En over alles heen de hoge goden
die vreeslijk straften wat zij zacht geboden
Albert Verweij – Om het huis
Binnen de tijdspanne van minder dan een jaar heb ik de Schotse rockband Mogwai voor de derde keer in concert zien optreden. Met korte tussenpozen is de band nog steeds op pad en bezig met een lang uitgesponnen tournee ter promotie van hun vorig jaar augustus uitgebrachte studioplaat The Hawk Is Howling. Eerder zag ik ze in het kader van die tour vorig jaar augustus in het intieme bosrijke openluchttheater de Rivierenhof in Deurne/Antwerpen en een paar maanden later trok ik op 30 oktober naar Amsterdam voor een show in de Melkweg. Beide keren speelden ze een retestrakke show en genoot ik van een perfect optreden van een fantastisch goed ingespeelde band.

Een jaar of 3,4 terug ten tijde van mr. Beast
Mijn passie voor de band Mogwai is pas halverwege vorig jaar, dus laat ontbrand. In het verleden leende ik op gezag van enthousiaste beoordelingen en recensies wel eens een cd (Rock Action, Mr. Beast als ik me niet vergis) uit de kolossale Centrale Discotheek ter plaatse, maar duchtig geïmponeerd raakte ik er niet van. Pas toen ik de oerkracht en de verbijsterende schoonheid van Ex-Cowboy op Come on die Young leerde ontdekken en het nummer in mijn cd-speler op repeat had gezet en er onophoudelijk naar luisterde, kwam het er van om me ook in hun overige repertoire te gaan verdiepen.
Sinds ik me tot hun muziek heb bekeerd, hoef ik er in feite niet over na te denken om naar concerten van Mogwai te gaan zodra ik op hun website de aankondiging zie van data en plaatsen: als ze in Nederland komen moet ik er gewoon naar toe. Een evenement dat ik mezelf niet toesta te missen, dan maar allerlei ongemak op de koop toe trotseren. Gaan zal ik. Zo ook dus op 2 juli toen Mogwai optrad in het Patronaat in Haarlem.

Mogwai voert een goed gesprek
Mogwai maakt, voor mij, de ultieme, en de allermooiste muziek denkbaar. Waarom? Moeilijk uit te leggen. De songs hebben in hun meest geslaagde gevallen de vereniging van een aantal kenmerken die ze, in de uitvoering van de Schotten, onweerstaanbaar maakt: vaak een wat relatief eenvoudige basisstructuur. Songs die zich langzaam, maar spannend en toch ook melodieus, ontwikkelen tot een stormachtige, verzengende climax. Gitaren met aan orkaangeweld herinnerende kracht leiden je daarbij welhaast in een staat van trance, waaraan je je uiteindelijk alleen maar aan kunt en wilt overgeven. Voortdurend is er die dynamiek die een grote rol speelt met scherpe contrasten tussen de plotselinge afwisseling van hard en zacht (doorgaans gitaren), is er het breed uitwaaierende van de Mogwai songs, het soms zelfs tantaliserende en het zich machtig ontladen in een verwoestende climax die je na afloop als verdwaasd en overdonderd achterlaat. Typisch zulke nummers in het oeuvre van Mogwai zijn enkele songs die ze in het Patronaat godzijdank ook speelden: Ex-Cowboy, Mogwai fear Satan, en het nummer waarmee ze de set openden: I’m Jim Morrison, I’m dead.

Mogwai in de Melkweg okt-2008
Dat is denk ik ook de reden waarom ik de concerten van Mogwai niet wil missen: ik ben op zoek naar een vorm van extase, een verlangen om op te gaan in iets groots, daarin als het ware te verdwijnen. Die extase, die tranceachtige toestand waarin Mogwai’s muziek de toeschouwer/luisteraar tijdens liveoptreden vermag te brengen, zie je eerder ontstaan wanneer de songs zich geleidelijk, langzaam, in herhalingen maar niet voorspelbaar en steeds machtiger, geïnspireerd door het moment zelf, geïmproviseerd, zullen ontwikkelen tot een verzengend vagevuur waarin alles uiteenvalt en vergaat.![]()
Zo speelde Mogwai op 2 juli in het Patronaat in Haarlem dus helaas absoluut niet, de twee vorige keren trouwens ook niet. Men dronk een glas, deed een plas en alles bleef zoals het was, zo kun je het concert van Mogwai in het Patronaat adequaat omschrijven. De bandleden stapten na afloop zo fris als een hoentje van het podium, fysiek noch mentaal ook maar enigszins uitgeput. Niet dat het concert slecht was: integendeel, de songs werden perfect uitgevoerd, het volume werd naarmate het concert vorderde zelfs flink opgevoerd en des te harder er gespeeld werd des te beter dat groepssound klonk: bij climaxen zoals in BatCat als een warm bad van ijzervijlsel.

Stuart Braithwaite in de Effenaar - Eindhoven
Maar het was teveel een voorbereid kunstje, dit optreden van Mogwai. Als je dit vergelijkt met de energie van sommige andere rockbands, waarbij bandleden verwilderd, met uitpuilende ogen en doorweekt van het zweet na afloop van het podium komen gewankeld, dan was dit toch wat dunnetjes, ik zou zeggen een bijna braaf, ambtelijk concert: Mogwai’s bandleden stonden gedurende het complete concert stokstijf versteend aan het podium vastgenageld, en alleen de lichtelijk masturbatoir aandoende bewegingen van bandleider Stuart Braithwaite geven het concert een suggestie van een bepaalde emotionele betrokkenheid. Niet dat me dat stoorde hoor, in tegendeel. Ik hou niet van aanstelleritis van rocksterren, mij gaat het uitsluitend om de muziek (serious rockmusic), maar ook die muziek van Mogwai kon in het Patronaat een emotionele oppepper op het podium soms heel goed gebruiken.

Braithwaite in Patronaat Haarlem
Ondanks de genoemde minpuntjes, toch weer enorm genoten van de band die voor mij overall en alltime op nummer 1 staat. Gelouterd stapte ik daarom na afloop de avondlucht in van Haarlem. Zulke wonderschone muziek, krachtig, hard en strak uitgevoerd, zo maak je concerten niet vaak mee. Een doorgewinterde concertganger zal ik nooit worden, daarvoor stoor ik me teveel aan de mensen om me heen op zo’n avond (neem alleen die mensen al die de godganse avond met hun camera’t je van 100 euro middelmatige flitsplaatjes schieten en filmpjes maken die uiteindelijk toch totaal niet overkomen). En zo zijn er meer zaken bij concertbezoek die mij niet echt bekoren, maar wanneer Mogwai optreedt schuif ik dit soort bezwaren gemakkelijk terzijde.
Benieuwd wanneer Mogwai zich weer in de buurt meldt, ik zal dan zeker niet op het appèl ontbreken. En laten we hopen op iets meer peper in hun reet.