JahresTage

augustus 27, 2009

John Watts in Schiedam (25 juli 2009)

Ingedeeld onder: favourite stuff, recensie — varlam @ 11:17 am

Zaterdagavond naar een vrij toegankelijk optreden van John Watts, een van mijn helden uit de moderne muziek,  in de kapel van het niet zo lang geleden fraai gerestaureerde Schiedams Stedelijk Museum, aan de Hoogstraat recht tegenover gallery S-Town. Een moeilijk te missen locatie: toen ik wat verlaat arriveerde voor het concert dat toch pas om negen uur ’s-avonds zou beginnen, was vanaf de straatkant John Watts al zichtbaar tussen de opengezwaaide deuren van het museum, hoog verheven boven het aanwezige publiek, dat vooral bestond uit diehard-fans,  maakte hij dankbaar gebruik maakte van de aanwezigheid van de kansel in de kapel om er eerst zijn More than Music-missie toe te lichten.

John Watts (van zijn website www.johnwatts.co.uk)

John Watts (foto van zijn website www.johnwatts.co.uk)

Deze avond was er muzikale begeleiding van drummer Tristan Banks, die aan al aan verschillende platen in de jaren negentig meewerkte en dacht ik ook een tijdje deel uit heeft gemaakt van Fischer-Z. Hij is ook te zien op de reunie-DVD the Garden Party, dat een registratie is van een soort bijeenkomst van oud-Fischer Z leden en waar in steeds wisselende samenstelling in een witte tent een concert gegeven werd.

John Watts heeft niet veel nodig om een strak concert te geven. Hij heeft tientallen ijzersterke liedjes geschreven en die blijven ook mooi bij een andere uitvoering, met een uitgedunde begeleiding of in een galmende akoestiek van een kapelletje in Schiedam. In Heerlen was ik in januari van dit jaar ook al naar een concert van hem geweest, toen was hij samen met twee jonge gasten: drummer Sam Walker en toetsenist Matthew Gest. Ik vond daar vooral de energieke Walker geweldig. Banks is ook een fantastische drummer, en leek zijn meer swingende dan woeste bijdrage (hij is gespecialiseerd in Latin music) vrijwel improviserend uit zijn mouw te schudden. De reden om te gaan was om een exemplaar van zijn nieuwe CD More Than Music te bemachtigen, die alleen te verkrijgen zijn bij zijn optredens en dus niet via de geijkte kanalen van muziekwinkels of online via Bol of Amazon.

Het heeft iets sneus, hoewel Watts niet de indruk maakt dat hij sneu of zielig is. Maar toch: de artiest die in de herfst van zijn carrière nieuwe platen in eigen beheer uitbrengt en ter promotie optreedt in bars, gallery’s of zoals in Schiedam in een kapel van een museum, terwijl dat ook gewoon goed bezette concertzalen hadden kunnen (en naar mijn mening: moeten) zijn. Dat geeft te denken.

Enige weken daarvoor had ik Watts zien arriveren op het festivalterrein van Metropolis. Een gratis muziekfestival gedomineerd door harde punkrock, waarbij de geluidsflarden van de jonge bands op de diverse podia je continu overal op het terrein overspoelen. John Watts zag ik daar op een gegeven moment aan komen lopen met alleen een gitaar in zijn hand, en in gezelschap van een jongen van een jaar of vijftien (zijn zoon?). Hij was kennelijk op zoek naar de organisatie om af te spreken waar hij het beste kon optreden. Wat moest hij daar nu, precies op dat moment, op dat festival, je kon geen locatie bedenken waar hij minder op zijn plaats was! Bizar. Ik heb zijn optreden verder niet afgewacht, ik was al murw gemaakt door de eerdere optredens die ik gezien had. En zo’n festivalsfeer, daar moet je van houden. Ik niet in ieder geval.

Nee, dan was Schiedam meer zijn cup of tea. Net als in Heerlen eerder dit jaar speelde hij een zeer uitgebreide set met uiteraard veel nummers van zijn laatste More than Music-cd. Ik vind die plaat, hoewel er genoeg moois op staat, wel wat minder sterk dan bijvoorbeeld It Has To Be, of Real Life Is Good Enough. Ik vind de muzikale studiobegeleiding ook van wat mindere kwaliteit dan gewoonlijk (veel gebruik van een suf klinkend keyboard) er zit minder memorabels bij, hetgeen maakt dat je de plaat gewoon minder vaak draait.

Het complete concept van More than Music vind ik trouwens niet geslaagd. Dit concept houdt in dat hij niet alleen muziek maakt maar ook films bij die muziek (zeg maar filmpjes, van die goedkope, volstrekt niets dan irritatie bij de kijker opwekkende clips) en daarnaast op verzoek van opdrachtgevers liedjes op maat, speciaal voor hen dus, maakt en daaraan een of ander broddelkunstwerkje toevoegt en dit als geheel overhandigt dan wel opstuurt aan deze opdrachtgever. In de kapel overhandigde hij ook zo’n artefact aan een duidelijk geïmponeerde en verlegen opdrachtgever (commissioner).   Het geld wat hij zo verdiende heeft hij, zo las ik op de achterzijde van zijn CD, gebruikt om zijn laatste studioplaat te financieren.

Laat hem gewoon muziek maken en hou het daarbij, want John Watts is voor mij vooral iemand die vanuit een lijkt het wel onuitputtelijke bron de schitterendste liedjes kan blijven maken. En daarom vind ik het jammer dat zijn liedjes in opdracht, waar ongetwijfeld heel veel moois bij zal zitten, min of meer achter slot en grendel blijven van hun respectievelijke opdrachtgevers. En dat pretentieuze met artefacts en filmpjes is ook te hoog gegrepen, want het is rommel en kan niet tippen aan het niveau van zijn songs. Dan maar gewoon een liedjessmid in plaats van een Groot Kunstenaar met een Briljant Concept. Hoe ouder, hoe pregnanter soms ook het nijpende besef van onvervuldheid en hoe sterker de drang om deze leegte te vullen en daar iets tegenover te stellen dat het maakt dat je ertoe gedaan hebt in dit leven en van belang bent geweest. Dit concept zal op een bepaalde manier de resultante zijn geweest van de existentiële vragen die Watts zich gesteld zal hebben, maar ik ben er duidelijk niet enthousiast over.

Ik vind het onbegrijpelijk dat hij zo in de schaduw van de belangstelling zijn muzikale carrière moet afbouwen en beëindigen. De kwaliteit van zijn werk is ongekend, maar onvoldoende mensen herkennen dat, meedeinen als ze doen op de golven van de mode van het moment.  En dat is bijzonder jammer. Zijn platen vormen een rijk reservoir aan schitterende, creatieve, melodieuze muzikale vondsten en van troostrijke teksten, waar je onophoudelijk naar kunt blijven luisteren. Schitterende liedjes zijn bijvoorbeeld: Still in Flames en Cool enough.

Het publiek in de Kapel bestond naar ik de indruk kreeg vooral uit diehard John Watts fans. En daarvan zijn er in Nederland toch behoorlijk wat. Een vervelende gedachte: absoluut niet geassocieerd wensen te worden met de onappetijtelijke (lelijke, knoestige, eenzame, misplaatst uitbundige en vrolijke) mensen die dezelfde muziek adoreren als waarvan ik houd. Zegt misschien ook wel wat over mij. Bizar vond ik de vrouw die op een gegeven moment extravagant en uitbundig dansend zich naar voren in de kapel begaf tot ze zich enkele meters voor de geïmproviseerde bühne bevond en daar vrolijk verder danste.  Watts die toch al niet door verlegenheid wordt gehinderd, bleef er gelukkig Siberisch onder. Ik denk dan: doe toch normaal wijf, gedraag je niet als een idioot. Aandachtstrekker. Dat is voor mij ook reden om niet te vaak naar concerten te gaan: ik stoor me teveel aan mensen.

Maar waar het werkelijk om ging: het concert was goed en was van aangename lengte: voor zover me bijstaat rondde Watts pas af om half twaalf of daaromtrent. Na de uitputtende show en gelukkig in het bezit gekomen  van zijn nieuwe cd More Than Music verdwenen wij voldaan in de zoele Schiedamse zomeravond…

augustus 26, 2009

Dinosaur Jr in Watt

Ingedeeld onder: recensie — varlam @ 11:46 pm

Dinosaur Jr. ken ik al een jaar of vijftien, eigenlijk sinds ik de alternatieve muziek ging ontdekken. Nooit was ik ertoe gekomen om naar een concert van hen te gaan. Ik ging sowieso weinig. Ik ben niet zo van de mensenmassa’s en het je ongeremd laten gaan. Sinds ik met mijn vriendin samenwoon sta ik er wat meer voor open en gaan we geregeld naar concerten (vooral op mijn initiatief).  We zijn inmiddels al 3x naar Mogwai geweest, naar Gé Reinders, Rowwen Heze, John Watts (2x), Spinvis (2x), Tiger Lillies en zo nog her en der wat.

Vanavond dus Dinosaur in de Watt (het oude Nighttown, waar ik dus nog nog nooit eerder geweest was, hoewel ik al twintig jaar in Rotterdam woon…). Dinosaur Jr. is gitaar georiënteerde muziek. Het is hard, melodieus en wordt vooral gekenmerkt door de melancholie van J. Mascis, zowel in zijn teksten als in zijn manier van zingen.  Zijn platen lijken echter helaas allemaal nogal op elkaar. En een echt meesterwerk heeft al die tijd dat de band bestaat nog op zich laten wachten. Zelf vind ik de plaat die ik zelf ook heb: Where You Been de beste die ze gemaakt hebben. Een onkarakteristiek verzorgde studioplaat waarop een aantal sterke liedjes staat. Van Where You Been werd vanavond als ik me niet vergis het eerste nummer: Out There gespeeld. Van de rest van de set kan ik de nummers lang niet allemaal niet concreet aangeven (teveel op elkaar lijkend, en ik te weinig een echte fan, ben ik bang). Wel dat ze (uiteraard) de Dinosaur Jr. klassieker Freak Scene speelden. Dit is een soort oernummer van hen, waarbij het soms wel lijkt of het merendeel van hun volgende nummers later als klonen van dit klassieke nummer aan hun oeuvre werden toegevoegd.

Waarom ik ook ging: vanwege de reputatie dat Dinosaur Jr. een zeer luide band is. Daarin stelden ze me niet teleur vanavond. Ze speelden loeihard en naarmate het concert het einde naderde werd de volumeknop nog eens flink opengedraaid. Zwaar verdoofd als na een ingreep in het ziekenhuis verliet ik de Watt. De stadsgeluiden bereikten mij na afloop met een aangename dofheid en afstand. Om de een of andere reden geeft je dat een prettig en gelouterd gevoel. Het geluid die avond was weliswaar inderdaad hard, en enigszins vergelijkbaar met Mogwai, maar ik vond de sound wat minder clean. Dat maakte het concert voor je gehoor wat minder gemakkelijk te verteren.

In zijn vrije tijd beoefent J Mascis het edele schaakspel

In zijn vrije tijd beoefent J Mascis het edele schaakspel

De meeste liedjes die avond werden gezongen door J. Mascis. Nou ja zingen, vaak meer een soort gepiep en in veel gevallen was hij onverstaanbaar en kwam niet uit boven de enorme bak teringherrie. Naast J.  bestaat Dinosaur uit drummer Murph en bassist Lou Barlow, die ook zingt. Barlow heeft ook zelf soloplaten gemaakt (onder andere enkele prachtige nummers als Sebadoh) en heeft wel heel wat meer in zijn mars heeft dan het ene nummer dat hij van de bandleider gisteravond mocht zingen. Daarmee werd de hiërarchie in de band overigens wel duidelijk. Ik denk dat Barlow eerder om financiële redenen dan om die van creatieve aard nog deel uit maakt van de band en daarmee een wereldtoernee maakt ter promotie van de laatste plaat Farm.

Resumerend: Niet echt super indrukwekkend, maar wel lekker hard en verzengend. Goed om de inmiddels redelijk stram geworden J. Mascis en zijn band die ik al zo lang ken en waarvan ik de platen al zo lang draai eens echt op het podium te hebben gezien.

Het voorprogramma was overigens de uit Athens (REM!) afkomstige band Dead Confederate. Het zag er wat alternatief uit met een deprimerend ogende zanger die het haar als een gesloten gordijn voor zijn ogen hield en gitaristen met een baard alsof ze een jaar ongewassen in de woestijn hadden gebivakkeerd. Ik vond ze erg goed hoewel de zang beter kon. Het was bij tijden snoeihard en episch met sterke nummers die in heftige crescendo’s ontspoorden.  Een jonge band met nog veel ruimte voor groei, spelend met hart en ziel. Om in de gaten te houden.

mei 16, 2008

Een neergestreken vlucht regenwulpen

Ingedeeld onder: herinneringen — varlam @ 1:35 am
Tags: ,

Een gewoon vakantiekiekje uit een fotoalbum van een gewoon gezin, zo lijkt het, maar de schijn bedriegt. Voor mij gaat er een complete wereld mee open, want ik herken de de vrouw op deze foto. Het is S. De plotselinge herkenning van haar maakt dit plaatje ineens tot een doordringende echo uit een tijd die lang en breed achter mij ligt.

Ze heeft deze wat overbelichte foto op haar pagina weergegeven in een sepia tint, naar ik veronderstel om de heldere details van het origineel wat af te vlakken en om daarmee, onbewust mogelijk, enige afstand te scheppen tegenover de blikken van nieuwsgierige buitenstaanders die deze foto ooit mogelijk zullen bekijken. S. , die zich hier beschermend met haar lichaam neigt naar haar, naar ik aanneem, dochtertje, zit hier blakend van gezondheid (zo fantaseer ik) op het terrasje voor de vakantiewoning van haar gezinnetje in Frankrijk. Meer informatie biedende aanknopingspunten zijn schaars op deze foto: achter moeder en dochter zie je een wat hoger aan de muur van het huisje bevestigd brandend lantaarntje, en op een tafel voor hen is nog net de rand zichtbaar van een glas, dat naar ik veronderstel gevuld is of was met een koel alcoholisch drankje, als finishing touch om een fraaie dag in stijl af te sluiten.

Het is avond en hartje zomer in Frankrijk. Fantaseer ik. Het is het einde van een hete dag en het is duidelijk dat moeder en dochter als echte vakantiegangers de uitbundig schijnende zon deze dag gretig op zich in hebben laten werken. Ze verblijven al enige tijd in dit oord en zien er geweldig gezond en gebruind uit.

Terwijl ze daar zo in de buitenlucht op het terras na zitten te genieten van de mooie dag en luisteren naar het kenmerkende sjirpen van krekels, haalt de hier niet zichtbare echtgenoot plotseling zijn mobiele telefoon tevoorschijn en kiekt hij vrouw en kind, als om dit moment van zomers idyllisch geluk en welvaren vast te leggen, voor later, voor henzelf, om dan te zeggen: zo mooi was het toen, daar, die avond, die zomer.

Die plotselinge onverwachtse manoeuvre is enigszins te herleiden uit de expressie op het licht geschrokken gezicht van de moeder en in de wat wezenloze uitdrukking van het kindergezichtje. De moeder, S., zet een vrolijk gezicht op, maar het is duidelijk dat het hier niet om een onvoorwaardelijke vrolijkheid, lichtheid gaat; want wat overheerst is de gereserveerdheid, en ook de onmiskenbare drang om controle te houden over de situatie, en dat verklaart ook haar neigen naar haar eigen kindje, het moederinstinct dat daarmee in zekere vorm aan de oppervlakte komt, om te waken over haar bloedeigen kleine meisje.

We schrijven bij het maken van deze foto ruim 20 jaar na dato. Haar en mijn leeftijd hebben zich sindsdien meer dan verdubbeld. Meer dan twintig jaar na wat eigenlijk? Twintig jaar na afloop van iets dat alleen bestaan heeft in het hoofd van één persoon, een persoon die niet geheel toevallig naar mijn naam luistert. Ook meer dan twintig jaar na de laatste ontmoeting tussen ons, een ontmoeting die geen ontmoeting was, maar een ontboezeming van mij op de allerlaatste dag dat het kon, als finale van een relatie, die geen relatie was maar de resultante van de overspannen verbeelding van iemand, die de werkelijkheid liever de weg uit ging.

Maar wat is ze, S., mooi, mooi gebleven ook en wat ziet ze er lief uit! De tijd heeft onmiskenbaar zijn stempel gedrukt op haar uiterlijk en voorzichtig beginnen de kraaienpootjes zich af te tekenen bij haar ogen. Ze heeft ook wat plekjes onder haar mond, op haar kin, maar misschien is dat niet de erosie van de tijd, maar zijn het de nauwelijks nog zichtbare, daar voorgoed vastgezette overblijfselen van jeugdpuistjes. Iets dat me vroeger niet eens opgevallen was, maar verkeerde dan ook zelden dicht in haar directe kring, ik deed mijn werk vooral op afstand.

S. is volwassen geworden, een vrouw, met een man en een kind (mogelijk een aantal kinderen – maar daar lijkt ze niet echt het menstype voor), maar ook iemand die zichzelf een levenspad heeft gekapt om haar ambities de vrije loop te laten en te verwezenlijken, en daarmee haar potentieel te materialiseren . Dat kun je op een bepaalde manier ook afzien aan haar volwassen, harde gelaatstrekken die ze heeft gekregen in een overigens glad, goed gesoigneerd en geconserveerd, prachtig regelmatig, ja zelfs voornaam gezicht. Wat zou ze geworden zijn, vraag je je onwillekeurig af, welk beroep heeft ze gekozen? Wanneer je naar de foto kijkt, zie je een dermate zelfbewuste vrouw, dat je je eigenlijk niet kunt voorstellen dat ze uiteindelijk niet geworden is, wie ze had willen zijn.

Ik kijk maar weer naar de foto. Ik kijk er deze dagen voortdurend naar, lichtelijk verbijsterd, verbaasd ook dat zoiets zo gemakkelijk op internet op te sporen is als je je gezonde verstand een beetje gebruikt, en ik kijk er eerlijk gezegd ook wel een beetje met een geluksgevoel naar. En ik zie dat S., het meisje dus uit mìjn jeugd, het haar hier gemakshalve eenvoudig maar effectief strak achterover draagt, waar het bijeen gehouden wordt in een paardenstaart, op dezelfde onopgesmukte manier zoals ze dat vroeger, meer dan twintig jaar geleden dus, deed toen ze op dezelfde middelbare school zat als ik. De tijd dus dat ik haar ongestoord dagelijks kon observeren, dat ik tijdens de lesuren uitkeek naar de kleine dan wel grote pauzes, dat ik daarin verder kon gaan met het haar bespieden, begluren, hoe je het maar wilt noemen, te bemonsteren misschien wel, zoveel ik wilde zolang het bij haar maar niet in de gaten liep. De tijd dat de schoolweken niet lang genoeg, de weekends niet kort genoeg konden duren en ik in de grote zomervakantie de dagen aftelde tot het nieuwe schooljaar weer zou beginnen (en dat is echt gebeurd).

Het heeft ook iets geruststellends, dat ouder worden van vrouwen, zeker wanneer ze zo tegen de veertig jaar lopen en dan de leeftijd bereiken dat hun uiterlijke schoonheid af begint te brokkelen, ja, in een onstuitbare val terecht komt die hier en daar nog wel afgeremd kan worden, maar waar uiteindelijk geen kruid tegen gewassen is, tegen dat fatale tikken van de tijd. En het relatief mooie voor de mannen is dan: het maakt ineens niet meer uit om wat voor reden het toen, lang geleden, meer dan twintig jaar terug, niet lukte met dat mooie, onbenaderbare meisje. Zoals ze toen was in al haar glorie en jeugdige schoonheid, bestààt ze gewoon niet meer; haar schoonheid is teloor gegaan. En daarmee vervalt de voornaamste reden voor de eerdere onvoorwaardelijke aanbidding: de jeugdliefde kan ten grave gedragen worden en mag voort blijven leven als een mooie herinnering aan een heel erg intense periode van een adolescent op weg zijn volwassenheid.

S. speelt geen rol in mijn leven. Dat heeft ze in feite ook nooit echt gedaan. Het was alles slechts illusie en verbeelding. De recente, plotselinge confrontatie met haar via een niet zo lang geleden genomen foto deed enig stof opdwarrelen in mijn herinneringen op de bodem van mijn ziel, maar inmiddels is de rust daar weergekeerd en de orde hersteld, alles is weer aan kant. Wat mij betreft zit dit verhaal er na mijn overdenking in dit stuk daarom nu echt op.

Een volgend moment van overpeinzing, over een jaar of 20, bijvoorbeeld in het ronde futuristische jaar 2030, zou de moeite waard kunnen zijn als het mij ook daadwerkelijk interesseerde. Maar dat is dus niet het geval. Ik zie dit stukje daarom mede als definitief afsluiting van een draadje uit mijn verleden. Eventjes heb ik overwogen om S. dit artikel te doen toekomen onder het mom van: ze zal het godverdomme weten ook dat ik er ben, dat ik besta en dat mij een rol van betekenis toekomt in haar leven, zoals zij die innam in dat van mij. Ik doe dat nu toch maar niet, dat kan altijd nog en op papier laat ik deze mogelijkheid nog even open.

In alle oprechtheid wens ik haar wèl veel geluk en gezondheid toe in haar verdere leven. Dat ze dat leven zonder mij leidt is niet langer onverdraaglijk voor mij en daarom van volstrekt irrelevante betekenis geworden.

april 7, 2008

Christophe de verlosser. Over: Sint-Juttemis – Maria Stahlie

Ingedeeld onder: Uncategorized — varlam @ 11:19 pm
Tags: ,

Margot van der Molen vertrekt nadat ze thuis in Amsterdam een alarmerend telefoontje heeft gekregen over het trieste lot van mogelijk haar Franse jeugdvriend en nu bekend acteur Christophe Dralas, in allerijl en in ongewenst maar praktisch noodzakelijk gezelschap van weerspannige puberstiefdochter Liza en aan het dementeren geslagen schoonmoeder Sophia – beiden worden met overduidelijke weerzin de auto ingeduwd – naar het verstikkend hete, hartje zomerse Parijs om daar op verzoek van Christophes broer Jean-Jacques in psychiatrisch ziekenhuis Centre Hospitalier Saint-Anne de na een zelfmoordpoging door middel van het doorsnijden van zijn polsen buiten bewustzijn (of ook wel lichamelijke dissociatie of conversiesyndroom genoemd als meer precieze medische omschrijvingen van de bewusteloze staat waarin hij zich bevindt) verkerende Christophe (of is het toch iemand anders, een sloeber met een snor bijvoorbeeld zoals Margot in eerste instantie hardnekkig zichzelf voorhoudt?) – dat wil zeggen haar naaste naaste, de persoon die zij nooit niet gekend heeft, karakteriseringen van Christophe zoals ze in de roman frequent terugkomen en aan geloofwaardigheid en zeggingskracht lijken te winnen naarmate ze vaker herhaald worden – te identificeren.

Christophe, de persoon om wie het hier gaat, is in alles de tegenpool van de bedachtzame, redelijke, conflictmijdende en vooral rationele Margot:

“Christophe was mijn naaste naaste. Hij was drie weken na mijn geboorte aan me toegevoegd en was alles wat ik niet was. Onbesuisd. Onbekommerd. Onkwetsbaar. We waren totdat we naar verschillende middelbare scholen gingen onafscheidelijk, simpelweg omdat we op elkaar waren aangewezen, omdat het de meest vanzelfsprekende zaak ter wereld was. (-) Ik was trots op zijn wilde dadendrang en op zijn ontembare ongehoorzaamheid, ik was bovenal trots op hem omdat hij zich aan niemand iets gelegen liet liggen.” (blz 15).

Ze groeiden samen op in het Franse dorpje Brouilly, waar Margot’s Nederlandse hippiemoeder destijds toevallig was terecht gekomen en besloten had om juist daar haar voorgoed haar tenten op te slaan, en voor Margot werd Christophe een vanzelfsprekende aanwezigheid in haar leven, ook nadat hun wegen zich gescheiden hadden: Margot ging daarna samen met haar echtgenoot Michel over de wereld zwerven en Christophe werd in Frankrijk beroemd filmacteur – desondanks bleef haar tegenpool Christophe een onmisbare schakel in Margot’s leven, een persoon die niet uit haar leven was te denken, inderdaad dus was: de persoon die zij nooit niet gekend heeft.

De fascinatie van Margot voor de flamboyante, tegendraadse, temperamentvolle, op shockeren uitzijnde Christophe vind ik begrijpelijk: hij is een paradijsvogel tussen het mussengrauw, kwetsbaar ook, iemand die je kan liefhebben of haten, een tussenweg lijkt niet mogelijk, maar daar tegenover is wat minder aannemelijk dat Christophe net zulke sterke gevoelens heeft voor de verteller en ikpersoon van het boek: Margot. Zij is toch wat al te braaf en kleurloos. Hij zal haar graag gemogen hebben, al was het maar vanwege het gedeelde verleden in hun jeugd, maar de sterke gevoelens van Margot voor hem zullen zeker niet zo sterk beantwoord zijn geweest.

Christophe is dus ten langen leste, lijkt het, definitief ontspoord, iets dat zich al door middel van vorige provocerende excessen al min of meer had aangekondigd, en nu heeft hij buiten zichzelf van machteloze woede en walging in een café een toevallig aanwezige bezoeker zeer zwaar mishandeld, en vervolgens de hand aan zichzelf geslagen en zijn polsen doorgesneden. Christophe was in de jaren na de plotselinge en onzinnige dood van zijn idealistische boezemvriend en huisgenoot Sasja – de persoon die beweerde dat er geen wetten waren, waaraan niets of niemand zich kon onttrekken – en met wie hij verhitte fundamentele filosofische discussies op en over leven en dood voerde, cynisch, onverschillig geworden, het leven gaan verachten en voor zijn gemiddelde medemens nog slechts walging gaan voelen, en er geen enkele moeite voor doet om deze destructieve gevoelens te onderdrukken: sarren en provoceren is zijn tweede natuur geworden.

Na de zelfmoordpoging ligt Christophe (het was hem dus inderdaad) levend maar buiten westen in psychiatrisch ziekenhuis Saint-Anne in Parijs. Margot heeft hem herkend als de filmacteur Dralas. Herkenning is niet voldoende voor Margot, want hiermee is haar taak nog lang niet volbracht. De beste brave, toegewijde Margot, ze zal ervoor zorgen dat hij weer bij zijn positieven komt, niet alleen dat, maar ook dat Christophe voorgoed uit de negatieve spiraal van cynisme en walging zal kunnen ontsnappen en weer in staat zal zijn om zin te kunnen geven aan het leven. Die pogingen falen vervolgens dus kansloos. Of het nou aan zijn ziekbed door Margot vertelde gemeenschappelijke herinneringen uit hun jeugd zijn, of, om ontboezemingen en gedachten gaat die ze nog aan niemand eerder heeft verteld: Christophe is en blijft buiten westen, en blijft zwijgen als het graf.

Het gevoel van machteloosheid wordt steeds groter. Geen enkele traditionele methode om Christophe tot leven te wekken blijkt te werken. Voor een perfectioniste als Margot onverteerbaar en door de hierdoor ontstane spanning wordt ze volstrekt ongenietbaar voor haar omgeving, waarmee ze toch al op voet van oorlog staat. In het kleine Parijse appartement van Christophe dat vervuild en verwaarloosd is en waar ze gedrieën verblijven, is het niet om uit te houden in deze zomerhitte, en dan zit ze ook nog eens opgescheept met het onwillig gezelschap van haar dwarse, puberende, stiefdochter Liza en haar dementerende en incontinent geworden en nu dus extra kwetsbare schoonmoeder Sophia. Deze situatie wordt bijzonder beklemmend weergegeven. Een kleine ruimte, stikheet, en dan opgezadeld met mensen die niet met je mee willen denken, en die je liever vandaag dan morgen ziet gaan, en dan ook nog eens bezig met een heilloze missie om Christophe weer tot leven te brengen. Je ziet het gewoon voor je, je kunt het bijna ruiken. Het leidt alles tot niets en de gedesillusioneerde conclusie van Margot luidt dan ook:

“Het had geen zin om nog langer in Parijs te blijven. Liza en Sophia hadden lang genoeg in mijn maalstroom opgesloten gezeten. Lang genoeg was lang genoeg. We gingen naar huis. De volgende ochtend zou ik ook Jean-Jacques den dokter Thibault op de hoogte stellen van mijn vertrek. ‘Het is is zoals het is, Belhadi, het zal met jou en met Christophe aflopen zoals het zal aflopen…ìk heb het in ieder geval niet in me om daar iets aan te veranderen.’” (blz. 256)

Juist wanneer ze zichzelf op dat moment ontslaat van de verplichting, van de druk ook om zich als eerst verantwoordelijke te bekommeren om het lot van Christophe, om de reden van zijn ontsporing te achterhalen, om zijn genezing te bespoedigen, en dus om de strak gehouden teugels eindelijk eens te laten vieren, gebeurt er iets bijzonders: door middel van verbeeldingsflitsen (die enkele keren ingeleid worden met de welhaast bezwerende woorden: ..en ik zag nog veel meer…alles tegelijk, verweven en toch zo helder als glas – blz. 287) die haar beelden en verhalen laten zien van de haar direct omringende personen, vooral Christophe natuurlijk, en die veel meer nog waarheden, essenties bevatten van deze personen dan ze uit de “gewone” werkelijkheid kan destilleren, de beelden zijn zo intens en indringend dat Margot zich na afloop van deze “visioenen” er gegeneerd bij voelt om zo diep doorgedrongen te zijn in hun privé-leven zonder dat zij daar zelf weet van hadden. (Die dromen, beelden komen een aantal keren voor en hebben betrekking op Sophia en haar gevoel voor haar omgekomen zonen en haar wanhopige leven daarna, op de dood van wereldverbeteraar Sasja, op hoe Christophe zijn stalkster Nathalie Dufregne in Arizona voorgoed zou laten verdwijnen, op Liza die de masturberende zwarte werkster ontdekt in de heimelijk door Michel aangehouden woning in Parijs, nog eens op Liza en haar rol in de affaire tussen de naakte Jennifer en Christophe bij de buren op het gazon, de ontmoeting tussen Christophe en buurman Nico en hun discussie over waarden, familie en geluk). De droom blijkt sowieso in één geval niet te kloppen, dat wil zeggen niet te stroken met de objectieve waarheid: stalkster Nathalie blijkt niet te zijn overleden, maar is achtergebleven in Amerika. Ze stuurt Christophe een kaart met daarop de tekst: De ban is gebroken. Ik heb overal spijt van. Mijn toekomst ligt niet in Parijs maar hier. Het ga je goed. Nathalie.”

De snelkookpan van de zich opeenstapelende gebeurtenissen (met name in haar hoofd) in Parijs werkt als een bevrijding voor Margot, althans dat maakt ze zichzelf wijs in haar euforie na het doormaken van die inzicht verschaffende visioenen, droombeelden, die als een catharsis voor haar vastlopende leven zijn:

“Ik had mezelf geleerd om de teugels nooit meer uithanden te geven. Ook mijn ban was hier in Parijs gebroken. Of het nou door de aanhoudende hitte was gekomen, of door Christophes aanstootgevende onbeweeglijkheid, mijn verbeelding had zich aangesproken gevoeld en was in beweging gekomen…was op drift geraakt…had een hoge vlucht genomen en me bevrijd uit mijn zelfopgelegde ballingschap. Nathalie Dufrègne, Auguste Renoir, Sophia, Liza, ik…”. (blz 402).

De stress en de hitte hebben haar bevattelijk gemaakt voor de werkelijkheid van het irrationele en in haar slipstream volgen dus ook de mensen uit haar directe omgeving. En nu is ook Christophe aan de beurt om verlost te worden van zijn cynisme en haat tegen de wereld, waarom niet!

Christophe is in de jaren na de dood van zijn vriend Sasja geworden tot een cynicus, tot iemand die de wereld veracht en met name een grondige hekel heeft gekregen aan wereldverbeteraars. Na Sasja’s dood heeft hij getracht diens ideeën zich eigen te maken (die van graaf Koetoezov, Sasja’s alter ego), om Sasja niet te vergeten, maar het lukte hem niet, hij kon slechts doen “alsof”. Doen alsof was ook de manier waarop hij – beroemd filmacteur – speelde, een kunstje dus, met oprechtheid had het allemaal niets te maken. En idealisten kon hij wel schieten:

Arrogant en ijdel was de zelfgenoegzame die niet alleen de waarheid in pacht meende te hebben maar deze ook nog zo nodig aan de grote klok moest hangen. Sasja was een clown…een nog grotere clown, een opgefokte malloot die niet eens in staat was de leegte in zijn eigen kop te vullen. Hij had met zijn vlakke hand tegen zijn voorhoofd geslagen, drie keer. Leeg. Leeg. Leeg. (blz 251 Christophe bij de Mirski’s).

En ook de anderen die op deze manier later zo de idealistische clown uithangen net zoals Sasja dat eerder deed: Margot’s buurman Nico, die hij probeert af te straffen door diens vrouw voor een buitenechtelijke relatie in te palmen, en Mohammed Ali waarover Christophe in de slotpagina’s van het boek vertelt is ook een clown en een idealist die kan rekenen op zijn walging en weerzin. Voor Christophe bestaat er slechts leegte.

Christophe ontwaakt onverwacht uit zijn lichamelijke conversie, en ontsnapt uit het psychiatrisch ziekenhuis. Fysiek niet in staat tot enige inspanning, strompelt hij toch met de verbanden nog om zijn gekwetste polsen door Parijs – als Lazarus, of misschien wel als Jezus na zijn kruisiging opgestaan uit de dood (interessant die analogie met Christus! Ook Christus was geliefd hoewel hij een zonderling was, en kwam als verlosser naar de aarde om de mensen van hun zonden te bevrijden, te louteren dus en te bevrijden. Precies wat ook bij Christophe gebeurt: door zijn lijdensweg, wordt de ban gebroken bij Margot, Liza en Sophia ze worden in feite opnieuw geboren als mens! Dit verklaart de slotscène misschien daarom dan ook beter….) – terug naar zijn woning waar hem het gezelschap wacht van de drie dames Liza, Margot en Sophia.

Christophe is niet meer te redden, de door hem ervaren leegte is zo fundamenteel dat bij hem geen sprake meer kan zijn, zoals wel bij Margot en de anderen, van het breken van wat voor ban dan ook. De enige reden van zijn thuiskomst is om het werk nu af te maken en hem bij het doorsnijden van zijn polsen in het café eerder niet direct lukte. Een plan dat hij na een praatje met de dames uitvoert: vanaf zijn eigen flat springt hij zich te pletter.

Het boek eindigt raar en onbevredigend (of misschien ben ik teveel een droogstoppel om het te begrijpen): Liza, Margot en Sophia zien hem door het appartement rennen en van het balkon springen, en staan aan de grond genageld maar zien dat hij niet te pletter valt maar juist weer opdook en wegvloog. Gedrieën vormden zij “een aan de grond genagelde driehoek van ongeremde en zuivere verbeeldingskracht” die Christophe zagen wegzwemvliegen, met armbewegingen van de vlinderslag en af en toe schoolslagbewegingen van zijn benen (moeten Christophes opstijging soms zien als analogie van Christus’ hemelvaart?). Merkwaardig! De persoon om wie in dit boek alles draait is eindelijk bij zijn positieven gekomen. De verteller van het verhaal en haar direct omringenden hebben na moeilijke dagen in een zinderend heet Parijs vol met directe persoonlijke confrontaties een persoonlijke catharsis doorgemaakt, hebben bannen gebroken, zoals het in het boek heet, en lijken het leven weer met nieuwe moed aan te kunnen, maar juist Christophe, hij die alles en iedereen in de schaduw stelt, is niet bevattelijk voor wat voor vorm van loutering dan ook:

“Hòòr je dat, Margot! loeide Christophe en ik beaamde aan de andere kant van de muur, aan de andere kant van de wereld, in het heden, dat ik had gehoord wat Sasja beweerde. “We kunnen een nieuw mens worden! En ik weet precies wanneer! Met Sint-Juttemis…met Sint-Juttemis zal zich dat wonder, die metamorfose voltrekken!” (Christophe tien jaar eerder tegen Margot, blz 60)

Voor Christophe was het te laat. En hij springt dus van het balkon. Maar de drie dames zien hem na de sprong weer opveren uit de diepte en vrolijk wegzwemmen in de lucht. Dat merkwaardige einde dus. Welk doel dient dit? Christophe is alles zat en wil gewoon dood, laat hem lekker, zou je zeggen. Waarom die”driehoek van zuivere verbeeldingskracht”? En waarom met zijn drieën, Margot was toch degene bij wie eerder al die tot loutering leidende droombeelden ontstonden?

Misschien om hiermee beeldend duidelijk te maken dat met de dood van Christophe, hij niet vergeten zal zijn, maar dat hij zal voortleven in de verbeelding en in de herinnering van zijn (naaste) naasten, van de mensen die van hem gehouden hebben?

Of moeten we hier meer denken aan de verbeelding zoals die eerder in het boek is beschreven: “de zich aangesproken gevoelde verbeelding … die in beweging was gekomen en op drift geraakt en hen had bevrijd uit een zelfopgelegd ballingschap“ en we hier tot actie zien overgaan?

Ik ben er nog niet helemaal uit, uit dit raadselachtige slot. “Een driehoek van zuivere verbeeldingskracht”. Die sereniteit, rust en beheersing die deze formulering suggereert is niet het eerste wat je van deze toch behoorlijk labiele dames verwacht, wanneer ze er getuige van zijn dat hun dierbare Christophe zelfmoord pleegt en van de flat springt. Paniek, angst, chaos, loeiende sirenes, geschreeuw, gejank etc. dat komt toch eerder bij je op bij zo’n incident, en dus niet drie aan de grond genagelde dames die zo’n rare, wereldvreemde driehoek van ongeremde en zuivere verbeeldingskracht vormen.

Een ongeloofwaardig slot van een verder, schitterend boek. De karakters komen zo prachtig en geloofwaardig tot leven, zoals je niet vaak tegenkomt in moderne Nederlandse romans. Christophe, Liza, Sophia, Sasja, Jennifer en Nico, Michel, Maurice Dutoît en Margot zelf ook, het zijn allemaal round characters, die je gewoon vòòr je ziet en regelrecht uit het werkelijke leven lijken weggelopen.

De spanning in het boek is voelbaar van begin tot het einde. Het eerste deel is een overspannen speurtocht van Margot in het smoorhete Parijs om te achterhalen welke oorzaken hebben geleid tot Christophes verval, in de (ijdele) hoop daarbij ook op een “medicijn”te stuiten dat hem weer tot leven kan wekken. Op haar zoektocht komen er steeds nieuwe feiten, nieuwe openbaringen naar buiten die Margot de illusie geven dat ze op deze manier, door te onderzoeken, te analyseren dichter bij Christophe kan komen en dichter bij zijn genezing. Ze blijkt uiteindelijk echter vast te lopen, omdat geen enkele methode blijk te werken en Christophe zich hardnekkig blijft hullen in zijn conversiesyndroom.

Op het moment dat ze de handdoek in de ring wil gooien, en gedesillusioneerd terug wil keren naar Nederland en haar onderzoek dus lijkt dood te bloeden, wordt er in het verhaal een nieuw spanningselement geweven, een element toegevoegd dat het verhaal van een nieuwe lading en spanning voorziet en daarmee ook de lezer voorziet van nieuwe energie. Dit element heeft te maken met de Michel, de echtgenoot van Margot. Diens dochter Liza, Margot’s stiefdochter is er in Parijs achter gekomen dat Michel zonder medeweten van Margot hun oude woning in Parijs heeft aangehouden. Deze woning staat niet leeg, maar is volledig ingericht, en Liza heeft er binnen een negerin gezien die meezong met in het huis afgespeelde muziek en zich daarna bevredigde op bed. Wie is deze persoon? De werkster van Michel, of misschien wel zijn maîtresse?

De drie dames besluiten om na het vastlopen van Margot’s onderzoek, hun terugreis naar Nederland uit te stellen en te verkassen naar Michel’s woning om hem daar op heterdaad te betrappen! De schoft! Het leuke nu, of het verneukeratieve is dat deze nieuwe verhaallijn en de spanning die daarmee in het verhaal wordt opgeroepen achteraf bewust misleidend blijkt te zijn geweest en het slechts een schakeltje vormt in het grote, “echte”verhaal rond Christophe. Aan het einde van het boek is namelijk helemaal niet duidelijk hoe deze verhaallijn is afgelopen. Hoe reageerde Michel? Wat waren zijn beweegredenen? Was de donkere vrouw zijn werkster of toch zijn vriendin? Wat zijn de consequenties voor de relatie tussen Margot en Michel. Die informatie wordt door de auteur niet verschaft, want kennelijk is dat niet waar het hier in dit boek om gaat en is het dus niet belangrijk.

Alsof de personages het zelf ook doorhebben dat ze op dat moment niet in het koele, comfortabele, van alle gemakken voorziene huis van Michel mogen zijn, verkassen de drie dames op dringend verzoek van Sophia daarop vrijwel direct weer naar kleine, zinderend hete kot van Christophe. Daar horen ze nu te zijn, nu Christophe buiten westen in het ziekenhuis ligt. Snel daarop krijgt het verhaal nieuwe power door de dromen, de visioenen, de werkelijk prachtig neergezette, kristalheldere verhalen van Margo’s verbeeldingskracht, die haar zoektocht naar Christophe van nieuwe impulsen voorziet. Zo word je als lezer door de auteur meegenomen naar het einde van het verhaal. Aan dit einde van het verhaal, wanneer Christophe tot aanvankelijke euforie van Margot (alles lijkt weer mogelijk) ontwaakt is uit zijn slaap, naar zijn flat wankelt en ondanks al haar inspanningen, haar wil om zijn lot ten gunste te keren en haar onbaatzuchtige liefde voor hem, blijkt Christophe al zo onbereikbaar te zijn, dat hij met geen mogelijkheid meer te redden is. De zelfverkozen dood is daarom de voor Christophe de enige logische uitweg.

Prachtig boek: 8,5.

maart 29, 2008

Nieuwe aanwinsten

Ingedeeld onder: Uncategorized — varlam @ 9:37 am
Tags: ,

nieuwe-boeken2.jpg

De Goddelijke Komedie in de prozavertaling van de Dante kenner Frans van Dooren (1934-2005) kocht ik na lezing van Möring’s Dis. Dis werd gemodelleerd naar de Goddelijke Komedie, maar is helaas grotendeels een ongenietbare mislukking. Om er toch iets goeds uit te peuren heb ik het originele werk van Dante besteld dat nog steeds vaak genoemd wordt als inspiratiebron en klassiek meesterwerk, en wordt het dus tijd om het eens te lezen. Waarom ik moet liegen tegen mijn demente moeder van Cyrille Offermans. Doorgaans ben ik niet gillend enthousiast over intieme ego-documenten van schrijvers, zoals bijvoorbeeld ook niet over Schaduwkind van P.F. Thomése. Maar nu ben ik eigenlijk wel benieuwd hoe deze zwaar gesubsidieerde essayist het er heeft afgebracht. De Vlieger van Maarten ‘t Hart is weer iets heel anders natuurlijk. Het stond me niet bij dat ik deze roman al had gelezen. Hij komt uit 1998, uit de informatie bij Bol.com (de zeer goede service biedende internetboekhandelaar, zeker nu met de sectie tweedehands boeken) dacht ik eerlijk gezegd dat het een recenter boek van hem was. ‘t Hart heeft geheel andere opvattingen over literatuur dan Offermans en de Raster-groep waartoe behalve Offermans ook Vogelaar behoort. Toen ‘t Hart begin jaren tachtig vorige eeuw gebrouilleerd raakte met Hans Bakx, een loopjongen van deze groep met wie hij eerder hartelijk bevriend geweest was, leidde dat toen tot een literaire afrekening middels een sleutelroman: Het uur tussen hond en wolf. Bakx antwoordde hierop met het schitterend geschreven, maar giftige: Midas’ tranen. Dit boek bleek later echter een gezamelijke inspanning te zijn van de slecht verkopende, doorgaans slechts wartaal uitslaande, gefrustreerde schrijvers uit de Raster-groep en dus ook van Offermans om de succesvolle Maarten ‘t Hart eens lekker onderuit te trappen. Een vuig doch superieur boekje dus, maar het moge duidelijk zijn dat mijn sympathie ligt bij Maarten ‘t Hart. Istanbul van Orhan Pamuk. Sneeuw smaakt naar meer en Istanbul was het boek dat hem de Nobelprijs voor de literatuur opleverde. Van Japanse schrijvers ken ik niks, heb daarvan ook vrijwel niets gelezen. Seventeen & Homo sexualis van Kenzaburo Oë, tweedehands gekocht via Bol.com op advies van mijn vriendin, moet daar verandering in brengen. Twee novelles van ook een Nobelprijswinnaar (1994) uit een periode dat hij nog heftige boeken schreef, dus nog voor de geboorte van zijn autistische zoon die Oë’s leven en literaire werk drastisch zou veranderen. Geen Zee maar water van Gijs IJlander. Een fabelachtig uitzicht vond ik een onverwacht mooi boek, na het jaren voor me uitgeschoven te hebben. Je weet wel dat originele boek dat verteld wordt vanuit het perspectief van de opgezette eekhoorn Knabbel. Ik ben wel benieuwd wat voor boeken IJlander zeventien jaar later maakt. Fundamental Chess Endings van Karsten Müller en Frank Lamprecht, omdat ik het serieuze voornemen heb om beter te gaan schaken en eens te kijken hoe ver ik dan kan komen. Elementaire eindspelletjes moet je dan gewoon kènnen. Voor de troon wordt men niet ongestraft geboren van Dorine Hermans en Daniela Hooghiemstra. Het koningshuis heeft wel mijn belangstelling. Het is natuurlijk een overbodig, geldverslindend instituut dat direct afgeschaft zou kunnen worden. Maar aan de andere kant is het ook amusant te zien hoeveel nonvaleurs de Oranjes in de loop der tijden hebben geproduceerd, en hoe volstrekt ongeschikt zij waren voor het onvermijdelijke ambt van koning. Dit boek zou een pijnlijk inkijkje daarin bieden.

maart 25, 2008

Zomerhitte. Een rare film.

Ingedeeld onder: Uncategorized — varlam @ 12:22 am
Tags: , ,


zomerhitte_227747e.jpg

 

De fotograaf Bob (Waldemar Torenstra) is op Texel om een reportage van het natuurschoon op het eilandje te maken voor een tijdschrift (The National Geographic uiteraard, voor minder doen we het niet). Bob heeft rust nodig, nadat hij een jaartje geleden een traumatische ervaring opliep toen zijn toenmalige vriendin in Afghanistan door een granaat van een moslimstrijder cq. geitenneuker om het leven kwam. Bob stond erbij, keek ernaar, en drukte vooral af toen het gebeurde. Maar Bob mankeert merkwaardig genoeg niets, hoewel hij toen achter een rots dicht tegen zijn vriendin aanstond op het moment van de fatale explosie. Maar goed, het zal wel.

Op Texel maakt Bob kennis met een jonge vrouw: Kathleen. Zij wordt gespeeld door iemand met het fysiek dat Wolkers niet precies voor ogen gehad zal hebben toen hij boekenweekgeschenkje in elkaar aan het flansen was. Dus geen rubensachtige vormen, en dus geen dikke reet en geen grote tieten en dus geen vrouw overeenkomstig het primitieve ideaalbeeld van de ouwe Wolkers. Kortom: Sophie Hilbrand.

zomerhitte-wolkers.jpg

In het begin doen de twee nog wat stug en geheimzinnig tegen elkaar, maar even later zien we Kathleen dan toch staande voor Bob (glaasje witte wijn bij de hand, onderuitgezakt in een strandstoel) masturberen, en vingerend komt ze heerlijk klaar. Ja hoor, we zijn weer thuis en Bob hoeft er niet eens voor te betalen!

Kathleen verdient deze zomer wat bij in een dancing en maakt daarnaast ook deel uit van een klein select groepje rond de crimineel van het eiland, bijgenaamd De Mummie, voor hem voert ze net als bij Bob ook de masturbatie-act uit, maar dan wel tegen betaling van 500 harde euri, per keer. Naïef als Kathleen is, heeft ze helemaal niet in de gaten dat hij zich met criminele zaken bezighoudt! Nee, echt niet!

In zijn drang om Kathleen te veroveren begint Bob haar gangen te volgen en krijgt hij lucht van de criminele activiteiten die ontplooid worden door het groepje. Bob raakt erbij betrokken wanneer hij verscholen achter de duinen getuige is van een drugstransactie en ook ziet waar de ontvangen drugs vervolgens verstopt worden. Hier besluit Bob dat het tijd is om actief op te treden. Na gedoe waarbij hij de drugs zelf op een andere plaats verstopt en vervolgens de bende achter zich aan krijgt, weet hij de groep toch deels van zich af te schudden door een criminele handlanger te doden middels het hard laten terugzwiepen van een niet eens zo dikke boomtak! SuperBob! Op miraculeuze wijze ontdoet hij zich daarna ook van het laatst overgebleven bendelid. Dit gebeurt bij het plasje in de duinen waar hij de met een tak gedode handlanger eerder samen met de zakken drugs heeft gedumpt. Maar wat blijkt nu: de zakken zijn gejat en Bob’s dagen lijken geteld wanneer er op dat moment een geladen pistool op hem gericht wordt! Gelukkig heeft Kathleen toevallig ook nog een pistool in haar broekzak en daarmee wordt ook het laatste bendelid (Cees Geel) uitgeschakeld.

Al dat gedoe met die drugs! Gek word je ervan. We leven in 2008 ja! Dan gaan we toch niet meer zo’n gedateerde film maken met dit soort zouteloze, eendimensionale bad guys die hun geld verdienen met het handelen in drugs? Dat past echt niet meer bij een hedendaagse film. Het is derderangs, onorigineel, oubollig, karakterloos, dom en voorspelbaar. Dat alles is eerder, beter gedaan en vooral overtuigender. Had toch wat meer geïnvesteerd in de opbouw van de erotische spanning tussen Bob en Kathleen, had de karakters wat beter en dieper uitgewerkt, had de dialogen van wat meer smaak en inhoud voorzien etc etc. Nu lijkt het alsof we soms naar de conversatie van een stel Neanderthalers zitten te kijken die niet verder komen dan het uitstoten van wat primitieve klanken.

Er zitten nog meer rare dingen in de film. Zo wordt op een bepaald moment op het journaal (dus een directe uitzending waarnaar Bob en Kathleen afzonderlijk maar beiden via een computerbeeldscherm kijken!) bekend gemaakt dat Bob een zeer belangrijke fotoprijs in de wacht heeft gesleept met de foto van zijn vriendin juist op het moment dat zij gedood wordt door Afghaanse granaatscherven. Iets later vertelt Bob openhartig, en met hese stem tegen Kathleen dat hij nog met niemand eerder over de dood van zijn vriendin heeft gesproken! Nu ja! Behalve dan met de jury van deze belangrijke fotoprijs kennelijk.

Wat een gemiste kans is deze film! Van Monique van der Ven had ik eerlijk gezegd meer verwacht en gehoopt dan een film die opgetuigd is met de cliché’s van een derderangs thriller. De grootste fout echter die ze gemaakt heeft is het kiezen van het halfgare gratis boekje Zomerhitte van Jan Wolkers voor een film. Begrijpelijk dat ze Wolkers een persoonlijke eer wilde bewijzen door een film aan hem op te dragen, maar Wolkers was ten tijde van het schrijven van deze novelle inmiddels literair zo krachteloos geworden, dat Monique daarvoor beter een ander boek had kunnen uitkiezen.

Wanneer de film eindigt en de aftiteling begint te lopen, wordt de titelsong “When summer ends” van dreinende tuinkabouter VanVelzen gestart. Een prima keus! Dit vervelende liedje is precies even eendimensionaal en voorspelbaar als de film zelf, en daarbij ook nog eens ontzettend zeikerig en op je zenuwen werkend. Reden te meer om de cinema daarop met gezwinde spoed te verlaten. Dat deed ik dan ook maar (waardering: 5)

november 26, 2007

Rusland geplaatst voor Euro-2008

Ingedeeld onder: Uncategorized — varlam @ 10:24 pm
Tags:

Dit betreft, als vingeroefening, een vertaling uit het Russisch uit: Kommersant online – 22 nov 2007

Op 21 november heeft het nationale voetbalelftal van Rusland zicht geplaatst voor het Europese Kampioenschap van 2008. Dit was het gevolg van zowel de winst van Rusland op Andorra (0-1) als van de winst van Kroatië dat in Londen Engeland met 2-3 versloeg. Kroatië werd hierdoor met 29 punten groepswinnaar en de Russen eindigden met 24 punten als tweede, en verzekerden zich daarmee van kwalificatie voor het EK in 2008. De enige kans nog voor Rusland op kwalificatie was door zelf te winnen van Andorra en winst van de Kroaten op Engeland.

De wedstrijd tegen Andorra begon in een laag tempo. In de beginfase van de wedstrijd lag het initiatief bij Rusland dat gedurende de eerste minuten enige gevaarlijke kansen creëerde, maar Andorra werd gered door keeper Koldo Alvares. In de 38-ste minuut wisselde Guus Hiddink Vasili Berezutsky voor Dmitri Torbinsky. Die versterking van de aanval pakte binnen enkele minuten al goed uit: uit een voorzet vanaf de rechterflank door Dmitri Torbinksy opende Dmitri Sytchev met een kopbal de score.

In de 45e minuut gaf de scheidsrechter Rusland na een overtreding in het strafschopgebied een penalty. De inzet van Denis Kolodin werd echter eenvoudig gestopt door de keeper van Andorra. Voor de rust was er nog een gevaarlijk moment dat echter vanwege buitenspel zonder resultaat bleef.

De gastheren begonnen de tweede helft met een nieuwe keeper. Alvares had aan een botsing met Kerzjakov een blessure overgehouden en was vervangen door Jose Gomes. Na de rust verlaagde Rusland het tempo nog meer, en de wedstrijd werd door het grote aantal overtredingen voortdurend onderbroken. Halverwege de tweede helft probeerde Andorra wat tegenkansen te creëren zonder dat dat iets bijzonders opleverde. In de 84e minuut werd de aanvoerder van Rusland, Andre Arsjavin, van het veld gestuurd na een tackle op de benen van zijn tegenstander. Het Russische team dat de wedstrijd dus met een man minder uit moest spelen, won de wedstrijd op deze manier tegen Andorra met 0-1.

Na de wedstrijd gaf aanvaller bij Rusland Alexander Kerzjakov zijn commentaar op het spel: “Het was voor ons een heel moeilijke wedstrijd, Andorra speelde een soort antivoetbal, ze intimideerden en beledigden ons”. De aanvaller zei verder dat de Russische ploeg op een overwinning van Kroatië in Londen gehoopt had, hetgeen plaatsing van Rusland voor het EK zou verzekeren. “We geloofden er absoluut in dat de Kroaten op Wembley van Engeland zouden kunnen winnen. Het is voetbal, in principe is alles mogelijk. We weten gewoon dat Kroatië een goede ploeg heeft, en het zou dom zijn om de wedstrijd in Londen zomaar weg te geven, ondanks dat je tegen een zo’n sterke ploeg als Engeland speelt. We waren ervan op de hoogte dat Kroatië bij de rust met 0-2 voorstond, maar we wisten dat ook wij zelf onze wedstrijd moesten winnen”. Aldus Alexander Kerzjakov.

Steven Gerrard, speler van het Engelse nationale elftal, keek als volgt aan tegen het verlies van 2-3 tegen de Kroatië op Wembley: “ Verliezen met 88.000 fans in het stadion en met zo’n opgelegde kans om iets serieus te bereiken is natuurlijk verschrikkelijk. Dit is de slechtste dag zolang ik voor het nationale team van Engeland speel”, vertelde hij. Belangrijkste reden voor het falen van de Engelse ploeg volgens hem: teveel geloof in zichzelf. Volgens de middenvelder brak het belangrijkste moment van de wedstrijd aan nadat Frank Lampard en Peter Crouch scoorden en Engeland op gelijke hoogte hadden gebracht.

_39425931_gerrard_emp300×300.jpg

Volgens Steven Gerrard waren zijn meeste teamgenoten toen al zeker van de goede afloop, hoewel het niet lukte om de wedstrijd op slot te zetten. “We hebben gevochten, maar het was niet voldoende voor het resultaat dat we nodig hadden. We zijn zwaar teleurgesteld. Door de eerste goal raakten we in een soort paniek. We waren van plan om de wedstrijd in een hoog tempo te beginnen en te jagen op een snelle goal om de Kroaten direct duidelijk te maken wie ze voor zich hadden. Maar wat er gebeurde was dat in de 15e minuut de 0-1 er bij ons invloog. De tweede helft was een stuk beter, en daar was het resultaat ook naar. Bij de 2-2 hadden we de boel dicht moeten spijkeren en op verdedigen moeten overgaan, maar wij gingen op jacht naar de derde goal. En in plaats van het minimaal noodzakelijke resultaat vast te houden, liepen we tegen een counter aan.” Aldus de speler over het spelverloop. Over het resultaat voegde Gerrard nog toe, dat ondanks het verlies het Engelse team naar de toekomst moet kijken. “We hebben nog veel wedstrijden voor de boeg, en we moeten van onze fouten leren en deze vreselijke zondag vergeten. Hoewel dat niet bepaald makkelijk zal zijn”, voegde hij er nog aan toe.

november 16, 2007

Concert Spinvis 15 november 2007 – een bespreking

Ingedeeld onder: Uncategorized — varlam @ 3:35 pm
Tags:

Gisteren trad Spinvis met band op in de Stadsgehoorzaal in Vlaardingen. Samen met mijn vriendin ben ik er naar toe geweest. In de zaal was het ijskoud maar de muziek van Spinvis maakte bijzonder veel goed.

Mijn vriendin is Japanse, Spinvis zingt in het Nederlands, maar toch vindt ze zijn muziek al een paar jaar geweldig. Zijn muziek is zo uniek, karakteristiek en vooral eigen dat daarmee de taalbarrière kennelijk geen enkel probleem vorm om van zijn liedjes te houden. Haar herhaaldelijke verzoekjes om zijn teksten, als was het maar in grote lijnen, voor haar te vertalen heb ik totnogtoe steeds lafhartig terzijde gewezen, omdat ik er zelf ook niet zo goed raad mee wist, en weet. Toch was ze zelfs zo enthousiast over met name de eerste – titelloze- CD met fantastische nummers als “Astronaut” en “Ronnie gaat naar huis” van Spinvis, dat ze daar een exemplaar van meegenomen heeft naar Japan en cadeau gedaan aan haar broer. Wanneer Spinvis ooit groot mocht worden in Japan, weten we hoe het allemaal begonnen is!

Het voorprogramma werd verzorgd door de Zuidafrikaanse singer-songwriter Chris Chameleon, die met een gitaar op een krukje, spotlight op hem gericht, eigen liedjes vertolkte. Je kon duidelijk horen dat hij ze door heel veel te spelen (als straatmuzikant?) de uitvoering vrijwel geperfectioneerd had en ze klonken dan ook als geramd. Het bijzondere aan zijn optreden was zijn stemgebruik en de veelheid aan vreemde klanken die hij als begeleiding bij zijn liedjes wist te produceren, dit in combinatie met de ambachtelijke popliedjes die hij speelde. Maar ik vond dat zijn geluidjes uiteindelijk de liedjes teveel gingen beheersen, teveel afleidden en de liedjes het vooral van de gekke effecten moesten hebben. (Inmiddels heb ik op zijn website flink wat beluisterd van het repertoire van Chameleon, en ik moet zeggen dat er een aantal redelijk fantastische liedjes bij zitten – bijvoorbeeld het wonderschone “Bitterbessie dagbreek”. Maakt me nieuwsgierig naar wat deze man verder nog heeft gemaakt. Hij is trouwens wel wat meer dan de “straatmuzikant” die hij was zoals ik eerst dacht.)

Spinvis dan met zevenkoppige (!) band daarna. Het uitroepteken vanwege de tegenstelling tussen deze uitbundige manier van uitpakken met een grootse band bij zijn theatertoernee, en anderszijds het bijna introverte karakter van het creatieve proces bij de totstandkoming van zijn eerste plaat: door hem zelf alles ingespeeld en met een computer op een zolderkamertje in elkaar gezet.

Het concert begon rond 9 uur in een ijskoude zaal (een bezorgd-attente dame had ons voor de voorstelling op gewezen dat het verstandig was om onze jassen niet af te geven bij de garderobe en gewoon aan te houden, de verwarming was uitgevallen en in de zaal zou het wel eens frisjes kunnen zijn…) die ook maar voor ongeveer een kwart gevuld was. Hoeveel mensen waren er? 100, 125? Schandalig weinig in ieder geval. Maar wat wil je ook in een treurige stad als Vlaardingen. Tegen rond kwart over 11 (inclusief pauze van een half uur), en twee toegiften werd het concert beëindigd.

De set bestond uit nummers die afkomstig waren van de drie platen totnogtoe: het titelloze debuut uit 2002, Dagen van gras, Dagen van stro (2005) en van het “restjesalbum” Goochelaars en Geesten uit 2007, zonder dat er een bepaalde logische of chronologische volgorde in zat, maar dat hoefde uiteraard ook niet.

spinvis1.jpg

Meteen direct de eerste indruk: een geweldig goed ingespeelde band met klassemuzikanten. Zo was er de Vlaamse celliste, die ook door haar backing-vocals een hele mooie kleur gaf aan de liedjes, maar daarnaast nog andere instrumenten zoals de banjo bespeelde. Erg goed. Kleurrijk figuur is ook acteur, maar hier vooral: trompettist Hans Dagelet. Die als een zonderlinge buitenstaander over het podium banjerde, maar de sound schitterend verrijkte met zijn trompetgeluiden. De overige bandleden namen meer een plek op de achtergrond in, en laadden meer incidenteel de aandacht op zich, zoals de dichter die ook synthesizer speelde, een hele lap poëzie voor zijn rekening nam in het liedje “een nagemaakte gek”, dacht ik). Maar allen ongetwijfeld van belang voor het totale groepsgeluid. Spinvis (Erik de Jong) tenslotte was tenslotte natuurlijk de onbetwiste bandleider

Van meet af aan werd duidelijk dat ten behoeve van de live-performance Spinvis de uitvoering van zijn liedjes ingrijpend veranderd had qua instrumentatie en qua sfeer. Dat moest ook wel: de gemaakte platen heeft hij op een computer in elkaar geknutseld. Op een podium met band zul je daar toch iets op moeten verzinnen.

Ik vond dat hij daar met vlag en wimpel in slaagde. De live-uitvoeringen van zijn liedjes waren zo overtuigend, en werden met zoveel plezier gespeeld dat ze moeiteloos naast zijn studioversies (of moet ik zeggen: zolderkamer-versies?) overeind bleven staan. Hoewel het moeilijk te vergelijken is, met name op zijn eerste plaat staan zoveel zulke muzikale juweeltjes die het zo van kleine subtiliteiten moeten hebben, dat je die live gewoon niet kunt benaderen. Met een band moet je dat anders oplossen en dat deed Spinvis. He poëtische van zijn ongrijpbare en moeilijk te plaatsen, associatieve liedtekstjes combineerde opvallend goed ook met de bij vlagen stevig rockende sound van zijn liveband. Ik vond ook dat hij bovendien goed zong en durfde te zingen met zijn minder vaste stem, daaruit bleek ook zijn toegenomen vertrouwen als perfomer.

Je kon goed merken dat het goede muzikanten waren en dat ze goed op elkaar ingespeeld waren, wanneer de band ettelijke malen eens goed “los”ging, zat ik gewoon te kicken in mijn stoel, zo goed, en swingend was het en was het jammer dat je niet gewoon in een concertzaal stond.

Tijdens het concert vroeg ik me af hoe Spinvis het allemaal voor elkaar krijgt. Zo’n sterke band samenstellen, vervolgens voor alle nummers ook nog eens een compleet nieuwe muzikale uitvoering te maken en dat nog eens zo geweldig goed op een podium te spelen. Daarnaast heeft hij tijd gevonden voor een muzikaal project met Simon Vinkenoog (dat “Ja”heet. Simon Vinkenoog declameert zijn gedichten en Spinvis voorziet deze gedichten van meer of minder vervreemdende begeleiding) Niet alleen dat , maar hij heeft recentelijk ook nog eens opgetreden op een behoorlijk aantal festivals en in opdracht van verschillende instellingen diverse muziekstukken geschreven. En nu is hij dus bezig met een theatertour met een flink uit de kluiten gewassen band langs schouwburgen in Nederland en Belgie. Ik hoop niet dat de karige hoeveelheid bezoekers in Vlaardingen illustratief is voor de hele tour, afgezien nog van het probleem dat je daar niet een hele band voor een complete theatertoernee van kan betalen. Los daarvan: een muzikant met de klasse van Spinvis verdient, overal waar hij optreedt, volle, uitverkochte zalen. Artiesten als Spinvis zijn uniek en moeten gekoesterd worden. Voor mij is hij op dit moment dan ook de beste van Nederland (met dicht bij hem in de buurt: Gé Reinders).

mei 30, 2007

Aangeschafte boeken: nog niet gelezen

Ingedeeld onder: Boeken, Uncategorized — varlam @ 5:31 pm
Tags: ,

favorieteboeken.jpg

(Meer…)

Blog op Wordpress.com.