JahresTage

mei 16, 2008

Een neergestreken vlucht regenwulpen

Ingedeeld onder: herinneringen — varlam @ 1:35 am
Tags: ,

Een gewoon vakantiekiekje uit een fotoalbum van een gewoon gezin, zo lijkt het, maar de schijn bedriegt. Voor mij gaat er een complete wereld mee open, want ik herken de de vrouw op deze foto. Het is S. De plotselinge herkenning van haar maakt dit plaatje ineens tot een doordringende echo uit een tijd die lang en breed achter mij ligt.

Ze heeft deze wat overbelichte foto op haar pagina weergegeven in een sepia tint, naar ik veronderstel om de heldere details van het origineel wat af te vlakken en om daarmee, onbewust mogelijk, enige afstand te scheppen tegenover de blikken van nieuwsgierige buitenstaanders die deze foto ooit mogelijk zullen bekijken. S. , die zich hier beschermend met haar lichaam neigt naar haar, naar ik aanneem, dochtertje, zit hier blakend van gezondheid (zo fantaseer ik) op het terrasje voor de vakantiewoning van haar gezinnetje in Frankrijk. Meer informatie biedende aanknopingspunten zijn schaars op deze foto: achter moeder en dochter zie je een wat hoger aan de muur van het huisje bevestigd brandend lantaarntje, en op een tafel voor hen is nog net de rand zichtbaar van een glas, dat naar ik veronderstel gevuld is of was met een koel alcoholisch drankje, als finishing touch om een fraaie dag in stijl af te sluiten.

Het is avond en hartje zomer in Frankrijk. Fantaseer ik. Het is het einde van een hete dag en het is duidelijk dat moeder en dochter als echte vakantiegangers de uitbundig schijnende zon deze dag gretig op zich in hebben laten werken. Ze verblijven al enige tijd in dit oord en zien er geweldig gezond en gebruind uit.

Terwijl ze daar zo in de buitenlucht op het terras na zitten te genieten van de mooie dag en luisteren naar het kenmerkende sjirpen van krekels, haalt de hier niet zichtbare echtgenoot plotseling zijn mobiele telefoon tevoorschijn en kiekt hij vrouw en kind, als om dit moment van zomers idyllisch geluk en welvaren vast te leggen, voor later, voor henzelf, om dan te zeggen: zo mooi was het toen, daar, die avond, die zomer.

Die plotselinge onverwachtse manoeuvre is enigszins te herleiden uit de expressie op het licht geschrokken gezicht van de moeder en in de wat wezenloze uitdrukking van het kindergezichtje. De moeder, S., zet een vrolijk gezicht op, maar het is duidelijk dat het hier niet om een onvoorwaardelijke vrolijkheid, lichtheid gaat; want wat overheerst is de gereserveerdheid, en ook de onmiskenbare drang om controle te houden over de situatie, en dat verklaart ook haar neigen naar haar eigen kindje, het moederinstinct dat daarmee in zekere vorm aan de oppervlakte komt, om te waken over haar bloedeigen kleine meisje.

We schrijven bij het maken van deze foto ruim 20 jaar na dato. Haar en mijn leeftijd hebben zich sindsdien meer dan verdubbeld. Meer dan twintig jaar na wat eigenlijk? Twintig jaar na afloop van iets dat alleen bestaan heeft in het hoofd van één persoon, een persoon die niet geheel toevallig naar mijn naam luistert. Ook meer dan twintig jaar na de laatste ontmoeting tussen ons, een ontmoeting die geen ontmoeting was, maar een ontboezeming van mij op de allerlaatste dag dat het kon, als finale van een relatie, die geen relatie was maar de resultante van de overspannen verbeelding van iemand, die de werkelijkheid liever de weg uit ging.

Maar wat is ze, S., mooi, mooi gebleven ook en wat ziet ze er lief uit! De tijd heeft onmiskenbaar zijn stempel gedrukt op haar uiterlijk en voorzichtig beginnen de kraaienpootjes zich af te tekenen bij haar ogen. Ze heeft ook wat plekjes onder haar mond, op haar kin, maar misschien is dat niet de erosie van de tijd, maar zijn het de nauwelijks nog zichtbare, daar voorgoed vastgezette overblijfselen van jeugdpuistjes. Iets dat me vroeger niet eens opgevallen was, maar verkeerde dan ook zelden dicht in haar directe kring, ik deed mijn werk vooral op afstand.

S. is volwassen geworden, een vrouw, met een man en een kind (mogelijk een aantal kinderen – maar daar lijkt ze niet echt het menstype voor), maar ook iemand die zichzelf een levenspad heeft gekapt om haar ambities de vrije loop te laten en te verwezenlijken, en daarmee haar potentieel te materialiseren . Dat kun je op een bepaalde manier ook afzien aan haar volwassen, harde gelaatstrekken die ze heeft gekregen in een overigens glad, goed gesoigneerd en geconserveerd, prachtig regelmatig, ja zelfs voornaam gezicht. Wat zou ze geworden zijn, vraag je je onwillekeurig af, welk beroep heeft ze gekozen? Wanneer je naar de foto kijkt, zie je een dermate zelfbewuste vrouw, dat je je eigenlijk niet kunt voorstellen dat ze uiteindelijk niet geworden is, wie ze had willen zijn.

Ik kijk maar weer naar de foto. Ik kijk er deze dagen voortdurend naar, lichtelijk verbijsterd, verbaasd ook dat zoiets zo gemakkelijk op internet op te sporen is als je je gezonde verstand een beetje gebruikt, en ik kijk er eerlijk gezegd ook wel een beetje met een geluksgevoel naar. En ik zie dat S., het meisje dus uit mìjn jeugd, het haar hier gemakshalve eenvoudig maar effectief strak achterover draagt, waar het bijeen gehouden wordt in een paardenstaart, op dezelfde onopgesmukte manier zoals ze dat vroeger, meer dan twintig jaar geleden dus, deed toen ze op dezelfde middelbare school zat als ik. De tijd dus dat ik haar ongestoord dagelijks kon observeren, dat ik tijdens de lesuren uitkeek naar de kleine dan wel grote pauzes, dat ik daarin verder kon gaan met het haar bespieden, begluren, hoe je het maar wilt noemen, te bemonsteren misschien wel, zoveel ik wilde zolang het bij haar maar niet in de gaten liep. De tijd dat de schoolweken niet lang genoeg, de weekends niet kort genoeg konden duren en ik in de grote zomervakantie de dagen aftelde tot het nieuwe schooljaar weer zou beginnen (en dat is echt gebeurd).

Het heeft ook iets geruststellends, dat ouder worden van vrouwen, zeker wanneer ze zo tegen de veertig jaar lopen en dan de leeftijd bereiken dat hun uiterlijke schoonheid af begint te brokkelen, ja, in een onstuitbare val terecht komt die hier en daar nog wel afgeremd kan worden, maar waar uiteindelijk geen kruid tegen gewassen is, tegen dat fatale tikken van de tijd. En het relatief mooie voor de mannen is dan: het maakt ineens niet meer uit om wat voor reden het toen, lang geleden, meer dan twintig jaar terug, niet lukte met dat mooie, onbenaderbare meisje. Zoals ze toen was in al haar glorie en jeugdige schoonheid, bestààt ze gewoon niet meer; haar schoonheid is teloor gegaan. En daarmee vervalt de voornaamste reden voor de eerdere onvoorwaardelijke aanbidding: de jeugdliefde kan ten grave gedragen worden en mag voort blijven leven als een mooie herinnering aan een heel erg intense periode van een adolescent op weg zijn volwassenheid.

S. speelt geen rol in mijn leven. Dat heeft ze in feite ook nooit echt gedaan. Het was alles slechts illusie en verbeelding. De recente, plotselinge confrontatie met haar via een niet zo lang geleden genomen foto deed enig stof opdwarrelen in mijn herinneringen op de bodem van mijn ziel, maar inmiddels is de rust daar weergekeerd en de orde hersteld, alles is weer aan kant. Wat mij betreft zit dit verhaal er na mijn overdenking in dit stuk daarom nu echt op.

Een volgend moment van overpeinzing, over een jaar of 20, bijvoorbeeld in het ronde futuristische jaar 2030, zou de moeite waard kunnen zijn als het mij ook daadwerkelijk interesseerde. Maar dat is dus niet het geval. Ik zie dit stukje daarom mede als definitief afsluiting van een draadje uit mijn verleden. Eventjes heb ik overwogen om S. dit artikel te doen toekomen onder het mom van: ze zal het godverdomme weten ook dat ik er ben, dat ik besta en dat mij een rol van betekenis toekomt in haar leven, zoals zij die innam in dat van mij. Ik doe dat nu toch maar niet, dat kan altijd nog en op papier laat ik deze mogelijkheid nog even open.

In alle oprechtheid wens ik haar wèl veel geluk en gezondheid toe in haar verdere leven. Dat ze dat leven zonder mij leidt is niet langer onverdraaglijk voor mij en daarom van volstrekt irrelevante betekenis geworden.

TrackBack URI

Blog op Wordpress.com.