleet nieuwe muzikale uitvoering te maken en dat nog eens zo geweldig goed op een podium te spelen. Daarnaast heeft hij tijd gevonden voor een muzikaal project met Simon Vinkenoog (dat “Ja”heet. Simon Vinkenoog declameert zijn gedichten en Spinvis voorziet deze gedichten van meer of minder vervreemdende begeleiding) Niet alleen dat , maar hij heeft recentelijk ook nog eens opgetreden op een behoorlijk aantal festivals en in opdracht van verschillende instellingen diverse muziekstukken geschreven. En nu is hij dus bezig met een theatertour met een flink uit de kluiten gewassen band langs schouwburgen in Nederland en Belgie. Ik hoop niet dat de karige hoeveelheid bezoekers in Vlaardingen illustratief is voor de hele tour, afgezien nog van het probleem dat je daar niet een hele band voor een complete theatertoernee van kan betalen. Los daarvan: een muzikant met de klasse van Spinvis verdient, overal waar hij optreedt, volle, uitverkochte zalen. Artiesten als Spinvis zijn uniek en moeten gekoesterd worden. Voor mij is hij op dit moment dan ook de beste van Nederland (met dicht bij hem in de buurt: Gé Reinders).

mei 30, 2007

Aangeschafte boeken: nog niet gelezen

Ingedeeld onder: Boeken, Uncategorized — varlam @ 5:31 pm
Tags: ,

favorieteboeken.jpg

(Meer…)

Blog op Wordpress.com.