JahresTage

april 30, 2008

Een witgehemd orkestje. Over Marte Jacobs – Tim Krabbé

Ingedeeld onder: Boeken — varlam @ 2:28 pm
Tags: , ,

De jonge dichter Emile Binenbaum heeft zijn verliefdheid vertaald in woorden, en een gedicht geschreven over zijn heimelijke geliefde Marte. Pasgeboren girafje heet het. Een mooie titel. Dit pasgeboren girafje is een gecodeerde liefdesverklaring, en niet direct herleidbaar tot Marte omdat Emile zich een beetje schaamt voor het leeftijdsverschil tussen hem en haar van 6 jaar.

Dit op jonge leeftijd door Emile geschreven gedicht blijkt niet minder dan een voltreffer, niet alleen werd het zijn persoonlijke favoriet tussen zijn duizenden andere gedichten, maar ook die van lezers en later zal het uitgroeien tot een klassieker. Hetgeen wel blijkt uit de volgende zin uit het boek:

Als “Emile Binenbaum”het antwoord was in een quiz op de televisie, dan was dat nooit op de vraag wie de grootste dichter van Nederland was, maar altijd op de vraag wie Pasgeboren Girafje had geschreven. (blz 142). Let ook op dat pedante “altijd”.

Tuurlijk. Zou ook een typische vraag zijn die je wekelijks tegenkomt bij een quiz op televisie: wie is de grootste dichter van Nederland? Kan zo in “twee voor twaalf”…Gekkigheid natuurlijk. Enfin, de grootste schrijver van Nederland is Krabbé in elk geval niet.

Wat mij enigszins stoort is dat in “Marte Jacobs” zo vaak naar het gedicht Pasgeboren girafje wordt verwezen en het dus essentieel is voor het boek, maar dat het gedicht nergens deels of integraal weergegeven wordt. Dat is dan kennelijk iets wat aan de bekende verbeelding van de lezer overgelaten moet worden, zoals dat dan heet. Ik vind dat toch onbevredigend.

De lezer wordt op deze manier iets wijsgemaakt zonder dat het waargemaakt wordt. Een auteur kan op die manier alles wel beweren in een roman zonder het aannemelijk te hoeven maken.

Het gedicht Pasgeboren girafje is een publiekslieveling, en in de loop der jaren een klassiek gedicht geworden, een evergreen die niet mag ontbreken bij welke voordracht in het land van Binenbaum dan ook. Waarom staat het dan niet in het boek, waarom de lezer geen deelgenoot maken van de eenvoud en de schoonheid van het gedicht?

Het antwoord is ontluisterend en simpel, ben ik bang. Dit gedicht is er namelijk niet, Krabbé maakt zich er hier wel heel gemakkelijk vanaf en faalt dus in het waarmaken van zijn pretenties (meesterwerk, klassieker, publiekslieveling…kom op dan, laat het zien in het boek…).

Iets dergelijks stoorde me ook al in Sneeuw van Orhan Pamuk. Natuurlijk een ander boek: een complexe roman en niet een novelle met één thema, maar niettemin laborerend aan hetzelfde euvel en daarmee afbreuk doend aan de kwaliteit en geloofwaardigheid van het boek als geheel. Dichter Ka hervindt in Sneeuw in Kars zijn inspiratie en de gedichten komen na jaren van literair droogstaan als goddelijke ingevingen opnieuw tot hem, maar de inhoud of de regels ervan vind je niet terug in het boek Sneeuw, terwijl ze wel degelijk van grote betekenis zijn voor het boek.

Marte Jacobs deed me denken aan “Een vlucht regenwulpen” van Maarten ’t Hart en aan “Terug tot Ina Damman” van Simon Vestdijk. Ook daar onbereikbare jeugdliefdes (en in ’t Harts boek heet het meisje toevallig bijna hetzelfde: Martha), platonische verliefdheden waarbij de lezer deelgenoot is van de kolkende gedachtestromen van de protagonist. Ook daar het continue analyseren en het op zichzelf betrekken door de hoofdpersoon van elke beweging, elke uitgesproken zin van zijn geliefde of afstand, met wie zoals in dit boek wel contact is en met wie gesproken wordt, maar niet over datgene waar het werkelijk om draait.

Marte Jacobs onderscheidt zich wat van de twee andere boeken door het leeftijdsverschil tussen de jongen en het meisje: Emile is 6 jaar ouder dan Marte, maar het soort verliefdheid is niet wezenlijk anders, het leeftijdsverschil maakt de verliefdheid in dit boek niet tot iets ranzigs, het maakt het er eerder mooier en onschuldiger op.

Vier jaar hebben ze elkaar niet gezien, wanneer ze elkaar tijdens een schoolfeest weer ontmoeten. Dat is meteen ook de laatste keer. Marte verdwijnt na afloop van die avond aan de hand van zijn vriend de schrijver Reiff voorgoed uit zijn leven, en zal niet lang daarna zelfmoord plegen. Het motief voor deze daad blijft volstrekt onopgehelderd (was ze ongelukkig dan? Zo ja, waaruit blijkt dat dan in het verhaal?) en is daarom onbevredigend. Wel probeert Binenbaum zich tegen beter weten in wijs te maken dat hij tot het laatst van betekenis was in het leven van Marte, en zich ervan te overtuigen dat ze ook zijn in de krant gepubliceerde vervolg op “pasgeboren girafje” (“Het tweede gedicht” - een vertolking van zijn liefde voor Marte, om aan alle misverstand een einde te maken) gelezen zou hebben, en belangrijker nog, begrepen zou hebben. De gedachte om géén rol meer in haar leven te spelen, terwijl hìj geobsedeerd en volledig door haar in beslag genomen wordt, zou uiteraard compleet onverdraaglijk zijn voor de inmiddels beroemde en gewaardeerde literator.

Door de intensiteit, heftigheid en van de gedachten in Binenbaum’s hoofd en de openhartige eerlijk waarmee dit wordt weergegeven wint het verhaal na verloop van tijd aan urgentie en kon het daardoor op mijn sympathie rekenen. Maar die sympathie sloeg soms ook over in irritatie.

Wat mij vooral tegen ging staan was de betutteling en de uitleggerigheid van de schrijver. Storend zijn de korte zinnetjes die veelbetekenend en suggestief als alinea apart staan. Daarin lijkt hij wel op Conny Palmen die dat met nog veel meer pretentie hetzelfde doet in haar boeken. Irritant is vooral het overdadige gebruik in bijna elke alinea van accenttekens en cursiveringen in zinnen. Alsof de schrijver bang is dat de lezer zijn zinnen anders niet goed zou kunnen interpreteren. De zinnen krijgen daardoor iets nadrukkelijks, een gekunstelde beklemtoning, en een soort vermoeiende dreunende cadans die een vlotte leesbaarheid niet bepaald bevordert:

“Hij was er avonden mee bezig, versie na versie, dagenlang, de hele tijd die hij nog had vòòr de eerstvolgende inleverdatum. Uren waarin hij eigenlijk voor zijn eindexamen had moeten werken, want daar wilde hij wèl voor slagen”.

Of zoals hier: Hij keek net in haar ogen op het moment dat ze zei: iedere keer, en hij dacht te zien dat ze bloosde. Ze had zich versproken: ze had gefantaseerd, misschien al in de bioscoop, over méér afspraakjes met hem, genoeg om daar woorden als ‘iedere keer’ voor te kunnen gebruiken. (blz. 60)

Lang geleden las ik “de Renner” van Krabbé. Ik heb me daardoor heen geworsteld, ondanks dat het net als Marte Jacobs een dun boekje was. Toch was het nog te dik. Marte Jacobs ook trouwens. Krabbé was toen geen stilist en hij blijkt het nog steeds niet te zijn. De volgende zinnen en zinnetjes illustreren dat:

“Een hinniklachje was daarmee in contrast”,

“een nattig weiland…”

“Reiff had zijn bril niet op en keek met een wazige blik, op de rand van herkennen, naar Emile. Emile ging ook zitten, en keek terug”.

“op een podium aan een zijkant speelde een witgehemd orkestje, met strikjes en bolhoedjes…”

“Tovervoorhoede” (bedoelt misschien iets als droomvoorhoede, uit een dreamteam of iets dergelijks )

“Dan is die op en gooit hij de rest weg…” (over het eten van een ananas).

Kromme en onhandige zinnen, je komt ze voortdurend tegen. Op de momenten dat je meegesleept word door het verhaal, zijn ze wat minder storend.

Wanneer je op de website van Krabbé kijkt, struikel je over de lovende recensies van zijn boeken. Beetje zielig hoe hij daar werkelijk alle uitsluitend lovende soundbites uit recensies over dit boek heeft verzameld. Er is geen wanklank te horen! Kennelijk heeft hij dat nodig als bevestiging dat hij toch echt een goed boek heeft geschreven, zelf is hij daar nog niet zo zeker van. Die boeken dus zijn inmiddels ook al in diverse talen vertaald zijn (16 verschillende talen, meldt onze Tim vol trots), waaronder in het Russisch. Geen geringe prestatie voorwaar. Toch vraag je je af, waarom uitgerekend dit soort boeken vertaald moet worden. De Nederlandse literatuur heeft toch wel iets originelers, mooiere, beter geschreven boeken te bieden dan het hooguit niet onaardige werk waarmee Tim Krabbé totnogtoe voor de dag is gekomen.

Interessanter (en ook wel lichtelijk monomaan vanwege zijn verzamelingsdrang en hang naar compleetheid) vind ik hem als beheerder van zijn eigen aan schaakrecords en schaakcuriositeiten gewijde website: Chess Curiosities. Een door schakers zeer gewaarde en veel geraadpleegde website. Daarin is Krabbé iets meer bijzonder.

Blog op Wordpress.com.