Zaterdagavond naar een vrij toegankelijk optreden van John Watts, een van mijn helden uit de moderne muziek, in de kapel van het niet zo lang geleden fraai gerestaureerde Schiedams Stedelijk Museum, aan de Hoogstraat recht tegenover gallery S-Town. Een moeilijk te missen locatie: toen ik wat verlaat arriveerde voor het concert dat toch pas om negen uur ’s-avonds zou beginnen, was vanaf de straatkant John Watts al zichtbaar tussen de opengezwaaide deuren van het museum, hoog verheven boven het aanwezige publiek, dat vooral bestond uit diehard-fans, maakte hij dankbaar gebruik maakte van de aanwezigheid van de kansel in de kapel om er eerst zijn More than Music-missie toe te lichten.

John Watts (foto van zijn website www.johnwatts.co.uk)
Deze avond was er muzikale begeleiding van drummer Tristan Banks, die aan al aan verschillende platen in de jaren negentig meewerkte en dacht ik ook een tijdje deel uit heeft gemaakt van Fischer-Z. Hij is ook te zien op de reunie-DVD the Garden Party, dat een registratie is van een soort bijeenkomst van oud-Fischer Z leden en waar in steeds wisselende samenstelling in een witte tent een concert gegeven werd.
John Watts heeft niet veel nodig om een strak concert te geven. Hij heeft tientallen ijzersterke liedjes geschreven en die blijven ook mooi bij een andere uitvoering, met een uitgedunde begeleiding of in een galmende akoestiek van een kapelletje in Schiedam. In Heerlen was ik in januari van dit jaar ook al naar een concert van hem geweest, toen was hij samen met twee jonge gasten: drummer Sam Walker en toetsenist Matthew Gest. Ik vond daar vooral de energieke Walker geweldig. Banks is ook een fantastische drummer, en leek zijn meer swingende dan woeste bijdrage (hij is gespecialiseerd in Latin music) vrijwel improviserend uit zijn mouw te schudden. De reden om te gaan was om een exemplaar van zijn nieuwe CD More Than Music te bemachtigen, die alleen te verkrijgen zijn bij zijn optredens en dus niet via de geijkte kanalen van muziekwinkels of online via Bol of Amazon.
Het heeft iets sneus, hoewel Watts niet de indruk maakt dat hij sneu of zielig is. Maar toch: de artiest die in de herfst van zijn carrière nieuwe platen in eigen beheer uitbrengt en ter promotie optreedt in bars, gallery’s of zoals in Schiedam in een kapel van een museum, terwijl dat ook gewoon goed bezette concertzalen hadden kunnen (en naar mijn mening: moeten) zijn. Dat geeft te denken.
Enige weken daarvoor had ik Watts zien arriveren op het festivalterrein van Metropolis. Een gratis muziekfestival gedomineerd door harde punkrock, waarbij de geluidsflarden van de jonge bands op de diverse podia je continu overal op het terrein overspoelen. John Watts zag ik daar op een gegeven moment aan komen lopen met alleen een gitaar in zijn hand, en in gezelschap van een jongen van een jaar of vijftien (zijn zoon?). Hij was kennelijk op zoek naar de organisatie om af te spreken waar hij het beste kon optreden. Wat moest hij daar nu, precies op dat moment, op dat festival, je kon geen locatie bedenken waar hij minder op zijn plaats was! Bizar. Ik heb zijn optreden verder niet afgewacht, ik was al murw gemaakt door de eerdere optredens die ik gezien had. En zo’n festivalsfeer, daar moet je van houden. Ik niet in ieder geval.
Nee, dan was Schiedam meer zijn cup of tea. Net als in Heerlen eerder dit jaar speelde hij een zeer uitgebreide set met uiteraard veel nummers van zijn laatste More than Music-cd. Ik vind die plaat, hoewel er genoeg moois op staat, wel wat minder sterk dan bijvoorbeeld It Has To Be, of Real Life Is Good Enough. Ik vind de muzikale studiobegeleiding ook van wat mindere kwaliteit dan gewoonlijk (veel gebruik van een suf klinkend keyboard) er zit minder memorabels bij, hetgeen maakt dat je de plaat gewoon minder vaak draait.
Het complete concept van More than Music vind ik trouwens niet geslaagd. Dit concept houdt in dat hij niet alleen muziek maakt maar ook films bij die muziek (zeg maar filmpjes, van die goedkope, volstrekt niets dan irritatie bij de kijker opwekkende clips) en daarnaast op verzoek van opdrachtgevers liedjes op maat, speciaal voor hen dus, maakt en daaraan een of ander broddelkunstwerkje toevoegt en dit als geheel overhandigt dan wel opstuurt aan deze opdrachtgever. In de kapel overhandigde hij ook zo’n artefact aan een duidelijk geïmponeerde en verlegen opdrachtgever (commissioner). Het geld wat hij zo verdiende heeft hij, zo las ik op de achterzijde van zijn CD, gebruikt om zijn laatste studioplaat te financieren.
Laat hem gewoon muziek maken en hou het daarbij, want John Watts is voor mij vooral iemand die vanuit een lijkt het wel onuitputtelijke bron de schitterendste liedjes kan blijven maken. En daarom vind ik het jammer dat zijn liedjes in opdracht, waar ongetwijfeld heel veel moois bij zal zitten, min of meer achter slot en grendel blijven van hun respectievelijke opdrachtgevers. En dat pretentieuze met artefacts en filmpjes is ook te hoog gegrepen, want het is rommel en kan niet tippen aan het niveau van zijn songs. Dan maar gewoon een liedjessmid in plaats van een Groot Kunstenaar met een Briljant Concept. Hoe ouder, hoe pregnanter soms ook het nijpende besef van onvervuldheid en hoe sterker de drang om deze leegte te vullen en daar iets tegenover te stellen dat het maakt dat je ertoe gedaan hebt in dit leven en van belang bent geweest. Dit concept zal op een bepaalde manier de resultante zijn geweest van de existentiële vragen die Watts zich gesteld zal hebben, maar ik ben er duidelijk niet enthousiast over.
Ik vind het onbegrijpelijk dat hij zo in de schaduw van de belangstelling zijn muzikale carrière moet afbouwen en beëindigen. De kwaliteit van zijn werk is ongekend, maar onvoldoende mensen herkennen dat, meedeinen als ze doen op de golven van de mode van het moment. En dat is bijzonder jammer. Zijn platen vormen een rijk reservoir aan schitterende, creatieve, melodieuze muzikale vondsten en van troostrijke teksten, waar je onophoudelijk naar kunt blijven luisteren. Schitterende liedjes zijn bijvoorbeeld: Still in Flames en Cool enough.
Het publiek in de Kapel bestond naar ik de indruk kreeg vooral uit diehard John Watts fans. En daarvan zijn er in Nederland toch behoorlijk wat. Een vervelende gedachte: absoluut niet geassocieerd wensen te worden met de onappetijtelijke (lelijke, knoestige, eenzame, misplaatst uitbundige en vrolijke) mensen die dezelfde muziek adoreren als waarvan ik houd. Zegt misschien ook wel wat over mij. Bizar vond ik de vrouw die op een gegeven moment extravagant en uitbundig dansend zich naar voren in de kapel begaf tot ze zich enkele meters voor de geïmproviseerde bühne bevond en daar vrolijk verder danste. Watts die toch al niet door verlegenheid wordt gehinderd, bleef er gelukkig Siberisch onder. Ik denk dan: doe toch normaal wijf, gedraag je niet als een idioot. Aandachtstrekker. Dat is voor mij ook reden om niet te vaak naar concerten te gaan: ik stoor me teveel aan mensen.
Maar waar het werkelijk om ging: het concert was goed en was van aangename lengte: voor zover me bijstaat rondde Watts pas af om half twaalf of daaromtrent. Na de uitputtende show en gelukkig in het bezit gekomen van zijn nieuwe cd More Than Music verdwenen wij voldaan in de zoele Schiedamse zomeravond…